SWT: aanpassingen van de bedragen in januari 2022

Auteur: Laurence Philippe (Legal Expert)
Datum:

De spilindex werd in december 2021 overschreden. Als gevolg daarvan worden bepaalde sociale uitkeringen in januari 2022 met 2% geïndexeerd. Dit heeft gevolgen voor de bedrijfstoeslagen die in het kader van de SWT's worden betaald.

Bovendien bepaalt de Nationale Arbeidsraad naar jaarlijkse gewoonte, in toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, of de bedrijfstoeslagen en het grensbedrag van het referteloon voor het SWT moeten worden aangepast met een coëfficiënt die gebaseerd is op de ontwikkeling van de regelingslonen.

Er is beslist om in 2022 een herwaarderingscoëfficiënt van 1,0026 toe te passen op de bedrijfstoeslagen en op het grensbedrag van het referteloon voor het SWT.

Nieuwe minimumbedragen van de werkloosheidsuitkeringen op 1 januari 2022

Vanaf 1 januari 2022 worden de minimumbedragen van de werkloosheidsuitkeringen (SWT) als volgt verhoogd:

 

Dagelijks bedrag (6 dagen/week)

Maandelijks bedrag

Gezinshoofd

€ 55,59

€ 1.445,34

Alleenstaande

€ 45,05

€ 1.171,30

Samenwonende (bedrag tot de 24e maand)

€ 40,03

€ 1.040,78

Nieuw maximumbedrag van de werkloosheidsuitkeringen op 1 januari 2022

Vanaf 1 januari 2022 bedraagt de maximale werkloosheidsuitkering (SWT) € 56,11 (ofwel € 1.458,86 per maand).

Referentieloon voor de berekening van de bedrijfstoeslag

Het plafond van het referentieloon wordt op 1 januari 2022 verhoogd als gevolg van de spilindex en de herwaarderingscoëfficiënt van 1,0026. Het plafond bedraagt nu € 4.359,59.

Impact op de bestaande bedrijfstoeslagen?

De bedrijfstoeslagen die vóór 1 januari 2022 werden toegekend, worden op 1 januari 2022 met 2% geïndexeerd. In sommige sectoren, zoals de sector van de stoffering (PC 126) of het huiden- en lederbedrijf (PC 128), vindt die indexering evenwel plaats op hetzelfde ogenblik als de indexering van de sectorale loonschalen.

Bovenop de indexering van 2% moet een herwaarderingscoëfficiënt worden toegepast.

Een herwaarderingscoëfficiënt van 1,0026 zal worden toegepast op de bedrijfstoeslagen die worden berekend op basis van het referteloon dat vóór januari 2021 van kracht was.

Voor de toeslagen berekend op basis van het referteloon voor de maanden januari, februari of maart 2021 wordt de coëfficiënt van 1,00195 toegepast.

Voor de toeslagen berekend op basis van het referteloon voor de maanden april, mei of juni 2021 wordt de coëfficiënt 1,0013 toegepast.

Voor de toeslagen berekend op basis van het referteloon voor de maanden juli, augustus of september 2021 wordt de coëfficiënt 1,00065 toegepast.

Zodra de bedrijfstoeslag wordt berekend op basis van het loon voor de maand oktober, november of december 2021, wordt er geen coëfficiënt toegepast. Deze bedrijfstoeslagen zullen op 1 januari 2022 dan ook niet worden gewijzigd.

Drempels voor de inhouding van 6,5 % ten laste van de werkloze met bedrijfstoeslag

Het SWT is niet onderworpen aan de gebruikelijke sociale bijdragen. Er gebeurt een sociale inhouding van 6,5% op die bestemd is voor de RSZ en berekend wordt op het totaalbedrag van de werkloosheidsuitkering en de (wettelijke en buitenwettelijke) bedrijfstoeslag.

De toepassing van die inhouding mag echter niet tot gevolg hebben dat het totaalbedrag van het SWT onder bepaalde drempels zakt.

Vanaf 1 september 2022 zijn de drempels voor de toepassing van deze inhoudingen in geval van conventioneel SWT (cao nr. 17) of halftijds brugpensioen (cao nr. 55) als volgt bepaald:

Datum van toepassing

Werkloze met bedrijfstoeslag

zonder persoon ten laste (€/maand) (1)

Werkloze met bedrijfstoeslag

met persoon ten laste (€/maand) (1)

.

cao nr. 17

cao nr. 55

cao nr. 17

cao nr. 55

01.01.2022

€ 1.567,20

€ 783,60

€ 1.887,72

€ 943,86

Noot: De inhouding van 6,5 % zal beperkt of niet doorgevoerd worden wanneer de toepassing van deze (volledige) inhouding tot gevolg heeft dat het bedrag van de werkloosheidsuitkering en de bedrijfstoeslag onder het minimumbedrag zakt dat hierboven werd weergegeven volgens de gezinslasten.

Sanctie wanneer een werknemer met SWT niet wordt vervangen

Op 1 januari 2022 wordt ook het bedrag aangepast van de boete die wordt opgelegd wanneer een werknemer met SWT niet wordt vervangen. De boete bedraagt nu € 16,79.

Bronnen:

RVATech.

CAO van 7 december 2021 nr 17/41 tot wijziging en tot uivoering van de CAO nr 17 van 19 december 1974 tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers, indien zij worden ontslagen.

De website van Partena Professional is een kanaal om informatie in een begrijpelijke vorm ter beschikking te stellen aan aangesloten leden en niet-leden.

Partena Professional streeft er naar actuele informatie aan te bieden en deze informatie wordt met de grootste zorg samengesteld (onder andere in de vorm van Infoflashes).

Maar aangezien de sociale en fiscale wetgeving voortdurend in beweging is, kan Partena Professional geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden inzake de juistheid, het up-to-date zijn of de volledigheid van de informatie die via deze website werd geraadpleegd of uitgewisseld.

Verdere bepalingen kunnen worden nagelezen in onze algemene disclaimer die van toepassing is bij elke raadpleging van deze website. Door deze website te raadplegen, aanvaardt u uitdrukkelijk de bepalingen van deze disclaimer. Partena Professional kan de inhoud van deze disclaimer eenzijdig wijzigen.