Loonnnorm 2013-2014 definitief op 0%

Auteur: Leen Lafourt
Datum:

Op 02/05/2013 werd het Koninklijk Besluit van 28 april 2013 gepubliceerd dat de maximale marge voor de loonkostenontwikkeling voor de jaren 2013-2014 vastlegt.

In onze infoflash van 23/11/2012 meldden we al dat de Regering de sociale partners verzocht om in het interprofessioneel akkoord 2013-2014 geen loonsverhogingen toe te kennen bovenop de automatische loonindexering en de baremieke verhogingen.

De sociale partners kwamen echter niet tot een akkoord over de maximale marges voor de loonkostenontwikkeling binnen de door de wet van 26 juli 1996 opgelegde termijn (nl. 2 maanden na de publicatie van het technisch verslag van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven). Bijgevolg heeft de Regering een bemiddelingsvoorstel gedaan, maar ook na deze tussenkomst bereikten de sociale partners geen consensus. Daarom werd de loonnorm voor 2013-2014 overeenkomstig de bepalingen van bovenvermelde wet door de Regering vastgelegd bij Koninklijk Besluit van 28 april 2013.

Wat is nu die loonnorm?

Het principe van de loonnorm wordt geregeld in de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen.

Om de 2 jaar bepalen de sociale partners in een interprofessioneel akkoord de maximale marge voor de loonkostontwikkeling (of, bij gebreke aan overeenstemming, de Regering via Koninklijk Besluit). Deze marge mag niet worden overschreden door overeenkomsten op intersectoraal, sectoraal, bedrijfs- of individueel niveau en moet ervoor zorgen dat België zijn loonhandicap wegwerkt en zijn concurrentiepositie ten aanzien van de referentielidstaten (Duitsland, Frankrijk en Nederland) verbetert.

Aangezien voor 2013-2014 de loonnorm op 0% werd vastgesteld, is het de werkgever dus (behalve in bepaalde gevallen) verboden om loonsverhogingen toe te kennen. De werkgever moet ervoor zorgen dat de gemiddelde loonkost aan het einde van de referteperiode (d.w.z. op 31/12/2014) gelijk is gebleven.

De indexeringen en baremieke verhogingen blijven daarentegen wel altijd gegarandeerd.

Wat valt er onder het begrip ‘loonkosten’?

  • het loon en de voordelen verworven krachtens de overeenkomst (gebruik van een bedrijfsvoertuig voor privédoeleinden, tegemoetkoming van de werkgever in de vervoerskosten of terugbetaling van die kosten, compenserende opzeggingsvergoedingen,…), evenals alle vergoedingen die rechtstreeks door de werkgever worden betaald (vakantiegeld, toeslagen bij socialezekerheidsvergoedingen, …);
  • alle (wettelijke of conventionele) werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid in de ruime zin (inclusief de premies of bijdragen die betaald worden voor aanvullende verzekeringen ten gunste van het personeel);
  • de vergoedingen voor opleidingen die rechtstreeks of onrechtstreeks aan de werknemers worden betaald en alle andere kosten in verband met het personeel van de onderneming;
  • de financiering van maatregelen tot bevordering van de werkgelegenheid en, in het bijzonder, arbeidsduurverminderingen (met bijvoorbeeld compenserende aanwerving en handhaving van loon) waarover op sectoraal niveau werd beslist.

Bepaalde verhogingen zijn daarentegen wel nog toegelaten. Ons Legal Department (legal@partena.be)

kan u hierover meer informatie bezorgen.

Inwerkingtreding

Deze maatregel treedt in werking op 02/05/2013.

Artikel 1 van het KB van 28 april 2013 bepaalt daarentegen wel dat de maximale marge voor de loonkostontwikkeling wordt vastgelegd op 0% voor de jaren 2013 en 2014.

Controle op de toepassing van de opgelegde loonmarge en eventuele sancties

De ambtenaren van het Toezicht op de sociale wetten van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg oefenen toezicht uit op het respecteren door de werkgever van de loonnorm. In geval van overtreding, kan deze laatste zich blootstellen aan een administratieve boete van 250 € tot 5.000 €. 

Wat betreft het opleggen van die administratieve geldboetes heerst er voorlopig nog enige onduidelijkheid. Immers, de wet van 26 juli 1996 verwijst nog steeds naar vroegere wettelijke bepalingen die opgeheven werden door de inwerkingtreding van het Sociaal Strafwetboek. Dit heeft ertoe geleid dat er tot nu toe slechts zelden een administratieve boete werd opgelegd.

Wat kan de toekomst brengen?

Uit verschillende bronnen vernemen we nu dat de Regering plannen heeft om de procedure tot het vaststellen van de loonnorm te wijzigen, de bestraffing ervan op punt te stellen en een extra lastenverlaging te voorzien.

Ook al betreft het hier voorlopig slechts ontwerpteksten, toch geven we u hieronder reeds een kort overzicht van de wijzigingen die momenteel circuleren:

1. Aanpassing van de wet van 26 juli 1996

Momenteel zijn het de sociale partners die de maximale marge voor de loonkostontwikkeling tweejaarlijks vastleggen in het interprofessioneel akkoord op basis van het technisch verslag van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven. Het is slechts bij gebreke aan een akkoord tussen de sociale partners en na bemiddeling van de Regering dat deze laatste de loonnorm kan vaststellen bij KB.

Voortaan zou de marge per jaar worden vastgelegd en steeds bij Koninklijk Besluit.

2. Aanpassing van het Sociaal Strafwetboek

Het Sociaal Strafwetboek bevatte tot nu toe geen artikel dat de overtredingen van de wet van 26 juli 1996 bestraft. Nu zou de Regering wel strafrechtelijk kunnen optreden tegen werkgevers die zich niet aan de loonnorm houden.

3. Competiviteitsbonus

Voor de werkgevers die zich aan de loonnorm houden, zou er worden voorzien in een extra lastenverlaging: de competiviteitsbonus. Deze zal de vorm aannemen van een aanvulling bij het basisbedrag van de structurele vermindering van de RSZ of in een versterking van de maatregel gericht op de lage lonen die de werkgevers kunnen krijgen voor elk van hun werknemers die daarvoor in aanmerking komen.

Wij houden u uiteraard op de hoogte van zodra er meer zekerheid is omtrent de plannen van de Regering met betrekking tot deze materie.

Bronnen: Wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, B.S. 01.08.1996; Koninklijk besluit van 28 april 2013 tot uitvoering van artikel 7, §1, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, B.S. 02.05.2013.

Auteur: Leen Lafourt

28/05/2013