Sociale verkiezingen 2020: periode van verborgen bescherming

Auteur: Catherine Mairy
Datum:

De sociale verkiezingen zullen plaatsvinden tijdens de periode van 11 tot 24 mei 2020 met het oog op de verkiezing van de werknemersvertegenwoordigers in een ondernemingsraad (OR) en/of een comité voor preventie en bescherming op het werk (CPBW).

De (gewone en plaatsvervangende) personeelsafgevaardigden in de OR en/of het CPBW en de niet-verkozen kandidaat-personeelsafgevaardigden zijn beschermd tegen ontslag op grond van de wet van 19 maart 1991 (wet houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de OR's en in de CPBW's alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden).

Deze bijzondere ontslagbescherming is echter beperkt in de tijd.

Begin van de periode van ontslagbescherming

Ongeacht of de kandidaat verkozen werd of niet en ongeacht de beschermde categorie, begint de bescherming tegen ontslag op de dertigste dag die voorafgaat aan de aanplakking van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt (X - 30), dus tussen 12 en 25 januari 2020.

Slechts (uiterlijk) 35 dagen na die datum (X + 35), dus tussen 17 en 30 maart 2020, worden de kandidatenlijsten officieel aan de werkgever voorgesteld!

Er is dus een periode van 'verborgen bescherming' (van X - 30 tot X + 35).

Opgelet!

  • Zijn de kandidatenlijsten niet definitief op dag X + 35, dan kan de periode van verborgen bescherming langer zijn.
  • Een werknemer die tussen X - 30 en (in principe) X + 35 (met of zonder opzegging, met of zonder opzeggingsvergoeding) wordt ontslagen tegen de bepalingen van de wet van 19 maart 1991 in, kan als kandidaat worden voorgedragen, voor zover hij evenwel voldoet aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden op de datum van het ontslag.
  • Als een werknemer, beschermd door zijn voordracht op de kandidatenlijsten, ontslagen wordt in de verborgen beschermingsperiode (van X - 30 tot, in principe, X + 35), moet hij zijn wederopneming vragen binnen een termijn van 30 dagen volgend op de dag waarop de kandidaturen worden voorgedragen. Wordt die aanvraag niet ingediend, dan is geen enkele beschermingsvergoeding verschuldigd. Weigert de werkgever zijn wederopneming, dan moet hij aan de beschermde werknemer een beschermingsvergoeding betalen.

Einde van de periode van ontslagbescherming

Gewone of plaatsvervangende personeelsafgevaardigden

De periode van bescherming tegen ontslag die de (gewone of plaatsvervangende) personeelsafgevaardigde in de OR en/of het CPBW geniet, eindigt op de dag waarop de kandidaten die tijdens de volgende verkiezingen worden verkozen in de OR en/of het CPBW worden aangesteld, voor zover de personeelsafgevaardigde zich natuurlijk niet laat vertegenwoordigen.

Niet-verkozen kandidaten met een eerste vruchteloze kandidatuur

De periode van bescherming tegen ontslag die de niet-verkozen kandidaat geniet tijdens een eerste kandidatuur voor de OR en/of het CPBW eindigt op de datum waarop de kandidaten die naar aanleiding van de volgende sociale verkiezingen worden verkozen voor de OR en/of het CPBW, worden aangesteld.

Niet-verkozen kandidaten met een tweede vruchteloze kandidatuur

De periode van bescherming tegen ontslag die de kandidaat geniet die voor de tweede maal vruchteloos zijn kandidatuur heeft gesteld voor de OR en/of het CPBW eindigt, in principe, 2 jaar na de aanplakking van het resultaat van de sociale verkiezingen.  

Opgelet! De bescherming die de (kandidaat-)personeelsafgevaardigde kan laten gelden loopt af op het ogenblik dat hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, behalve als het in de onderneming steeds gebruikelijk is geweest om de categorie van werknemers waartoe hij behoort in dienst te houden.

Inhoud van de ontslagbescherming

Tijdens de periode van bescherming mogen de werknemers die verkozen werden als (gewone en plaatsvervangende) personeelsafgevaardigden in de OR en/of het CPBW en de werknemers die kandidaat-personeelsafgevaardigde waren maar niet verkozen werden, enkel ontslagen worden om een dringende reden die vooraf door de arbeidsrechtbank werd erkend of om economische of technische redenen die vooraf als dusdanig door het paritair comité werden erkend.

Is dat niet het geval, dan zal de werkgever een beschermingsvergoeding moeten betalen.

Bronnen: Wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de O.R.'s en in de C.P.B.W.'s alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden; Cass., 30 maart 1992, J.T.T., 1992, p. 483.