Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag: Indexering van de bedragen op 1 juni 2016

Auteur: Brigitte Dendooven
Datum:

Op 1 juni 2016 werden de sociale uitkeringen geïndexeerd met 2%.
Als een gevolg van deze indexering werden de volgende bedragen van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag aangepast:
- het bedrag van de bedrijfstoeslag (voorheen, de brugpensioenvergoeding) en de werkloosheidsuitkering;
- het referentieloon voor de berekening van de bedrijfstoeslag;
- de drempels voor de toepassing van de bijdrage van 6,5% ten laste van de werkloze met bedrijfstoeslag.

Bedrag van de bedrijfstoeslag en de werkloosheidsuitkering

De indexering van de sociale uitkeringen heeft zowel een weerslag op de werkloosheidsuitkering als op de bedrijfstoeslag.

Deze twee bedragen moeten dan ook met 2% worden geïndexeerd.

Voor de indexering van een eventuele bovenwettelijke aanvulling moet de overeenkomst tot toekenning van de toeslag worden nagetrokken en moet het overeengekomen indexeringssysteem worden onderzocht.

Sinds 1 juni 2016 is het referentieloon voor de berekening van de werkloosheidsuitkeringen begrensd op € 2.148,29 bruto/maand, hetzij € 82,6266/dag.

Het maximumbedrag van de werkloosheidsuitkeringen is € 1289,08/maand, hetzij € 49,58/dag.  

Referentieloon voor de berekening van de bedrijfstoeslag

Sinds 1 juni 2016 is het in aanmerking te nemen brutoloon voor de berekening van de aanvullende brugpensioenvergoeding begrensd op € 3862,50.

Drempels voor de toepassing van de bijdrage van 6,5%

Het brugpensioen (werkloosheidsuitkeringen + bedrijfstoeslag + eventuele bovenwettelijke aanvullende vergoeding) is niet onderworpen aan gewone socialezekerheidsbijdragen, maar wel aan een sociale bijdrage van 6,5% voor de RSZ, berekend op het totale bedrag van de werkloosheidsuitkering en van de (wettelijke en bovenwettelijke) bedrijfstoeslag. Deze bijdrage wordt ingehouden door de schuldenaar van de aanvullende vergoeding.

De toepassing van de sociale bijdrage van 6,5% mag echter niet tot gevolg hebben dat het totaalbedrag van het brugpensioen onder bepaalde drempels zakt.

Sinds 1 juni 2016 zijn de drempels voor de toepassing van deze inhouding als volgt vastgelegd:

Werkloze met bedrijfstoeslag zonder persoon ten laste (/maand)

Werkloze met bedrijfstoeslag met persoon ten laste (/maand) (1)

€ 1.388,51

€ 1.672,48

(1)    Het begrip “persoon ten laste” (in de zin van de werkloosheidsreglementering) wordt exclusief bepaald door de RVA op basis van een document dat wordt overgemaakt aan de werkgever en waarvan een kopie aan ons moet worden bezorgd. Zo niet wordt verondersteld dat de bruggepensioneerde geen personen ten laste heeft.

Bron: indexcijfer der consumptieprijzen, B.S., 31 mei 2016.

Auteur: Brigitte Dendooven

17/06/2016