Opheffing van het paritair comité nr. 218

Auteur: Anne Ghysels
Datum:

Op 25 april 2014 werden er verschillende koninklijke besluiten gepubliceerd over de wijzigingen van de bevoegdheden van bepaalde paritaire comités (zie onze Infoflash van 29/04/2014).
Een van deze koninklijke besluiten voorzag in de opheffing van het aanvullend paritair comité nr. 218.

Het aanvullend paritair comité voor bedienden wordt PC 200.

Vanaf 1 april 2015 wordt het PC nr. 200 bevoegd voor de werknemers die hoofdzakelijk hoofdarbeid verrichten en hun werkgevers, te weten voor de werknemers die niet onder een eigen paritair comité, noch onder het aanvullend paritair comité voor de non-profitsector ressorteren (PC 337), en voor hun werkgevers.

Deze wijziging zal in werking treden op de dag waarop het PC 200 geactiveerd wordt, meer bepaald op 1 april 2015.

Concreet: op 1 april 2015

  • wordt het PC 218 opgeheven;
  • ressorteren de werkgevers die tot hiertoe behoorden tot het PC 218 voortaan onder het PC nr. 200;
  • zal in het PC 200 een collectieve arbeidsovereenkomst worden gesloten waarbij alle bestaande collectieve arbeidsovereenkomsten van het PC 218 worden overgenomen op het niveau van het PC 200.  Dit betekent dat de rechten en de plichten van de werkgevers en werknemers niet worden gewijzigd door deze wijziging van PC;
  • De RSZ zal de RSZ-kentekens van het PC 218 overzetten naar het PC 200: op die manier zal er niets wijzigen voor de inning van de RSZ-bijdragen, met inbegrip van de bijdragen aan het Sociaal Fonds PC 200;
  • Indien u eveneens arbeiders tewerkstelt, heeft deze wijziging van PC geen gevolgen voor hen.

Alle verwijzingen naar het PC 218 in collectieve arbeidsovereenkomsten of andere collectieve akkoorden gesloten op het niveau van de ondernemingen worden geacht te verwijzen naar de overeenkomsten of akkoorden die overgedragen worden naar het PC 200: de ondernemingen dienen dus geen aanpassingen hieraan te doen.

Ter herinnering is het PC nr. 200 niet bevoegd voor de werknemers tewerkgesteld door:

  • de representatieve werknemers- en werkgeversorganisaties bedoeld in artikel 3 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, alsook de vakorganisaties die aangesloten zijn bij of deel uitmaken van deze representatieve organisaties;
  • de provinciale, regionale of lokale juridisch gescheiden afdelingen van hogervermelde representatieve werknemers- en werkgeversorganisaties, voor zover hun activiteiten bestaan uit het deelnemen aan het sociaal overleg;
  • de representatieve werkgeversorganisaties die lid zijn van de "Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen", de "Conseil Economique et Social de Wallonie", de "Economisch en Sociaale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest" of de "Wirtschafts-und Sozialrat der Deutschsprachigen Gemeinschaft Belgiens";
  • de erkende Europese werknemers- en werkgeversorganisaties vernoemd in artikel 154 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, alsook de leden van de hierin opgenomen interprofessionele werknemers- en werkgeversorganisaties.

Bronnen: Koninklijk besluit van 10 april 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 november 1974 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van het Aanvullend Paritair Comité voor de bedienden, artikel 2, B.S. 25.04.2014; Protocolakkoord van 2 maart 2015 betreffende de opheffing van het PC 218 en de activering van het PC 200.

Auteur: Anne Ghysels

11/03/2015