Sector van de bouwplaatsen: nieuwe verplichting tot elektronische aanwezigheidsregistratie

Auteur: Anne Ghysels
Datum:

Er zijn twee wijzigingen met betrekking tot de verplichtingen voor de sector van de bouwplaatsen:

  • De aangifte van de werken sinds 1 januari 2014 (zie hieromtrent onze Infoflash van 11 maart 2014);
  • De registratie van aanwezigheden vanaf 1 april 2014.

In deze Infoflash gaan we dieper in op de tweede verplichting.

De wet van 8 december 2013 geeft concreet vorm aan de verplichting tot aanwezigheidsregistratie van de personen die aanwezig zijn op de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen. Als maatregel ter bestrijding van fraude moet het duidelijk zijn wie aanwezig is op de bouwplaats, op welk tijdstip, voor wie er gewerkt wordt en onder welk statuut (werknemer of zelfstandige).

Onder 'tijdelijke of mobiele bouwplaatsen' verstaan we elke plaats waar de werken worden uitgevoerd beoogd in artikel 30bis §1 1°a) van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, meer bepaald: waterbouwkundige, zee- en stroomwerken, grondwerken, slopingswerken, metsel- en betonwerken, leggen van kabels en diverse leidingen, voegwerken, timmer- en schrijnwerk en metalen schrijnwerk, dakbedekking en isolatie tegen vochtigheid, thermische en/of geluidsisolatie, plaatsing van prefabelementen, plaatsen van houten voorwerpen of producten, glaswerken, stukadoorswerken, werken die verband houden met het schilderen, stofferen en behangen, restauratiewerken, steen- en marmerwerken, muur- en grondbekledingswerken (met uitzondering van hout), sanitaire installaties, centrale verwarming, loodgieters- en zinkwerk, aanleg van buizen en leidingen, installatie van steigers, metaalconstructies en metalen kunstwerken, wegenwerken, bouw van niet-metalen kunstwerken, spoorlijnwerken, elektrotechnische werken, aanleg en onderhoud van diverse terreinen, landbouwwerken, schoonmaak- en onderhoudswerken, speciale installaties. 

De nieuwe verplichting geldt uitsluitend voor de bouwplaatsen waar werken worden uitgevoerd  waarvan het totale bedrag exclusief btw gelijk is aan of hoger ligt dan € 800.000.

De RSZ verduidelijkt op zijn website 'checkin@work' (https://www.socialsecurity.be/site_nl/employer/infos/checkinatwork/what.htm) dat het bedrag van € 800.000 exclusief btw bepaald wordt door alle begrote werken in aanmerking te nemen die door aannemers werden uitgevoerd op basis van contracten gesloten met een en dezelfde opdrachtgever, zelfs als die werken in afzonderlijke loten zijn opgesplitst.  

Volgende personen moeten geregistreerd worden zodra ze aanwezig zijn op een van de hierboven beschreven bouwplaatsen:

  • de werkgevers en zelfstandigen die in de hoedanigheid van aannemer of onderaannemer activiteiten verrichten tijdens de uitvoering van de verwezenlijking van het bouwwerk;
  • de werknemers die opdrachten uitvoeren voor de hierboven bedoelde werkgevers;
  • de bouwdirectie belast met het ontwerp, de uitvoering en/of de controle op de uitvoering;
  • de coördinator inzake veiligheid en gezondheid tijdens de uitwerkingsfase van het ontwerp en/of tijdens de verwezenlijking van het bouwwerk.

De registratie bevat:

  •  de identificatiegegevens van de natuurlijke persoon (rijksregisternummer of nummer van het ontvangstbewijs L1 voor buitenlandse werknemers (zelfstandige of werknemer));
  • het adres of de geografische omschrijving van de ligging van de bouwplaats;
  • de hoedanigheid waarin de natuurlijke persoon prestaties verricht op de bouwplaats (werknemer, zelfstandige, bouwdirectie, werkgever, coördinator, ...);
  • de identificatiegegevens van de werkgever wanneer de persoon die de registratie doet een werknemer is (ondernemingsnummer);
  • wanneer de natuurlijke persoon het statuut van zelfstandige heeft, de identificatiegegevens van de natuurlijke persoon of rechtspersoon in wiens opdracht een werk wordt uitgevoerd;
  • het identificatienummer van de melding van werken bedoeld in artikel 30bis;
  • het tijdstip van de registratie.

Voor elke tijdelijke of mobiele bouwplaats in kwestie moet de aanwezigheid van elke natuurlijke persoon, zoals hierboven beschreven, geregistreerd worden:

  1. ofwel door middel van een elektronisch aanwezigheidsregistratiesysteem dat het volgende bevat:
    • een gegevensbank beheerd door de RSZ voor rekening van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg;
    • een registratieapparaat om 'on line' gegevens te verzamelen;
    • een registratiemiddel om de identiteit te bewijzen van de persoon die de registratie doet (de elektronische identiteitskaart of verblijfskaart)
  2. ofwel door middel van een ander systeem (= alternatief systeem) dat gebruikt wordt door of ter beschikking gesteld wordt aan de onderaannemers, indien dit apparaat gelijkwaardige waarborgen biedt als het hierboven beschreven elektronisch aanwezigheidsregistratiesysteem. Met dat andere systeem kunnen registraties vanop afstand en vooraf gedaan worden via de interface die de RSZ ter beschikking stelt.

De bouwdirectie belast met de uitvoering moet het onder a) beschreven registratiesysteem ter beschikking stellen (d.w.z. leveren, plaatsen en toezien op de goede werking van het registratieapparaat) van de aannemers waarop zij een beroep doet, tenzij er onderling werd overeengekomen het alternatieve systeem te gebruiken.  

De aannemer moet het zelf ter beschikking stellen van zijn onderaannemers enzovoort in de onderaannemingsketen.

De werkgever is verantwoordelijk voor deze registratie door zijn werknemers: hij moet hen het registratiemiddel afleveren dat compatibel is met het op de bouwplaats gebruikte registratieapparaat.

De bouwdirectie belast met de uitvoering, de aannemer of de onderaannemer die een beroep doet op een zelfstandige ziet erop toe dat dit registratiemiddel aan deze zelfstandige wordt afgeleverd. 

Als er een beroep gedaan wordt op uitzendkrachten berust de verplichting bij de gebruiker en niet bij het uitzendbureau.

De elektronische aanwezigheidsregistratie kan al dan niet op de bouwplaats gebeuren. Gebeurt de registratie niet op de bouwplaats, dan moet het alternatieve registratiesysteem dezelfde waarborgen bieden als bij een registratie die op de bouwplaats zou zijn gebeurd.

De aanwezigheidsregistratie moet onmiddellijk (d.w.z. voor de bedoelde persoon de bouwplaats betreedt) en dagelijks gebeuren.

De registratie kan ook anticipatief zijn (maximaal 31 kalenderdagen voor de bedoelde persoon op de bouwplaats aanwezig is) als ze plaatsvindt door middel van een alternatief systeem zoals hierboven bedoeld.

De RSZ stuurt een ontvangstbewijs naar het registratieapparaat na registratie van de gegevens.

De sociale inspecteurs en de inspecteurs van de instellingen van sociale zekerheid mogen de gegevens die opgenomen zijn in het registratiesysteem raadplegen, onderling uitwisselen en gebruiken in het kader van hun opdracht.

De inspectiediensten die als taak hebben na te gaan of de aanwezigheidsregistratie correct gebeurde, zijn de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten en de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, de Algemene Directie Sociale Inspectie van de FOD Sociale Zekerheid, de RSZ, de RVA, het Fonds voor Arbeidsongevallen, het Fonds voor Beroepsziekten, het RSVZ, het RIZIV, de RJV, de RKW, de RVP, de RSZPPO.  

Loopt het risico van sancties (strafrechtelijke of administratieve boetes):

  • elke persoon die zijn aanwezigheid niet onmiddellijk en dagelijks registreert;
  • de bouwdirectie belast met de uitvoering, de aannemer of ondernemer die zijn verplichtingen niet nakomt;
  • de werkgever die geen registratiemiddel ter beschikking stelt van zijn werknemers dat compatibel is met het op de bouwplaats gebruikte registratieapparaat. 

De sanctie kan verzwaard worden wanneer de inbreuk gezondheidsschade of een arbeidsongeval tot gevolg heeft gehad voor een werknemer.

De boete wordt vermenigvuldigd met het aantal personen waarvoor de inbreuk werd begaan.

De registratie van de aanwezigheden zal verplicht zijn vanaf 1 april 2014.

De sancties treden in werking op 1 oktober 2014.

Bronnen:

Wet van 27 december 2012 tot invoering van de elektronische registratie van aanwezigheden op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, B.S, 31.12.2012;

Nationale Arbeidsraad, advies nr. 1875 van 26 november 2013, Invoering van een elektronisch systeem van registratie van personen op tijdelijke en mobiele werkplaatsen – Uitvoerings-KB’s;

Wet van 8 december 2013 tot wijziging van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en tot aanpassing van de bepalingen van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk die betrekking hebben op de voorafgaande aangifte en de registratie van aanwezigheden voor wat de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen betreft, B.S. 20.12.2013;

Koninklijk Besluit van 11 februari 2014 tot uitvoering van de artikelen 31ter, § 1, tweede lid en § 3, eerste lid, 31quinquies, vierde lid, 31sexies, § 2, derde en vierde lid en 31septies, derde lid van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en van artikel 13 van de wet van 27 december 2012 tot invoering van de elektronische registratie van aanwezigheden op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, B.S. 21.02.2014;

Koninklijk Besluit van 11 februari 2014 tot uitvoering van de artikelen 31ter en 31quater van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 28 augustus 2002 tot aanwijzing
van de ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en de uitvoeringsbesluiten ervan, B.S. 21.02.2014.

Auteur: Anne Ghysels

24/03/2014