Coronavirus: sociale verkiezingen uitgesteld

Auteur: Catherine Mairy (legal expert)
Datum:

Een wet van 4 mei 2020 regelt de modaliteiten van de opschorting van de procedure sociale verkiezingen, die oorspronkelijk voorzien waren voor de periode van 11 tot en met 24 mei 2020.

De nieuwe datum voor de sociale verkiezingen moet nog bepaald worden. De Nationale Arbeidsraad heeft in een advies van 24 maart 2020 voorgesteld om deze tussen 16 en 29 november 2020 te laten plaatsvinden.

Opschorting van de procedure

De sociale verkiezingsprocedure wordt opgeschort vanaf dag X + 36. Die datum wordt bepaald op basis van de kieskalender die op dag X wordt aangeplakt.

De einddatum van deze opschorting moet nog bepaald worden.

Gevolgen voor de lopende procedure

De gevolgen van de opschorting voor de lopende verkiezingsprocedures kunnen als volgt samengevat worden:

  1. de verrichtingen tot dag X + 35 (tussen 17 en 30 maart 2020) worden gefinaliseerd;
     
  2. de inlichtingen en beslissingen die uit deze verrichtingen voortvloeien, blijven verworven;
    anderzijds moeten de inlichtingen en beslissingen met betrekking tot de datum en de uurregeling van de verkiezingen aangepast worden overeenkomstig de nieuwe datum van de verkiezingen;
     
  3. de akkoorden die op ondernemingsvlak werden gesloten vóór dag X + 36 zijn definitief verworven;
    anderzijds verliezen de akkoorden die expliciet melding maken van de coronavirus COVID-19-pandemie hun gelding, tenzij de partijen anders overeenkomen;
     
  4. de verrichtingen die vanaf dag X + 36 worden gevoerd, worden opgeschort (de verrichtingen die vanaf die dag verder zouden worden gevoerd, zijn nietig);
    anderzijds kan de werkgever de beslissing om de procedure volledig stop te zetten op geldige wijze doorvoeren wanneer geen enkele kandidatenlijst werd ingediend voor geen enkele werknemerscategorie (de formaliteiten die in dat geval vervuld moeten worden, worden in de wetgeving beschreven);
     
  5. wat de verkiesbaarheidsvoorwaarden betreft, deze moeten op de oorspronkelijk vastgelegde verkiezingsdatum vervuld zijn, zowel voor de reeds voorgedragen en de na de periode van opschorting nog voor te dragen kandidaten;
     
  6. om te beoordelen of een uitzendkracht die ter beschikking is gesteld bij een gebruiker voldoet aan de tweede kiesvoorwaarde en om hem eventueel op dag X + 77 van de kiezerslijsten te schrappen, moet geen rekening worden gehouden met de arbeidsdagen waarop hij in de loop van de periode van opschorting van de procedure in de gebruikende onderneming werd tewerkgesteld (deze tweede kiesvoorwaarde is de volgende: de uitzendkracht moet gedurende een referteperiode die aanvangt op de datum van dag X en eindigt op dag X + 77, in totaal minstens gedurende 26 arbeidsdagen tewerkgesteld zijn bij de gebruikende onderneming).

De bestaande ondernemingsraden (O.R.) of de bestaande comités voor preventie en bescherming op het werk (C.P.B.W.) blijven trouwens verder functioneren tot de installatiedatum van de nieuwe organen. De duur van het mandaat werd immers verlengd tot die datum.

Gevolgen voor de ontslagbescherming

De ontslagbescherming die de personeelsafgevaardigden in de O.R. en het C.P.B.W. en de kandidaat-personeelsafgevaardigden genieten, wordt geregeld door de wet van 19 maart 1991 (houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de O.R. en in de C.P.B.W. alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden).

De gevolgen van de opschorting voor deze ontslagbescherming kunnen als volgt samengevat worden:

  1. de personeelsafgevaardigden die lid zijn van de bestaande O.R. en/of C.P.B.W., evenals de kandidaten die al voorgedragen werden bij vorige sociale verkiezingen, blijven beschermd tijdens de periode van opschorting van de procedure;
     
  2. de kandidaat-personeelsafgevaardigden die in het kader van deze procedure voorgedragen werden, zijn beschermd; hetzelfde geldt voor de personeelsafgevaardigden die lid zijn van de nieuwe O.R. en/of C.P.B.W. ;
     
  3. de kandidaat-personeelsafgevaardigden die na het einde van de periode van opschorting van de procedure worden voorgedragen (ter vervanging van al voorgedragen kandidaten) zijn beschermd:
  • enerzijds, gedurende de periode die liep van dag X – 30 tot dag X + 35;
  • en anderzijds, gedurende een periode die zal lopen van de zesendertigste dag voor de dag van de herneming van de verkiezingsprocedure (zoals bepaald in de nieuwe kieskalender) tot de datum waarop de bij de volgende sociale verkiezingen verkozen kandidaten worden aangesteld (of, als het gaat om de tweede vruchteloze kandidatuur, tot 2 jaar na aanplakking van de uitslag van de uitgestelde verkiezingen).

4.      de (kandidaat-)personeelsafgevaardigden die bescherming genieten na de vorige sociale verkiezingen en die zich niet meer kandidaat stellen bij de sociale verkiezingen van 2020 , worden beschermd gedurende een periode die verlengd wordt met een periode gelijk aan de duur van de verlenging van de mandaten (zie hierboven).

Specifiek voor de berekening van het variabel gedeelte van de beschermingsvergoeding 

Als de werkgever in de loop van de beschermingsperiode een beschermde werknemer onregelmatig ontslaat, dan moet hij hem een beschermingsvergoeding betalen.

Die beschermingsvergoeding bestaat uit twee delen wanneer de werkgever de re-integratie van de werknemer weigert die hiervoor een aanvraag heeft ingediend:

  • een forfaitair gedeelte: 2, 3 of 4 jaar loon al naargelang de werknemer minder dan 10 jaar, van 10 tot minder dan 20 jaar of 20 of meer dienstjaren in de onderneming telt;
  • een variabel gedeelte gelijk aan het loon voor de resterende periode tot het einde van het mandaat van de leden die het personeel vertegenwoordigen bij de verkiezingen waarvoor de werknemer kandidaat was.

Wanneer de onregelmatig ontslagen werknemer een (kandidaat-)personeelsafgevaardigde is die bescherming geniet na de vorige sociale verkiezingen en die zich niet opnieuw kandidaat stelt voor de sociale verkiezingen van 2020, moet bij de berekening van het variabele gedeelte rekening worden gehouden met de volgende bijzonderheden:

  • als de werknemer vóór 17 maart 2020 onregelmatig werd ontslagen, wordt het einde van het mandaat beoordeeld aan de hand van een fictieve installatiedatum van het nieuwe orgaan, die zich uiterlijk 45 dagen na de oorspronkelijk vastgelegde verkiezingsdatum situeert;
  • als de werknemer vanaf 17 maart 2020 onregelmatig werd ontslagen, wordt het einde van het mandaat beoordeeld aan de hand van de installatiedatum van de nieuwe organen samengesteld ingevolge de uitgestelde verkiezingen.

Bron: wet van 4 mei 2020 tot regeling van de opschorting van de procedure sociale verkiezingen van het jaar 2020 ingevolge de coronavirus COVID-19-pandemie, B.S.,13 mei 2020.