Starterjobs voor jongeren vanaf 1 maart 2019

Auteur: Els Poelman (Legal expertise)
Datum:

Halverwege vorig jaar lanceerde de regering de starterjobs. Een maatregel die jongeren met weinig of geen beroepservaring goedkoper aan het werk moet helpen. Hoewel het wetgevend werk aansleepte tot april 2019 zijn starterjobs retroactief een realiteit sinds 1 maart 2019.     

In een notendop

In een starterjob behoudt de jongere het nettoloon dat hij/zij normaal zou verdienen, terwijl de werkgever toch een lagere loonkost geniet. Dat gebeurt in drie stappen:

  1. het brutoloon wordt verminderd met een percentage afhankelijk van de leeftijd
  2. het nettoloon wordt aangevuld met een compenserende toeslag die exact het nettoverlies dekt, te wijten aan het lagere brutoloon
  3. tenslotte wordt die compenserende toeslag omgezet in een vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing

Voorwaarden werkgever

Starterjobs zijn uitsluitend bedoeld voor werkgevers die:

  1. onder de cao-reglementering vallen (Wet van 5 december 1968 op de cao’s en de paritaire comités), dus behoren tot de private sector
  2. niet ressorteren onder een paritair comité met een degressief jongerenbarema, behalve indien dat beperkt blijft tot studenten.

Zijn bv. uitgesloten: werkgevers van PC 200 (aanvullend paritair comité voor bedienden) wegens het  degressief jongerenbarema in die sector.

  1. hun min-21 jarigen betalen op niveau van het toepasselijk sectoraal barema.

Werkgevers die hun min-21 jarigen een hoger loon toekennen dan het sectoraal barema vallen buiten de maatregel, omdat de wetgever oordeelt dat zij voor deze leeftijdsgroep sowieso een hogere loonkost aanvaarden.

Voorwaarden jongere

De werknemer voldoet gelijktijdig aan deze voorwaarden:

  1. jonger dan 21 jaar (een starterjob is niet meer toepasbaar vanaf de maand van de 21e verjaardag)
  2. aangeworven ten vroegste op 1 maart 2019
  3. de dag voor de aanwerving ingeschreven als werkzoekende bij de bevoegde Gewestelijke instelling
  4. aangeworven met een “onvoldoende” beroepservaring (lees hierna)
  5. aangeworven met een startbaanovereenkomst type 1, d.i. een minstens halftijdse arbeidsovereenkomst zonder luik vorming – een clausule m.b.t. de vermindering van het brutoloon en de netto compenserende toeslag moet in de overeenkomst staan
  6. aangeworven met een theoretisch brutoloon (zonder de vermindering starter-job) niet hoger dan het sectoraal minimumloon

Komen niet in aanmerking: leerovereenkomsten, jongeren in een systeem van alternerend leren, studentenovereenkomsten, flexi-jobs.

Onvoldoende beroepservaring

Er is onvoldoende beroepservaring als de jongere in het zesde tot en met derde kwartaal voorafgaand aan het aanwervingskwartaal hoogstens één kwartaal een tewerkstelling had groter dan 80% van een voltijdse job, bij om het even welke werkgever en in om het even welke sector.

Voorbeeld

Jongere aangeworven op 1 juli 2019: de referteperiode (zesde tot en met derde kwartaal voor aanwervingskwartaal) is het eerste kwartaal 2018 tot en met het vierde kwartaal 2018. Als de jongere in die referteperiode minstens twee kwartalen een tewerkstelling had groter dan 80% van een voltijdse job, is een starterjob niet mogelijk. 

Niet alle prestaties aanwezig in de geregistreerde aangiftes tellen mee.

Worden NIET meegeteld, prestaties aangegeven:

  • in een flexijob
  • als leerling
  • als student binnen het contingent dat dient voor de solidariteitsbijdrage
  • als beperkt onderworpen jongere tot 31.12 jaar 18e verjaardag
  • als gelegenheidswerknemer in de land- en tuinbouw en de horeca

De evaluatie van het beroepsverleden gebeurt door de RSZ bij de registratie van de dimona. In de notificatie van de dimona staat desgevallend het bericht dat het gaat om een jongere met onvoldoende beroepsvervaring, waarvoor een starter-job is toegestaan mits alle andere voorwaarden zijn voldaan.

De vergoeding van de jongere

De jongere krijgt een verlaagd brutoloon, aangevuld met een netto compenserende toeslag.

1. Het verlaagd brutoloon

Het basis brutoloon van de jongere is het sectoraal baremaloon, verminderd met een percentage afhankelijk van de leeftijd op het einde van de betrokken maand:

leeftijd

% vermindering

< 19

18 %

19

12 %

20

6 %

Het brutoloon met vermindering mag voor 19-jarigen met 6 maanden anciënniteit en 20-jarigen met 12 maanden anciënniteit niet lager uitkomen dan de verhoogde loongarantie van cao 43:

Leeftijd

anciënniteit

verhoogd gemiddeld minimum maandinkomen (GMMI)

(bedragen sinds 1 september 2018)

19

6 maanden

€ 1.636,10 

20

12 maanden

€ 1.654,90

2. De compenserende toeslag

Omdat de jongere geen netto verlies mag hebben, is de werkgever elke maand een compenserende toeslag verschuldigd. Die is gelijk aan het netto loonverlies, d.w.z. het verschil tussen het nettoloon op basis van het normaal (niet verminderd) brutoloon en het nettoloon op basis van het verminderd brutoloon.

Om het nettoloon op basis van het niet verminderd brutoloon te bekomen moet de werkgever achterliggend een fictieve bruto-nettoberekening uitvoeren, vertrekkend van het normaal brutoloon (zonder vermindering) waarop de jongere recht zou hebben.

Verhoging voor arbeiders

De RJV en de vakantiefondsen berekenen het vakantiegeld op basis van het verminderd brutoloon aangegeven in de dmfa.  Om te vermijden dat arbeiders in een starter-job via hun vakantiegeld extra loonverlies lijden, wordt hun compenserende toeslag verhoogd met een bepaald bedrag. Dat bedrag is het resultaat van een percentage berekend op het verminderd brutoloon van de betrokken maand:

leeftijd

verhoging =  % berekend op verminderd bruto

< 19

2,82%

19

1,75%

20

0,82%

Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing

De netto toeslag mag de loonkost van de werkgever niet verhogen, en wordt omgezet in een nieuwe vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing.

Principes

  • de som van de netto compenserende toeslagen is het bedrag aan vrijgestelde bedrijfsvoorheffing
  • de vrijstelling wordt aangerekend op de globale massa aan bedrijfsvoorheffing in de onderneming, dus niet enkel op de bedrijfsvoorheffing van de starter-jobs
  • deze vrijstelling komt laatste in rang, na verrekening van alle andere toepasbare vrijstellingen bedrijfsvoorheffing

Overdracht binnen eenzelfde kalenderjaar

Als in een bepaalde maand de beschikbare bedrijfsvoorheffing, na toepassing van andere vrijstellingen van doorstorting, kleiner is dan de som van de netto compenserende toeslagen wordt het saldo van deze toeslagen aftrekbaar van de bedrijfsvoorheffing van volgende maanden van hetzelfde kalenderjaar

Impact op de aftrekbare beroepskost

Vrijgestelde bedrijfsvoorheffing is niet aftrekbaar als beroepskost. Het saldo aan netto compenserende toeslagen dat bij de jaarafsluiting niet kon verrekend worden als vrijgestelde bedrijfsvoorheffing, is wél een aftrekbare beroepskost.

Sociale zekerheid en fiscaliteit

De jongere wordt aangegeven en verzekerd op basis van het verlaagd brutoloon. Sociale rechten worden dus berekend op het verlaagd brutoloon.

De netto compenserende toeslag is niet onderworpen aan sociale bijdragen, en zit niet in de berekeningsbasis voor de uitkeringen. Er is geen personenbelasting verschuldigd (en al evenmin bedrijfsvoorheffing).

Bronnen: Wet van 26 maart 2018 betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie (BS 30 maart 2018) - Wet van 7 april 2019 betreffende de sociale bepalingen van de jobsdeal (BS 19 april 2019).