De wet betreffende werkbaar en wendbaar werk - Loopbaansparen

Auteur: Brigitte Dendooven
Datum:

Loopbaansparen is een nieuw concept: het laat een werknemer van de privésector toe om tijd te sparen om dat later tijdens zijn loopbaan als verlof op te nemen. Deze maatregel kadert in de vermindering van de arbeidstijd en/of einde loopbaan.

Keuze

Tijd sparen is een mogelijkheid die aan de werknemer wordt opengelaten: hij kan niet verplicht worden om aan een dergelijk systeem deel te nemen.

De werkgever is op zijn beurt in geen geval verplicht om een dergelijk systeem in zijn onderneming in te voeren.

De bepalingen met betrekking tot het loopbaansparen zullen in werking treden 6 maanden na de inwerkingtreding van de wet betreffende werkbaar en wendbaar werk, hetzij uiterlijk op 1 augustus 2017, behalve indien de NAR binnen deze periode van 6 maanden een collectieve arbeidsovereenkomst over het loopbaansparen afsluit.

Een koninklijk besluit kan deze wachtperiode overigens verlengen met maximum 6 maanden.

Wat kan men sparen?

De werknemer kan ‘tijd’ sparen, meer concreet:

  • de 100 (360) vrijwillige overuren per jaar die niet gerecupereerd dienen te worden (nieuw artikel 25 bis van de arbeidswet van 16 maart 1971);
  • de conventionele verlofdagen toegekend door een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de sector of de onderneming die vrij kunnen worden opgenomen door de werknemer;
  • het aantal uren dat meer werd gepresteerd dan de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur en dat op het einde van de referentieperiode kan overgedragen worden indien er glijdende werktijden worden toegepast overeenkomstig artikel 20ter van de arbeidswet van 16 maart 1971;
  • de overuren die het gevolg zijn van een buitengewone vermeerdering van het werk of een onvoorziene noodzakelijkheid waarvoor de werknemer kiest om ze niet in te halen overeenkomstig artikel 26bis, §2bis van de arbeidswet van 16 maart 1971.

De dagen arbeidsduurvermindering kunnen niet worden gespaard, de wettelijke dagen van jaarlijkse vakantie en de conventionele feestdagen waarvan de datum vast is evenmin.

Een koninklijk besluit kan de werknemer ook toelaten om geldpremies (bv. eindejaarspremies) te sparen. Er moet ook bepaald worden hoe de geldpremies achtereenvolgens in tijd en loon omgezet kunnen worden en ook welke de gevolgen zijn op het vlak van de sociale zekerheid.

Invoering

Het loopbaansparen kan ingevoerd worden door een collectieve arbeidsovereenkomst in de sector.

Bij gebrek hieraan, kan het loopbaansparen ingevoerd worden door een collectieve arbeidsovereenkomst in de onderneming mits de volgende procedure wordt nageleefd:

  • de organisatie die is vertegenwoordigd in het betreffende paritaire comité of een individuele onderneming moet de kwestie aanhangig maken bij de voorzitter van het bevoegde paritaire comité.
  • sinds deze aanhangigmaking moet een termijn van 6 maanden zijn verstreken.

De collectieve arbeidsovereenkomst (in de sector of de onderneming) moet drie zaken regelen die het kader van het loopbaansparen vormen:

  • welke tijdsperiodes de werknemer kan sparen;
  • binnen welke periode medewerkers de tijdselementen kunnen opsparen;
  • de manier waarop werknemers tijd kunnen opnemen.

Los van deze drie punten, moet het volgende worden vastgelegd:

  • de waardering van het spaartegoed;
  • het beheer van het loopbaansparen en de garanties voor de werknemers die aan loopbaansparen doen. Dit kan door de werkgever zelf beheerd worden (met de vereiste betalingsgaranties), door een externe instelling of door het fonds voor bestaanszekerheid;
  • de modaliteiten voor het beheer van het loopbaansparen wanneer de onderneming in vereffening gaat;
  • de overdraagbaarheid van het spaartegoed tussen verschillende werkgevers die tot dezelfde sector behoren en wanneer het kader van het loopbaansparen is vastgelegd door een collectieve arbeidsovereenkomst in de sector.

Opm.: De werknemer zal recht hebben op de volledige betaling van zijn spaartegoed wanneer zijn overeenkomst beëindigd wordt en wanneer de collectieve arbeidsovereenkomst in de sector de overdraagbaarheid van het spaartegoed heeft mogelijk gemaakt.

Bron: artikelen 33 tot 39 van de wet van 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk, B.S. 15 maart 2017

Voor informatie in verband met de andere maatregelen, zie hier voor een compleet overzicht

Auteur: Brigitte Dendooven

04/04/2017