Verkiezingen van 25 mei 2014 – Politiek verlof voor verkozen werknemers

Auteur: Catherine Legardien
Datum:

Op zondag 25 mei 2014 werden de gewestelijke, federale en Europese verkiezingen gehouden. Misschien werden sommigen van uw werknemers toen verkozen om te zetelen in één of verschillende instellingen.

Werknemers die kandidaat waren voor de gewestelijke verkiezingen en verkozen werden, kunnen onder bepaalde voorwaarden aanspraak maken op politiek verlof. Ze mogen dan van het werk afwezig zijn om hun mandaat of ambt uit te oefenen.

In deze infoflash bekijken we alleen de regels die gelden voor werknemers uit de privé-sector.

Op het vlak van de gemeenschappen of gewesten kan alleen aanspraak gemaakt worden op politiek verlof wanneer het mandaat of ambt wordt uitgeoefend van voorzitter of lid van:

  • de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (Brussels Hoofdstedelijk Gewest),
  • de Vlaamse Gemeenschapscommissie (Brussels Hoofdstedelijk Gewest),
  • de Franse Gemeenschapscommissie (Brussels Hoofdstedelijk Gewest),
  • de Raad van de Duitstalige Gemeenschap

of van lid van hun uitvoerend college.

De leden van een gemeenschapsraad (behalve de Raad van de Duitstalige Gemeenschap) of een gewestraad kunnen dus geen aanspraak maken op politiek verlof.

De werknemer die voorzitter of lid is van één van bovenstaande instellingen of die lid is van hun uitvoerend college krijgt één dag politiek verlof per maand.

Dat verlof mag enkel gebruikt worden voor het vervullen van de opdrachten die rechtstreeks voortvloeien uit de uitoefening van het mandaat of ambt.

De werknemer moet bij de aanvang aan zijn werkgever het bewijs leveren van het bestaan van zijn mandaat of ambt.

In geen enkele wettelijke bepaling wordt de werknemer verplicht om zijn werkgever op de hoogte te stellen van de data waarop hij afwezig is wegens politiek verlof. Het is echter raadzaam dat een werknemer die een mandaat of ambt uitoefent, vooraf zijn werkgever verwittigt van zijn afwezigheid (liefst schriftelijk) om organisatorische redenen.

De werknemer behoudt zijn normaal loon ten laste van de werkgever voor de dagen waarop hij afwezig is wegens politiek verlof.

Het normaal loon wordt berekend overeenkomstig de wetgeving betreffende de feestdagen, met toepassing van de begrenzing voorzien in het stelsel van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. Sinds 1 april 2013 bedraagt die begrenzing 3.421,66 euro bruto per maand (131,6023 euro bruto per dag in de 6-dagenweek of 157,9228 euro bruto per dag in de 5-dagenweek).

De werkgever kan om de drie maanden de terugbetaling bekomen van de lonen en werkgeversbijdragen voor de periode van het politiek verlof. De aanvraag tot terugbetaling moet ingediend worden bij de instelling waar de werknemer zijn mandaat of ambt vervult, in de vorm van een aangifte van schuldvordering, opgesteld voor elke betrokken werknemer.

De werknemer die kandidaat is voor één van de hierboven vermelde mandaten of ambten, geniet ontslagbescherming.

Duur van de beschermingsperiode 

De beschermingsperiode gaat in vanaf de datum waarop de werkgever de brief ontvangt waarin hij op de hoogte wordt gebracht van de kandidatuur van de werknemer. De werknemer moet die brief aangetekend versturen binnen de zes maanden vóór de verkiezingsdatum.

Het einde van de beschermingsperiode varieert al naargelang de werknemer-kandidaat al dan niet verkozen is:

  • als hij verkozen is, verstrijkt de beschermingsperiode na afloop van de 6 maanden die volgen op het einde van het mandaat.
  • als hij niet verkozen is, is de bescherming niet langer van kracht op het einde van de 3 maanden die volgen op de dag van de verkiezingen voor zover de werknemer daadwerkelijk voorkomt op de kandidatenlijsten. Zoniet blijft hij beschermd tegen ontslag tot de verkiezingen.

Inhoud van de bescherming 

Tijdens de hele duur van de bescherming mag de werkgever geen daad stellen die ertoe strekt eenzijdig een einde te stellen aan de dienstbetrekking, behalve om redenen die vreemd zijn aan het feit dat de werknemer kandidaat is voor de verkiezingen. 

Sanctie bij onregelmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst  

Bij dergelijke beëindiging (namelijk wanneer de werkgever onmiddellijk de overeenkomst beëindigt of kennis geeft van een opzeggingstermijn zonder motief dat vreemd is aan het feit dat de werknemer kandidaat is (of een politiek mandaat uitoefent)) tijdens de beschermingsperiode, kan de werknemer aanspraak maken op een beschermingsvergoeding. Die beschermingsvergoeding stemt overeen met 6 maanden loon, nog afgezien van de verbrekingsvergoeding, zelfs wanneer de betekende opzeggingstermijn werd gepresteerd.   

Bronnen: wet van 19 juli 1976 tot instelling van een verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat, B.S. 24 augustus 1976; koninklijk besluit van 28 december 1976 betreffende de duur en de voorwaarden van gebruikmaking van het verlof, verleend bij de wet van 19 juli 1976 tot instelling van een verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat, B.S. 31 december 1976.

Auteur: Catherine Legardien

26/05/2014