Voordelen aangeboden door een buitenlandse onderneming aan werknemers van haar belgische filiaal: herhaling en update

Auteur: Yves Stox
Datum:

De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) heeft haar interpretatie van de berekeningsbasis voor socialezekerheidsbijdragen aangepast. In haar administratieve instructies van september 2018 heeft de RSZ de interpretatie van het begrip ‘loon’ uitgebreid. Buitenlandse ondernemingen die voordelen aanbieden aan werknemers van hun Belgische filiaal zullen door deze bredere interpretatie van het loonbegrip worden geconfronteerd met een stijgende loonkost. Momenteel is er nog geen wetswijziging in voorbereiding. Niettemin kan men de juridische onderbouw van deze nieuwe positie van de RSZ in vraag stellen. De interpretatie geldt voor alle soorten voordelen, inclusief voor de op aandelen gebaseerde verloning.

BEREKENINGSBASIS VOOR SOCIALEZEKERHEIDSBIJDRAGEN: ‘LOON’, EEN COMPLEXE DEFINITIE

Belgische socialezekerheidsbijdragen worden berekend op basis van het loon van de werknemer. Als loon wordt beschouwd:

  1. elk voordeel of elke andere in geld waardeerbare bezoldiging;
  2. waarop de werknemer recht heeft ingevolge zijn dienstbetrekking;
  3. ten laste van de werkgever.

De werkgever moet geen socialezekerheidsbijdragen inhouden en betalen indien een van de bovenvermelde elementen niet is vervuld.

DE OPEENVOLGENDE POSITIES VAN DE RSZ

Een voordeel is ten laste van de werkgever wanneer de wettelijke werkgever de financiële kost van het voordeel draagt. Dit kan het geval zijn wanneer de werkgever zelf het voordeel betaalt, maar ook wanneer een andere onderneming de financiële kost van het voordeel doorrekent aan de eigenlijke werkgever.

Wat betreft het element ‘ten laste van de werkgever’ heeft de RSZ eerder gesteld dat de socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn wanneer de (Belgische) wettelijke werkgever hetzij de financiële kost draagt (ook wanneer deze door een andere onderneming worden doorgerekend), hetzij het aanspreekpunt is waarnaar de werknemer zich moet richten om het voordeel op te eisen wanneer het niet wordt toegekend (door de in het buitenland gevestigde moedermaatschappij).

De RSZ verruimt zijn interpretatie door te stellen dat elk voordeel onderworpen is aan socialezekerheidbijdragen wanneer de aanspraak van de werknemer het resultaat is van

  • ofwel de arbeidsprestaties die worden geleverd in het kader van de arbeidsovereenkomst die met de werkgever werd afgesloten,
  • ofwel verband houdt met de functie die de werknemer bij de werkgever uitoefent.

VOLGENDE STAPPEN

Ondernemingen zouden hun op aandelen gebaseerde verloningsplannen onder de loep moeten nemen om te bekijken hoe ze onder de Belgische wetgeving worden gekwalificeerd.

  • Het voordeel van aandelenopties die vanaf 1 januari 1999 worden toegekend en aanvaard binnen een periode van 60 dagen is vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen, behalve wanneer de opties worden aangeboden met een korting of het risico is gedekt door de werkgever.

Door de ruimere interpretatie van de berekeningsbasis voor de socialezekerheidsbijdragen zouden ondernemingen hun positie zorgvuldig moeten herbekijken in het licht van de volgende elementen:

  • Er zullen socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn wanneer de kost door het Belgisch filiaal / de werkgever wordt gedragen.
  • Zelfs als er niet zo’n doorrekeningsmechanisme bestaat, dan zal de RSZ socialezekerheidsbijdragen claimen indien:
    • Ofwel de toekenning verband houdt met de beroepsactiviteiten van de betreffende werknemers (bv. het voordeel houdt verband met de individuele prestaties van de werknemer);
    • Ofwel de voordelen betrekking hebben op de positie of de functie van de werknemer bij de werkgever (bv. toekenningsvoorwaarde die bepaalde werknemerscategorieën uitsluit).

VAKANTIEGELD

Ondernemingen moeten niet enkel de werkgeversbijdragen in aanmerking nemen (25% basisbijdrage). In de regel is ook vakantiegeld verschuldigd. Het enkel en dubbel vakantiegeld op een variabel loon bedraagt 15.67%. In zeer specifieke situaties is geen vakantiegeld verschuldigd.

AANKOMENDE WIJZIGINGEN IN DE BEDRIJFSVOORHEFFING – START: WELLICHT 1 MAART 2019

De Belgische regering voorziet in een uitbreiding van de bedrijfsvoorheffingsplicht naar voordelen die door een buitenlandse onderneming worden toegekend aan werknemers van haar Belgische filiaal. Er werd een wetsontwerp ingediend bij het Parlement, maar dat is nog niet aangenomen.

Deze maatregel zou initieel in werking treden op 1 januari 2019. De regeringspartijen dienden recent echter een amendement in om de inwerkingtreding uit te stellen tot 1 maart 2019.

NEEM CONTACT MET ONS OP

We raden u aan om u te laten begeleiden en de impact van de nieuwe positie van de RSZ en het veranderende speelveld te laten onderzoeken. Neem gerust contact met ons op voor meer informatie. U kan uw vragen sturen naar legalpartners@partena.be.