TIJDSKREDIET EN BIJKOMENDE UREN

Auteur: Brigitte Dendooven
Datum:

Een werknemer die tijdskrediet of thematisch verlof neemt, schorst zijn prestaties volledig of gedeeltelijk.
Tijdens de periode dat de werknemer dit tijdskrediet of thematisch verlof neemt, kan hij in principe onderbrekingsuitkeringen genieten ten laste van de RVA.
Een werknemer die zijn prestaties verminderd heeft, wordt een deeltijdse werknemer die bijkomende uren of zelfs overuren kan presteren.

Maar kan dat zomaar zonder dat zijn tijdskrediet of thematisch verlof in het gedrang komt?

Bijkomende uren en overuren

Bijkomende uren zijn de uren gepresteerd boven de overeengekomen arbeidsduur van de deeltijdse werknemers, zonder evenwel de normale arbeidsduur vastgesteld door de wet of door de collectieve arbeidsovereenkomst te overschrijden. Overuren zijn de uren gepresteerd boven 9 uur per dag of 40 uur per week, of de lagere grenzen vastgelegd in een collectieve arbeidsovereenkomst (al dan niet bindend verklaard door een Koninklijk Besluit).

Sinds 1 februari 2017 moet een onderscheid worden gemaakt tussen de ‘klassieke’ bijkomende uren die gerechtvaardigd worden door een buitengewone toename van het werk of door een onvoorziene noodzakelijkheid en de ‘vrijwillige en onderhandelde’ overuren bedoeld door het nieuwe artikel 25 bis van de Arbeidswet van 16 maart 1971.

Principes die u moet hanteren

Wettelijk gezien belet er niets een werknemer met tijdskrediet (of thematisch verlof) die zijn prestaties verminderd heeft tot een halftijdse baan of met 1/5e om bijkomende uren of overuren te verrichten.

In lijn met de filosofie van het systeem (privé- en beroepsleven op elkaar afstemmen door de arbeidstijd te verminderen en daarbij ter compensatie een sociale uitkering ontvangen) en rekening houdend met de regelgeving inzake deeltijdse arbeid, moeten verschillende principes worden nageleefd.

Een overzicht hiervan zoals omschreven in de technische instructies van de RVA:

  1. Het verrichten van bijkomende uren of overuren mag niet systematisch zijn. Er moet sprake zijn van punctuele situaties of situaties van overmacht (bv. een collega vervangen die voor korte duur arbeidsongeschikt is). Deze regel is niet van toepassing op bijkomende uren of overuren in het kader van een wachtdienst vanuit thuis. Het verrichten van bijkomende uren of overuren is in veel gevallen inherent aan dit werkregime. Wel mag in dit geval geen wachtdienst worden voorzien op een moment dat samenvalt met de gebruikelijke loopbaanvermindering. Als er op andere momenten bijkomende uren of overuren worden verricht ingevolge de wachtdienst, dan moet inhaalrust worden toegekend.
  2. Het verrichten van bijkomende uren of overuren op inactiviteitsdagen eigen aan de loopbaanvermindering is slechts mogelijk met de toestemming van de werknemer.
  3. De te veel gepresteerde uren moeten tijdig (tijdens de toepasselijke referteperiode) worden gerecupereerd. Dat is afhankelijk van de overeengekomen arbeidsregeling en werkrooster.

Een deeltijdse werknemer die bijkomende uren heeft verricht, heeft, in principe, geen recht op inhaalrust. Als die werknemer echter tijdskrediet of ouderschapsverlof heeft genomen, dan moet hij onbetaalde inhaalrust opnemen. Tijdens de periode van tijdskrediet of thematisch verlof mag hij namelijk niet meer verdienen dan 50 of 80% van zijn voltijds loon.

‘Klassieke’ overuren geven recht op betaalde inhaalrust.

In ieder geval moeten bijkomende uren en ‘klassieke’ overuren gerecupereerd worden tijdens de periode van vermindering van de prestaties in het kader van tijdskrediet of thematisch verlof. De tewerkstellingsbreuk (50 of 80% van het voltijdse werkrooster) moet daarbij worden nageleefd.

Het is van essentieel belang dat ‘te veel gepresteerde’ uren worden gerecupereerd.

Daarom kan een werknemer met tijdskrediet of thematisch verlof geen ‘vrijwillige en onderhandelde’ overuren verrichten waarin voorzien wordt door artikel 25 bis van de wet van 16 maart 1971. Die uren (in principe 100 uren per kalenderjaar) worden niet gerecupereerd (typisch hiervoor), maar ze geven recht op de uitbetaling van het wettelijke overloon.

Overloon

Bepaalde bijkomende uren of ‘klassieke’ overuren geven recht op de betaling van overloon (voorzien door artikel 29 van de Arbeidswet van 16 maart 1971, 50 of 100% van het normale loon). Daardoor zou de werknemer eventueel een loon kunnen ontvangen dat hoger ligt dan zijn gemiddelde maandloon. Dat overloon kan gecumuleerd worden met onderbrekingsuitkeringen. De RVA beschouwt deze bijkomende bezoldiging niet als een inkomen uit een bijkomende activiteit als loontrekkende.    

Bron: Arbeidswet van 16 maart 1971, wettelijke bepalingen met betrekking tot tijdskrediet en thematische verloven, technische instructies van de RVA.

Auteur: Brigitte Dendooven

08/08/2017