Student: voorwaarden voor verminderde sociale bijdragen

Auteur: Catherine Legardien (Legal Expert)
Datum:

Het aantal tewerkstellingsuren waarvoor op het loon van de student geen gewone socialezekerheidsbijdragen moeten worden berekend, maar alleen een solidariteitsbijdrage, bedraagt sinds 1 januari 2017 maximaal 475 uren per kalenderjaar (dit wil zeggen van 1 januari tot 31 december). Dat contingent van 475 arbeidsuren kan vrij verdeeld worden over het volledige kalenderjaar bij één of meerdere werkgevers. Er geldt trouwens één enkele solidariteitsbijdrage.

Voorwaarden

Om geen gewone socialezekerheidsbijdragen te moeten betalen op het loon van de eerste 475 arbeidsuren van een kalenderjaar moet aan volgende voorwaarden voldaan worden:

  • de student moet tewerkgesteld zijn krachtens een studentenovereenkomst;
  • de student moet tewerkgesteld zijn tijdens de periodes van niet-verplichte aanwezigheid in de onderwijsinstellingen;
  • er moet tijdig een geldige DIMONA-aangifte ‘student’ worden uitgevoerd, namelijk ten laatste op de dag waarop de prestaties aanvangen.

Bedrag van de solidariteitsbijdrage

Ook al moeten geen gewone socialezekerheidsbijdragen betaald worden voor een student die onder bovenstaande voorwaarden tewerkgesteld is, toch moet de werkgever een solidariteitsbijdrage inhouden op het bedrag van het loon dat hem wordt toegekend. Die bijdrage moet daarna gestort worden binnen dezelfde termijnen als de gewone socialezekerheidsbijdragen aan de RSZ.

De bijdragevoet van de solidariteitsbijdrage is gelijk aan 8,14% van het bedrag van het brutoloon (5,43% ten laste van de werkgever en 2,71% ten laste van de student).

Gevolgen bij overschrijding van het contingent

Wanneer het jaarlijkse contingent van 475 uren wordt overschreden, wordt de werkgever hiervan verwittigd in het ontvangstbewijs van de DIMONA-aangifte. Dit betekent niet dat de tewerkstelling niet meer is toegestaan, maar wel dat op het loon voor de uren waarmee het contingent wordt overschreden gewone bijdragen zullen worden berekend.

Gevolgen in geval van een laattijdige DIMONA

De werkuren die laattijdig worden aangegeven via een DIMONA ‘student’ zullen niet worden gereserveerd in het contingent van 475 uren. Bovendien zullen op het loon voor die uren in principe gewone socialezekerheidsbijdragen worden ingehouden.

Herinnering: informatie over het contingent van 475 arbeidsuren

Als de werkgever een student aanwerft met een studentenovereenkomst, is hij verplicht een specifieke DIMONA-aangifte voor studenten uit te voeren. Daarin moet hij met name het aantal uren tewerkstelling per kwartaal vermelden zoals voorzien in de studentenovereenkomst. Dit gegeven vormt de basis van een teller voor het contingent van 475 uren. De student kan die raadplegen via de onlinetoepassing 'student@work', die beschikbaar is op de website https://www.studentatwork.be.

In de praktijk kan de student inloggen met zijn elektronische identiteitskaart of een token. Aan de hand van de toepassing kan hij het aantal resterende uren van het contingent van 475 uren raadplegen, de gewerkte periodes bekijken zoals voorzien in de studentenovereenkomst die gesloten werd met één of meerdere werkgevers en het saldo van de arbeidsuren nakijken.

Via deze toepassing kan de student ook een attest afdrukken voor een potentiële werkgever, met vermelding van het aantal resterende uren in het contingent van 475 uren op een bepaalde datum. Met dat attest kan de werkgever kennisnemen van het aantal uren tewerkstelling waarover hij nog kan beschikken binnen de grenzen van het contingent van 475 uren vóór hij een studentenovereenkomst sluit met de jongere. Op het attest is trouwens een code vermeld waarmee de werkgever kan inloggen op de teller van de student om het aantal resterende uren op het tijdstip van de raadpleging te kennen.

Belangrijk!

1. De uren die als student (onder Dimona ‘STU’) werden gewerkt in het 2e kwartaal 2020 (van 1 april tot 30 juni 2020) worden geneutraliseerd. Deze uren worden met andere woorden niet afgetrokken van het quotum van 475 uren.

Meer infos? Coronavirus: neutralisering teller ‘studentenarbeid’ 2e kw.

2. De werkgever die iemand bij de RSZ wil aangeven met toepassing van de solidariteitsbijdrage moet zich ervan vergewissen dat die persoon effectief student is. Hij kan dat doen met alle middelen, maar louter een verklaring op eer van de student of het voorleggen van (een kopie van) een studentenkaart zal door de RSZ niet als voldoende bewijs aanvaard worden. Een (kopie van een) bewijs/attest van inschrijving aan een (hoge)school of universiteit voor het lopende school- of academiejaar volstaat echter wel. De werkgever moet deze gegevens niet spontaan aan de RSZ bezorgen, maar in geval van discussie moet hij als werkgever kunnen aantonen dat het wel degelijk om een student gaat. 

Meer infos? Solidariteitsbijdrage: studentenstatuut moet worden bewezen!

De website van Partena Professional is een kanaal om informatie in een begrijpelijke vorm ter beschikking te stellen aan aangesloten leden en niet-leden.

Partena Professional streeft er naar actuele informatie aan te bieden en deze informatie wordt met de grootste zorg samengesteld (onder andere in de vorm van Infoflashes).

Maar aangezien de sociale en fiscale wetgeving voortdurend in beweging is, kan Partena Professional geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden inzake de juistheid, het up-to- date zijn of de volledigheid van de informatie die via deze website werd geraadpleegd of uitgewisseld.

Verdere bepalingen kunnen worden nagelezen in onze algemene disclaimer die van toepassing is bij elke raadleging van deze website. Door deze website te raadplegen, aanvaardt u uitdrukkelijk de bepalingen van deze disclaimer. Partena Professional kan de inhoud van deze disclaimer eenzijdig wijzigen.