Vlaamse kinderopvang: wat verandert er vanaf 1 april 2014?

Auteur: Leen Lafourt
Datum:

Sinds 1 april 2014 zijn er verschillende wijzigingen in werking getreden wat betreft de Vlaamse kinderopvang. In deze infoflash beschrijven wij deze veranderingen om daarna concreet in te gaan op de gevolgen voor de werkgevers in de sector.

Vergunde opvang

Het onderscheid tussen kinderopvang met attest van toezicht en de erkende en/of gesubsidieerde kinderopvang verdwijnt waardoor alle opvang vergunde opvang wordt. Louter gemelde opvang is niet langer mogelijk. Wie een attest van toezicht, erkenning of toestemming heeft, krijgt op 1 april automatisch de vergunning. Ook de subsidies worden automatisch omgezet.

Wie vanaf 1 april 2014 kinderopvang wenst te organiseren, dient over een vergunning van Kind en Gezin te beschikken. Kind en Gezin zal een dergelijke vergunning toekennen (voor gezinsopvang, voor groepsopvang of voor opvang aan huis) wanneer blijkt dat de organisator voldoet aan de startvoorwaarden (voorwaarden m.b.t. infrastructuur, veiligheid en gezondheid, brandveiligheidsvoorschriften, …).

Subsidies

De organisator van kinderopvang met een vergunning kan vervolgens een subsidie aanvragen bij Kind en Gezin. De bedoeling van het nieuwe decreet is de toegang tot subsidies voor iedereen gelijk te maken en te werken volgens een trapsysteem.

Hierna volgt een beknopt overzicht van de verschillende subsidies en de hieraan gekoppelde voorwaarden. Voor meer gedetailleerde informatie en indien u bijkomende vragen heeft met betrekking tot deze materie, raden wij u aan rechtstreeks contact op te nemen met Kind en Gezin (www.kindengezin.be).

  • Trap 1: Basissubsidie
    Voor kinderopvang
    • met 220 openingsdagen;
    • en met actieve taalkennis van het Nederlands voor de kinderbegeleiders en het gebruik van het Nederlands in de werking van de kinderopvanglocatie.
  • Trap 2: Subsidie voor inkomenstarief
    Voor kinderopvang
    • die voldoet aan de voorwaarden om recht te hebben op een basissubsidie;
    • waarvoor de gezinnen betalen op basis van het inkomen;
    • en waar gezinnen die beantwoorden aan bepaalde kenmerken bij voorrang toegang krijgen tot de kinderopvang (absolute voorrang voor de werksituatie, nl. werkzoekenden, behoud van werk of volgen van een beroepsgerichte opleiding; daarnaast voorrang voor alleenstaanden, gezinnen met een laag inkomen, pleegkinderen, broertjes en zusjes).

Bijkomende voorwaarde in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: voorrang aan kinderen waarvan minstens 1 ouder het Nederlands voldoende machtig is en dit ten belope van maximum 55 % van hun opvangcapaciteit.

  • Trap 3: Plussubsidie
    Voor kinderopvang
    • die voldoet aan de voorwaarden om recht te hebben op de basissubsidie en op de subsidie voor inkomenstarief;
    • die kwetsbare gezinnen ondersteunt;
    • en waar kinderen van deze gezinnen voorrang krijgen.
  •  Subsidie inclusieve kinderopvang
    Voor inclusieve opvang van kinderen met een specifieke zorgbehoefte samen met kinderen zonder specifieke zorgbehoefte.

Het aanvragen van een subsidie is echter geenszins een verplichting. Kinderopvang met vergunning zonder subsidie blijft dus nog steeds mogelijk.

In functie van de gewijzigde regelgeving bereiden de sociale partners binnen het PC 331 een bijzondere CAO voor alsook de aanpassing van verscheidene bestaande CAO’s. In afwachting wijzigt er voorlopig niets op het vlak van de toe te passen CAO’s en lonen.

Naar aanleiding van de inwerkingtreding van bovenvermelde wijzigingen, verscheen er op 26 maart 2014 een bericht in het Belgisch Staatsblad van Minister van Werk, Monica De Coninck, waarin zij haar beslissing aankondigt om het bevoegdheidsgebied van het PC 331 voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector te wijzigen. De kinderkribben, peutertuinen, diensten voor onthaalouders, diensten voor thuisopvang van zieke kinderen en buitenschoolse kinderopvang zal vervangen worden door de benaming ‘organisatoren van buitenschoolse opvang’. Daarnaast zal dit PC eveneens bevoegd worden voor:

  • de organisatoren van buitenschoolse opvang die een attest van toezicht hebben van de bevoegde instelling van de Vlaamse Gemeenschap;
  • de organisatoren van kinderopvang voor baby’s en peuters die vergund zijn door de bevoegde instellingen van de Vlaamse Gemeenschap.

Deze wijzigingen zullen pas in werking treden wanneer er hierover een Koninklijk Besluit gepubliceerd wordt.

Wij houden u uiteraard op de hoogte van zodra wij over bijkomende informatie beschikken.

Bronnen: Kind en Gezin (www.kindengezin.be); Decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters, B.S. 15 juni 2012; Bericht betreffende een nieuwe regeling van de werkingssfeer van een paritair comité, B.S. 26 maart 2014.

Auteur: Leen Lafourt

11/04/2014