Wijzigingen inzake rsz-onderworpen vergoedingen

Auteur: Filip Borgers
Datum:

Vanaf 1 oktober 2013 zullen sociale zekerheidsbijdragen (zowel werkgevers- als werknemersbijdragen) worden betaald op een aantal vergoedingen, die voorheen waren vrijgesteld. Tegelijk maakt men van de gelegenheid gebruik om een aantal andere vergoedingen te onttrekken aan sociale zekerheidsbijdragen.

Met dit K.B. reageert de wetgever op een praktijk die zich doorheen de jaren had geïnstalleerd. In een aantal gevallen ontslaat de werkgever de werknemer met een verbrekingsvergoeding. Enkele dagen later sluiten werkgever en werknemer een akkoord omtrent de toekenning van een niet-concurrentievergoeding. Gelet op het feit dat sociale zekerheidsbijdragen uitsluitend verschuldigd zijn op de verbrekingsvergoeding en niet op de niet-concurrentievergoeding, wordt op deze manier een belangrijk deel aan sociale zekerheidsbijdragen vermeden. Met dit K.B. wordt deze praktijk nu aan banden gelegd. Voortaan zijn sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd op de verbrekingsvergoeding én de niet-concurrentievergoeding.

Een korte toelichting.

1.   De niet-concurrentievergoeding

In beginsel is het concurrentiebeding slechts onderworpen aan sociale zekerheidsbijdragen indien dat concurrentiebeding wordt gesloten vóór, tijdens of bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Sociale zekerheidsbijdragen zijn daarentegen niet verschuldigd indien het concurrentiebeding wordt gesloten na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en bovendien volkomen los staat van de dienstbetrekking (cf. R.S.Z.-instructies ten behoeve van de werkgever).

Vanaf 1 oktober 2013 zijn sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd op de niet-concurrentievergoeding zowel wanneer het concurrentiebeding wordt gesloten vóór, tijdens of bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst als wanneer deze wordt toegekend op basis van een overeenkomst welke wordt gesloten binnen een termijn van 12 maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst.

2.   Afwervingsvergoeding

Hetzelfde principe is van toepassing voor de afwervingsvergoeding. Aanvankelijk is de afwervingsvergoeding slechts onderhevig aan R.S.Z. indien de vergoeding wordt toegekend vóór, tijdens of bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Voortaan zal de afwervingsvergoeding ook onderhevig zijn aan R.S.Z., indien de vergoeding wordt toegekend op basis van een overeenkomst welke wordt gesloten binnen 12 maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst.

3.   Beschermingsvergoedingen

De bedragen die aan de werknemer worden toegekend indien de arbeidsbetrekking wordt beëindigd zonder dat de werkgever daarbij zijn wettelijke, contractuele of statutaire verplichtingen naleeft, vormden aanvankelijk geen R.S.Z.-onderworpen loon. Hiermee wordt gedoeld op de vergoedingen die als schadevergoeding worden betaald en de wettelijke vergoedingen die worden toegekend als aanvulling bij de verbrekingsvergoeding van bepaalde categorieën van beschermde werknemers (o.a. zwangere vrouwen, militairen, …). Voortaan zullen sociale zekerheidsbijdragen (werknemers- en werkgeversbijdragen) verschuldigd zijn op alle beschermingsvergoedingen.

4.  Uitwinningsvergoeding

Indien een handelsvertegenwoordiger wordt ontslagen door zijn werkgever zonder dringende reden of de vertegenwoordiger zelf zijn ontslag geeft wegens een dringende reden die aan de werkgever is toe te schrijven, heeft de vertegenwoordiger (onder bepaalde voorwaarden) recht op een uitwinningsvergoeding.

Tot op heden was de uitwinningsvergoeding steeds uitgesloten uit het R.S.Z.-onderworpen loon. Vanaf 1 oktober 2013 zijn ook sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd op deze vergoeding.

1.   Vergoeding wegens collectief ontslag

De vergoeding wegens collectief ontslag welke wordt toegekend op grond van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 10 van 8 mei 1973 wordt voortaan uitgesloten van de R.S.Z.-onderworpen basis. Deze vergoeding dient te worden onderscheiden van de sluitingsvergoeding welke wordt toegekend op grond van de wet van 26 juni 2002.

De sluitingsvergoeding was vroeger reeds uitgesloten uit het R.S.Z.-onderworpen loonbegrip. Nu wordt daar de vergoeding wegens collectief ontslag aan toegevoegd.

2.   Vergoeding wegens willekeurig ontslag

Indien een arbeider wordt ontslagen door zijn werkgever zonder dat deze laatste daartoe een voldoende grond kan aantonen, heeft recht op een vergoeding wegens willekeurig ontslag. Deze vergoeding wordt nu uitdrukkelijk onttrokken aan het begrip loon (op voorwaarde dat dit recht is ontstaan vóór 1 januari 2014), zodat er niet langer sociale zekerheidsbijdragen op verschuldigd zijn.

Deze bepalingen treden in werking vanaf 1 oktober 2013.

Bron:Koninklijk besluit van 24 september 2013 tot wijziging van artikel 19 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, B.S. 27 september 2013.

Auteur: Filip Borgers

27/09/2013