Het fiscaal gunstregime van de deeleconomie: de spelregels op een rij

Auteur: Peggy Criel
Datum:

De funderingen van de fiscaliteit van de deeleconomie zijn in 2016 gelegd: inkomsten die een particulier aan een andere particulier levert mits tussenkomst van een online platform genieten - onder bepaalde voorwaarden - een fiscaal gunstregime. Recentelijk is ook duidelijkheid geschept over de voorwaarden waaraan de online platformen moeten voldoen alsook aangaande de inhouding van bedrijfsvoorheffing en het opstellen van een jaarlijkse inlichtingenfiche. Wij zetten de spelregels hier voor u op een rij.

Inkomsten uit de deeleconomie en het specifieke belastingstelsel

Inkomsten uit de deeleconomie zijn inkomsten uit diensten die een particulier aan een andere particulier levert, onder de volgende voorwaarden:

  • De particulieren moeten handelen buiten het kader van hun beroepswerkzaamheid;
  • De diensten worden uitsluitend verricht in het kader van overeenkomsten die tot stand zijn gebracht door tussenkomst van een elektronisch platform dat door de overheid is erkend of georganiseerd;
  • De vergoedingen worden enkel via dit platform of door tussenkomst ervan betaald aan de dienstverlener.

Tot een grens van € 5.100 (geïndexeerd bedrag voor 2017) worden de inkomsten uit de deeleconomie belast aan 20%, na toepassing van de forfaitaire beroepskosten van 50%. Indien deze grens wordt overschreden, dan worden de volledige inkomsten, behoudens tegenbewijs, beschouwd als gewone beroepsinkomsten.

Meer informatie over de deeleconomie en het specifieke belastingstelsel vindt u terug in de infoflash van 28 september 2016.

Erkenningsvoorwaarden platform en procedure

Om een erkenning te verkrijgen moet het elektronisch platform voldoen aan volgende voorwaarden:

  • Het platform moet ingericht zijn binnen een vennootschap of een vzw die is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van een lidstaat van de EER of met de wetgeving van een staat waarmee België de verbintenis heeft aangegaan om haar ondernemingen op dezelfde manier te behandelen als een Belgische onderneming;
  • De vennootschap of vzw moet:

- gevestigd zijn in een lidstaat van de EER of een staat zoals hierboven vermeld waarmee België een verbintenis heeft aangegaan;

- ofwel, ingeschreven zijn in België in de Kruispuntbank van Ondernemingen in de hoedanigheid van een handels- of ambachtsondernemingen; ofwel, ingeschreven zijn in het handelsregister volgens de eisen van de wetgeving van het land waar de vennootschap of vzw is gevestigd;

- beschikken over een identificatienummer voor btw-doeleinden.

  • De personen bevoegd voor de vennootschap of de vzw moeten voorwaarden vervullen met betrekking tot hun professionele bekwaamheid.

De aanvraag tot erkenning van het elektronisch platform wordt ofwel per brief of per e-mail ingediend, ofwel door middel van een elektronisch formulier dat op de webstek van de FOD Financiën ter beschikking zal worden gesteld. Bij de aanvraag moeten verschillende documenten worden toegevoegd (bv. kopie oprichtingsakte, kopie inschrijving handelsregister, …).

De lijst van erkende platformen zal bijgehouden worden op de webstek van de FOD Financiën

Bedrijfsvoorheffing

Het elektronisch platform moet op de vergoedingen die het toekent bedrijfsvoorheffing inhouden en doorstorten aan de FOD Financiën.

De bedrijfsvoorheffing bedraagt 10 % van het bruto bedrag. Dit bruto bedrag is als volgt samengesteld:

  • Het bedrag dat door het platform of door tussenkomst van het platform daadwerkelijk is betaald of toegekend aan de particulier die de dienst heeft verricht;
  • Verhoogd met de volgende sommen die door het platform of door tussenkomst van het platform zijn ingehouden:

- de kosten (commissies) die door het platform of door een financiële tussenpersoon aan de dienstverlener worden aangerekend;

- de eventuele belastingen (toeristische of andere), ingehouden door het platform;

- de ingehouden bedrijfsvoorheffing.

Wanneer één globale vergoeding wordt gevraagd voor de diensten uit de deeleconomie en het verhuur van onroerende en/of roerende goederen, bedraagt de bedrijfsvoorheffing 2 % van het bruto bedrag. Dit geldt enkel maar voor zover in de overeenkomst geen afzonderlijke prijs voor de diensten uit de deeleconomie werd bepaald.

Jaarlijkse fiches

Elk platform moet jaarlijks een inlichtingenfiche opstellen die hij ten laatste op 28 februari van het jaar volgende op dat van de inkomsten bezorgt aan de belastingadministratie en de dienstverrichter. Op die fiche zal onder meer de identiteit van de dienstverrichter, een omschrijving van de dienstprestaties, het bedrag van de vergoedingen en het bedrag van de ingehouden bedrijfsvoorheffing worden vermeld.

Inwerkingtreding

De erkenningsvoorwaarden van de elektronische platformen zijn van toepassing vanaf 24 januari 2017. De regels op vlak van de bedrijfsvoorheffing worden toegepast op de inkomsten betaald vanaf 1 maart 2017.

Bronnen: KB van 12 januari 2017 tot bepaling van de bedrijfsvoorheffing op de inkomsten zoals bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1°bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (1), BS 20 januari 2017; KB van 12 januari 2017 tot uitvoering van artikel 90, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, inzake de voorwaarden tot erkenning van elektronische platformen van deeleconomie en tot onderwerping van de in artikel 90, eerste lid, 1°bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde inkomsten aan de bedrijfsvoorheffing (1), BS 24 januari 2017.

Auteur: Peggy Criel

16/02/2017