Voorheffing van seizoenarbeiders niet-inwoners in de land- of tuinbouwsector

Auteur: Isabelle Caluwaerts (Legal Expert)
Datum:

De wet van 21 januari 2022 houdende diverse fiscale bepalingen heeft de mogelijkheid ingevoerd om de bedrijfsvoorheffing die verschuldigd is op bezoldigingen van seizoenarbeiders niet-inwoners in de land- of tuinbouwsector bevrijdend te maken. Om voor dit stelsel in aanmerking te komen, moeten bepaalde formaliteiten in acht worden genomen.

Welk tarief van bedrijfsvoorheffing is van toepassing op seizoenarbeiders niet-inwoners?

De bezoldigingen van seizoenarbeiders niet-inwoners in de land- of tuinbouwsector zijn in principe onderworpen aan 18,725 % bedrijfsvoorheffing (zonder vermindering).

Dit tarief is van toepassing op:

•     de bezoldigingen voor prestaties als gelegenheidswerknemer niet-inwoner in de land- of tuinbouw (werknemers bedoeld in artikel 8bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders);

•     de eindejaarspremie en de getrouwheidspremie die door het Waarborg- en Sociaal Fonds voor het tuinbouwbedrijf wordt toegekend aan de hierboven bedoelde seizoenarbeider niet-inwoner;

•     de bezoldigingen voor prestaties als arbeider niet-inwoner in de land- of tuinbouw uitgevoerd in het kader van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur of voor een duidelijk omschreven werk van maximaal 6 opeenvolgende kalenderweken onmiddellijk aansluitend op een tewerkstelling als gelegenheidsarbeider in de land- of tuinbouw bij dezelfde werkgever, en het vakantiegeld dat daarop betrekking heeft.

Bevrijdende voorheffing?

Artikel 7 van de wet van 21 januari 2022 houdende diverse fiscale bepalingen heeft de mogelijkheid ingevoerd om sinds het aanslagjaar 2022 de bedrijfsvoorheffing die verschuldigd is op bezoldigingen van de seizoenarbeider niet-inwoner in de land- en tuinbouwsector (inkomsten 2021) bevrijdend te maken.

Voorheffing wordt "bevrijdend" genoemd wanneer de begunstigde van de inkomsten die aan deze voorheffing is onderworpen, niet meer verplicht is deze in zijn belastingaangifte te vermelden. Het gaat om een mogelijkheid, niet om een verplichting. Dit betekent dat de werknemer die van deze mogelijkheid gebruik maakt, alleen de fiscale last van de voorheffing als belasting draagt en is vrijgesteld van latere aangifte.  

Wat meer bepaald de inkomsten van de seizoenarbeider in de land- en tuinbouw betreft die inwoner is van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, gaat het om een facultatief stelsel aangezien hij ook ervoor kan opteren zijn inkomsten te regulariseren via een belastingaangifte voor niet-inwoners.

Het stelsel van de bevrijdende voorheffing is echter alleen van toepassing wanneer de belastingplichtige en, desgevallend, zijn echtgenoot tijdens het betrokken belastbare tijdperk in België geen andere dan de hiervoor vermelde inkomsten hebben behaald of verkregen die moeten worden aangegeven en geregulariseerd in de belasting van niet-inwoners.

Formaliteiten voor de werknemer

De seizoenarbeider die gebruik wenst te maken van het stelsel van bevrijdende voorheffing, moet in principe aan zijn werkgever een door de fiscale administratie van zijn woonplaats uitgereikte woonplaatsverklaring bezorgen, uiterlijk op de dag van de eerste betaling door die werkgever van bezoldigingen.

Gelet op de mogelijke problemen die de arbeider kan ondervinden om een door zijn fiscale administratie uitgereikte woonplaatsverklaring te bekomen en deze binnen de wettelijke termijn aan zijn werkgever te bezorgen, wordt toegestaan dat een verklaring die zijn officiële woonplaats vaststelt mag worden verstrekt door een andere overheidsinstantie dan de fiscale administratie, voor zover die overheidsinstantie bevoegd is om de burgerlijke woonplaats vast te stellen.

Een dergelijke verklaring moet worden bezorgd voor elke overeenkomst voor seizoenarbeid in de land- of tuinbouw en is verplicht vanaf het aanslagjaar 2023 (inkomsten 2022).

Formaliteiten voor de werkgever

De wettekst verplicht de werkgever om vóór 1 maart van het jaar volgend op het inkomstenjaar via elektronische weg een afschrift van de woonplaatsverklaring te bezorgen aan de fiscale administratie.

Om pragmatische redenen en om de administratieve formaliteiten voor de werkgever te verlichten, aanvaardt de fiscus dat de werkgever de woonplaatsverklaringen ter beschikking houdt van de Belgische fiscale administratie en deze op elk verzoek overmaakt.

Fiche 281.10 bevat een nieuw vak dat toelaat te vermelden dat de bezoldigingen betrekking hebben op een seizoenarbeider niet-inwoner in de land- of tuinbouw onderworpen aan de bevrijdende bedrijfsvoorheffing.

Bronnen: Koninklijk Besluit van 9 december 2021 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing, B.S. 23 december 2021, Wet van 21 januari 2022 houdende diverse fiscale bepalingen, B.S. 28 januari 2022  Bericht aan de werkgevers die bezoldigingen betalen aan arbeiders die niet-inwoner zijn en als seizoenarbeiders in de land- en tuinbouw werken, B.S. 9 maart 2022

De website van Partena Professional is een kanaal om informatie in een begrijpelijke vorm ter beschikking te stellen aan aangesloten leden en niet-leden.

Partena Professional streeft er naar actuele informatie aan te bieden en deze informatie wordt met de grootste zorg samengesteld (onder andere in de vorm van Infoflashes).

Maar aangezien de sociale en fiscale wetgeving voortdurend in beweging is, kan Partena Professional geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden inzake de juistheid, het up-to-date zijn of de volledigheid van de informatie die via deze website werd geraadpleegd of uitgewisseld.

Verdere bepalingen kunnen worden nagelezen in onze algemene disclaimer die van toepassing is bij elke raadpleging van deze website. Door deze website te raadplegen, aanvaardt u uitdrukkelijk de bepalingen van deze disclaimer. Partena Professional kan de inhoud van deze disclaimer eenzijdig wijzigen.