Scholingsbeding: versoepeling van de voorwaarde betreffende het type opleiding

Auteur: Catherine Mairy
Datum:

De werkgever en de werknemer kunnen onder bepaalde voorwaarden een scholingsbeding sluiten.

De wet van 7 april 2019 betreffende de sociale bepalingen van de jobsdeal versoepelt vanaf 29 april 2019 de voorwaarde die betrekking heeft op het type opleiding.

Ter herinnering

Het scholingsbeding is het beding waarmee de werknemer zich ertoe verbindt een gedeelte van de opleidingskosten terug te betalen die hij geniet op kosten van de werkgever ingeval hij vertrekt voor het einde van de toepassingsperiode van het beding.

Het moet schriftelijk worden vastgesteld (in overeenstemming met de taalvoorschriften) en het moet worden opgesteld uiterlijk op het tijdstip waarop de opleiding van start gaat.

Voorwaarden

Het scholingsbeding kan alleen worden gesloten wanneer aan bepaalde voorwaarden voldaan is.

De opleiding mag niet voortvloeien uit een wettelijke of reglementaire bepaling om het beroep waarvoor de werknemer werd aangeworven uit te oefenen. Aan deze voorwaarde moet voortaan niet meer voldaan worden wanneer het beding betrekking heeft op een opleiding voor een beroep dat of een functie die voorkomt op de lijsten van knelpuntberoepen of moeilijk in te vullen functies van de Gewesten, waarbij de plaats van tewerkstelling bepaalt welke lijst van toepassing is.

De andere voorwaarden blijven ongewijzigd:

  • de arbeidsovereenkomst die de werkgever en de werknemer bindt moet voor onbepaalde tijd gesloten zijn;
  • het brutojaarloon van de werknemer moet € 34.819 (in 2019) overschrijden, behalve indien het beding betrekking heeft op een opleiding voor een beroep dat of een functie die voorkomt op de lijsten van knelpuntberoepen of moeilijk in te vullen functies van de Gewesten, waarbij de plaats van tewerkstelling bepaalt welke lijst van toepassing is (zie lnfoflash van 13.11.2018);
  • de opleiding moet specifiek zijn;
  • de opleiding moet minstens 80 uur duren of, zo niet, een waarde hebben die minstens gelijk is aan het dubbele van het gemiddeld minimum maandinkomen vastgesteld voor de werknemers van 21 jaar en ouder bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten door de Nationale Arbeidsraad.

Bron: wet van 7 april 2019 betreffende de sociale bepalingen van de jobsdeal, BS 19 april 2019.