Hebben werkende schoolverlaters recht op betaald verlof?

Auteur: Delphine Deblander
Datum:

De zomer komt eraan en de werknemers beginnen stilaan te denken aan hun verlof. In België hebben werknemers recht op verlofdagen, waarvan het aantal afhangt van hun daadwerkelijke of daarmee gelijkgestelde prestaties in het voorgaande jaar (referentiejaar). Buiten de toekenning van extralegaal verlof hebben werknemers die het hele referentiejaar hebben gepresteerd het volgende jaar recht op 4 weken betaald verlof. Maar wat gebeurt er voor jonge werknemers die onlangs de schoolbanken hebben verlaten en nog geen volledig jaar hebben gewerkt?

De “jeugdvakantie”: een interessante oplossing?

Om jonge werknemers in staat te stellen 4 volledige weken verlof te krijgen in het jaar dat volgt op het jaar van hun aanwerving heeft de wet aan aanvullend verlofstelsel ingevoerd: de "jeugdvakantie". Met dit stelsel kunnen jonge werknemers zoals de andere werknemers 4 weken verlof krijgen door hun “gewone” verlofdagen (evenredig aan het aantal gewerkte of daarmee gelijkgestelde maanden tijdens het referentiejaar) aan te vullen met “jeugdvakantiedagen” die gedekt worden door een werkloosheidsuitkering. Deze laatste kunnen zelfs worden toegekend als zij niet tijdens de hele referentieperiode hebben gewerkt.

Wie heeft recht op “jeugdvakantie”?

Om er recht op te hebben, moet de jonge werknemer verschillende voorwaarden vervullen:

  • Jonger dan 25 jaar zijn op 31 december van het referentiejaar;
  • Zijn studies (zijn opleiding of zijn vorming) hebben voltooid;
  • Hebben gewerkt als een werknemer in het kader van een of meer arbeidsovereenkomsten gedurende ten minste een maand (van minstens 13 daadwerkelijk gewerkte of daarmee gelijkgestelde dagen).

Hoe moet de jonge werknemer dit aanvragen?

Om “jeugdvakantie” te kunnen krijgen, moet de jonge werknemer bij een particuliere uitbetalingsinstelling (ABVV, ACV en ACLVB) of bij de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen (HVW) het formulier "C103-jeugdvakantie-werknemer" indienen dat beschikbaar is op de website van de RVA.

De werkgever op zijn beurt doet:

  • een elektronische aangifte scenario 9 “Aangifte voor het vaststellen van het recht op jeugd- of seniorvakantie” (waarvan een kopie wordt overhandigd aan de werknemer);
  • een elektronische aangifte scenario 10 “Maandelijkse aangifte van de uren jeugd- of seniorvakantie”.

Deze extra verlofdagen mogen echter slechts worden opgenomen door de jonge werknemer wanneer zijn gewone verlofdagen uitgeput zijn.

En de “Europese vakantie” (ook wel “aanvullende vakantie” genoemd), is dat een alternatief?

Zoals hierboven vermeld, is het aantal verlofdagen in België evenredig aan de prestaties van het voorgaande jaar. De "Europese vakantie" stelt werknemers die geen recht hebben op 4 weken betaald verlof (schoolverlaters, werknemers die van de openbare sector naar de privésector gaan, werklozen die weer aan het werk gaan, ...) in staat om verlofdagen te krijgen onder bepaalde voorwaarden.

De jonge werknemer die onlangs de schoolbanken heeft verlaten, kan zijn gewoon verlof aanvullen met "Europese vakantie" wanneer hij in dienst treedt bij één of meer werkgevers en daadwerkelijk heeft gewerkt (of daarmee gelijkgesteld) gedurende 3 maanden ("startperiode").

Het aantal dagen “Europese vakantie" wordt bepaald op basis van:

  • de status van de werknemer (arbeider of bediende);
  • het stelsel waarin hij tewerkgesteld is (6 dagen per week of minder);
  • het aantal gewone verlofdagen waarop de werknemer aanspraak kan maken (die door dit mechanisme niet meer dan 4 weken betaald verlof kan krijgen).

De "Europese vakantie" wordt slechts verleend als de werknemer die ze aanvraagt zijn gewone verlofdagen heeft uitgeput.

Wat is de meest interessante optie voor jonge werknemers? De "jeugdvakantie” of de “Europese vakantie”?

In vergelijking met de "jeugdvakantie” vormt de "Europese vakantie” een financieel minder interessante optie voor de jonge werknemer. De door de werkgever voor de aanvullende vakantiedagen toegekende bezoldiging is immers een voorschot op het dubbel vakantiegeld voor het volgende jaar. Het recht op aanvullende vakantiedagen is daarentegen onderworpen aan minder strenge eisen, omdat het al in het jaar van de aanwerving wordt verleend (voor zover er een startperiode gepresteerd werd).

Het is belangrijk te benadrukken dat de aanvullende vakantiedagen alleen worden toegekend op uitdrukkelijke vraag van de werknemers.

Bovendien vormen deze verlofdagen (of het nu om “jeugdvakantie” of om “Europese vakantie" gaat) geen financiële last voor de onderneming, aangezien ze worden gefinancierd hetzij door de RVA (jeugdvakantie) of door het toekomstige dubbel vakantiegeld (Europese vakantie).

Auteur: Delphine Deblander

01/06/2017