Overuren in de HORECA

Auteur: Brigitte Dendooven
Datum:

Vanaf 1 oktober 2015 worden de overuren die door een voltijdse werknemer in de HORECA gepresteerd worden niet langer belast. Ze zijn eveneens vrijgesteld van alle socialezekerheidsbijdragen ten belope van een maximumaantal van 300 uren (of zelfs 360 uren). Dit betekent dat het nettobedrag voor deze overuren gelijk is aan het brutobedrag.

Bovendien geven deze overuren geen recht op een overloon.

Doelstelling? De overuren die regelmatig in het zwart gepresteerd worden in de sector 'wit maken'.

1. Toepassingsgebied personeel

Deze maatregelen zijn van toepassing op de loontrekkende werknemers en op de werkgevers die vallen onder het paritair comité van het hotelbedrijf (PC 302) of het paritair comité van de uitzendarbeid (PC 322) indien de gebruiker valt onder het paritair comité van het hotelbedrijf.

De betreffende werknemers zijn de werknemers die aangeworven zijn in het kader van een voltijdse arbeidsovereenkomst bij de werkgever die de maatregel zal genieten.

2. De verhoging van het quotum van de niet in te halen overuren en de bedoelde overuren

De 'wit gemaakte' overuren zijn de overuren bedoeld in artikel 26bis, §2bis, lid 3 van de wet van 16 maart 1971 en die gepresteerd worden in het kader van een voltijdse arbeidsovereenkomst.

Artikel 26bis, §2, lid 3 voorziet dat de werknemer de mogelijkheid heeft om af te zien van het inhalen van 91 overuren (gepresteerd in het kader van een buitengewone vermeerdering van werk of onvoorziene noodzaak) per kalenderjaar. Dit quotum van niet in te halen en onmiddellijk uitbetaalde uren kan opgetrokken worden naar 130 of zelfs 143 uren.  

In het PC 302 is dit quotum sinds 1 juli 2014 effectief opgetrokken naar 143 uren (cao van 13 januari 2014 – art. 4 en 5).

Vanaf 1 oktober 2015 zal dit bepaald worden op:

  • 300 uur per kalenderjaar;
  • 360 uur per kalenderjaar voor de werknemers die door werkgevers aangeworven werden die, in elke plaats van uitbating, gebruik maken van een geregistreerde kassa bedoeld in het koninklijk besluit van 30 december 2009 tot vaststelling van de definitie en de voorwaarden waaraan een geregistreerd kassasysteem moet voldoen in de horecasector en die deze geregistreerde kassa hebben aangegeven aan de belastingadministratie.

Deze overuren zullen onmiddellijk uitbetaald worden en zullen geen aanleiding geven tot een wettelijk overloon waarin voorzien wordt door het artikel 29, §1 van de wet van 16 maart 1971.    

Wanneer deze verhogingen worden toegepast, bestaat de mogelijkheid om maximum 143 uren per periode van 4 maanden niet in te halen. Deze bepaling garandeert de gelijkvormigheid van het systeem met de Europese richtlijn 2003/88/EG van 4 november 2003 over bepaalde aspecten van de aanpassing van de arbeidstijd. Deze richtlijn voorziet dat de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur, met inbegrip van het overwerk, niet meer mag bedragen dan 48 uur per periode van 4 maanden.

We herinneren eraan dat de overuren die recht geven op deze bijzondere regeling (onmiddellijk uitbetaald zonder inhalen en, in dit geval, zonder overlonen) met uitzondering van alle anderen, de overuren zijn die gepresteerd worden:

  • door een werknemer die aangeworven is met een voltijdse arbeidsovereenkomst,
  • in het kader van een buitengewone vermeerdering van werk (art. 25 van de wet van 16 maart 1971) of onvoorziene noodzaak (art.26, §1, 3° van de wet van 16 maart 1971).

In deze twee gevallen mogen de normale arbeidsduurgrenzen overschreden worden op voorwaarde dat de dagelijkse duur niet meer bedraagt dan 11 uur en de wekelijkse arbeidsduur niet meer bedraagt dan 50 uur.

Los van deze limieten zal de werkgever allerlei formaliteiten moeten vervullen om de wettigheid van de overuren en de 'fiscale en sociale vrijstelling' ervan te garanderen.

De buitengewone vermeerdering van werk

De werkgever moet vooraf het akkoord krijgen van de vakbondsafvaardiging en de toestemming krijgen van de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten. Wanneer er geen vakbondsafvaardiging in de onderneming bestaat, is enkel het akkoord van het Toezicht op de Sociale Wetten vereist.

Deze afwijking kan enkel toegepast worden indien de vermeerdering van werk uitzonderlijk is, d.w.z. onregelmatig of onvoorzien is. De onvoorziene aard mag zowel betrekking hebben op de gebeurtenis die het werk veroorzaakt als op de omvang van het werk dat gedaan moet worden. In bepaalde gevallen is het mogelijk dat de gebeurtenis te voorzien is, maar dat het onmogelijk is om te bepalen hoeveel uren werk er nodig zullen zijn om het werk te voltooien.

Nadat de werkgever de vereiste toestemmingen heeft bekomen, dient hij minstens 24 uren op voorhand de nieuwe arbeidsroosters uit te hangen in de lokalen van de onderneming. Dit bericht moet ondertekend en gedateerd zijn.

Bovendien zal hij binnen de 3 werkdagen volgend op de loonperiode aan de directeur van het werkloosheidsbureau van de RVA een kennisgeving richten van het aantal overuren die gepresteerd werden in de voorafgaande loonperiode. Tevens moet hij er het aantal en de beroepscategorie van de betreffende werknemers op vermelden, alsook de verhouding van deze overuren tot de normale arbeidsprestaties.

Werken die door een onvoorziene noodzaak vereist zijn

Er is sprake van een onvoorziene noodzaak wanneer:

  • de overuren absoluut noodzakelijk zijn;
  • de gebeurtenis aan de basis van de bijkomende prestatie onvoorzienbaar is en geen

gevolg is van een fout van de werkgever of zijn aangestelden, bijvoorbeeld een slechte planning, gebrekkig werk, enz.

De bijkomende prestaties moeten beperkt zijn in de tijd, tot de onderneming zich anders kan organiseren door daarna een beroep te doen op andere afwijkingen op de grenzen van de arbeidstijd.

De werkgever moet vooraf het akkoord vragen van de vakbondsafvaardiging of, indien dit niet mogelijk is, de vakbondsafvaardiging later inlichten.

In deze twee gevallen moet de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten hierover ingelicht worden.  

De werkgever moet het aantal gepresteerde uren, het aantal betrokken werknemers en de redenen die het presteren van de overuren rechtvaardigen immers schriftelijk betekenen.

3. Geen belastingen en sociale bijdragen of 'bruto = netto'

De netto overuren worden uitgesloten van het begrip 'onderworpen loon'. Op deze uren moeten geen patronale- of persoonlijke socialezekerheidsbijdragen betaald worden.

Ze openen geen enkel recht inzake sociale zekerheid en met name wat betreft het vakantiegeld.

Ze zijn eveneens vrijgesteld van belastingen (sociale en culturele vrijstellingen) en worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van de vermindering van bedrijfsvoorheffing voor de werknemer en de vrijstelling van doorstorting van voorheffing voor de werkgever.

Opmerking

Deze bepalingen vallen onder de toepassing van de minimissteunmaatregelen van de Verordening (EG) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 die voorziet dat het totaalbedrag van de minimissteunmaatregelen dat aan een bedrijf wordt toegekend niet meer mag bedragen dan € 200.000 over een periode van 3 jaar. Deze referentieperiode kan variëren zodat er op elk ogenblik dat de bepaling wordt toegepast, rekening gehouden moet worden met het totaalbedrag van de minimissteunmaatregelen die toegekend werden in de voorgaande 3 jaren.

De toekenning van de hierboven beschreven maatregelen is onderworpen aan de voorwaarde dat de onderneming zich ertoe verbindt deze grens van 200.000 € (over 3 jaar) niet te overschrijden.

Bron: Technische overlegvergadering van de RSZ van 10 juni 2015.

Auteur: Brigitte Dendooven

25/06/2015