Vlottere toegang tot de arbeidsmarkt voor Kroaten en langdurig ingezetenen

Auteur: Peggy Criel
Datum:

Tot en met 30 juni 2015 moest een werkgever bij een tewerkstelling van Kroaten in het bezit zijn van een arbeidsvergunning. Aan deze verplichting komt nu een einde. Ook de regels voor de tewerkstelling van onderdanen met de status van langdurig ingezetene van derde landen werden aangepast zodat ook zij een vlottere toegang krijgen tot de Belgische arbeidsmarkt.

Tewerkstelling van Kroaten

Principe

Binnen de Europese Unie geldt een principe van vrij verkeer van werknemers voor onderdanen van de lidstaten. Dit betekent dat een onderdaan van een lidstaat (en onder bepaalde voorwaarden sommige van zijn bloed- en aanverwanten) vrijgesteld is van de verplichting tot het verkrijgen van een arbeidskaart en zijn werkgever vrijgesteld is tot het verkrijgen van een arbeidsvergunning om toegang te krijgen tot de Belgische arbeidsmarkt.

De lidstaten hebben echter de mogelijkheid om in een overgangsfase het vrij verkeer van werknemers uit nieuwe lidstaten geheel of gedeeltelijk te beperken, dit om de eigen arbeidsmarkt te beschermen.

Einde overgangsperiode

Kroatië trad op 1 juli 2013 toe tot de Europese Unie. Gedurende een periode van twee jaar waren strengere maatregelen van toepassing voor de toegang tot de Belgische arbeidsmarkt voor de Kroatische onderdanen. Zowel het Vlaamse gewest als het Waalse gewest beslisten om deze strengere maatregelen niet langer toe te passen. Vanaf 1 juli 2015 moet de werkgever dus niet langer in het bezit van een arbeidsvergunning (en de werknemer niet langer in het bezit van een arbeidskaart model B) bij de tewerkstelling van een Kroatische onderdaan.

Langdurig ingezetenen

De status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen wordt onder bepaalde voorwaarden toegekend aan onderdanen van niet E.U.-lidstaten die gedurende 5 jaar ononderbroken en legaal in een andere E.U.-lidstaat verblijven. Deze onderdanen moet in de betrokken lidstaat beschikken over een specifiek verblijfsdocument.

Voor de tewerkstelling van deze onderdanen in België is er in principe een verplichting tot het verkrijgen van een arbeidsvergunning en een arbeidskaart model B.

Tot 30 juni 2015 konden deze onderdanen werken in België onder de volgende voorwaarden:

  • De eerste 12 maanden met een arbeidskaart B zonder arbeidsmarktonderzoek in een knelpuntberoep;
  • Na 12 maanden tewerkstelling kon een nieuwe arbeidskaart voor eender welk beroep worden toegekend, zonder arbeidsmarktonderzoek.

Door het einde van de overgangsperiode voor de Kroatische onderdanen werd ook de regeling voor arbeidskaarten van langdurig ingezeten derdelanders aangepast.

Vanaf 1 juli 2015 gelden volgende regels wanneer deze derdelanders werken in België:

  • Gedurende de eerste 12 maanden blijven ze onderworpen aan de verplichting tot het verkrijgen van een arbeidskaart B zonder arbeidsmarktonderzoek voor een tewerkstelling in een knelpuntberoep;
  • Na 12 maanden ononderbroken tewerkstelling in één of meerdere knelpuntberoepen, geldt een vrijstelling tot het bekomen van een arbeidsvergunning/arbeidskaart. Deze vrijstelling geldt voor om het even welk beroep. Voor het bepalen van die ononderbroken tewerkstelling worden met arbeidsperioden gelijkgesteld: de perioden van algehele arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een beroepsziekte, een arbeidsongeval of een ongeval op de weg naar en van het werk, die zich voordeden op een moment dat betrokkene op regelmatige wijze door een in België gevestigde werkgever werd tewerkgesteld.

Ter volledigheid delen we u mee dat momenteel enkel het Vlaamse en het Waalse gewest de wettelijke bepalingen in deze materie hebben aangepast. Het besluit van het Brussels Hoofdstedelijk gewest is nog niet gepubliceerd.

Bronnen: Besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 2015 houdende wijziging van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, BS 23 juli 2015; Besluit van de Waalse Regering van 2 juli 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers wat betreft de overgangsregeling die van toepassing is op de onderdanen van de nieuwe lidstaten van de Europese Unie en wat betreft de toegang tot de arbeidsmarkt voor de onderdanen van derde landen die langdurig in een andere lidstaat verblijven, BS 15 juli 2015.

Auteur: Peggy Criel

27/08/2015