Eenheidsstatuut: fiscale maatregelen

Auteur: Peggy Criel
Datum:

Nieuwe identieke opzeggingstermijnen voor arbeiders en bedienden zullen van toepassing worden voor elke beëindiging van een overeenkomst betekend vanaf 1 januari 2014. In het kader van deze Infoflash onderzoeken we de fiscale wijzigingen betreffende de invoering van het eenheidsstatuut.

Opgelet! De info in deze Infoflash is gebaseerd op de inhoud van het wetsontwerp betreffende het eenheidsstatuut. De wet werd op 31 december 2013 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Voor de hieronder geanalyseerde materie zijn de bepalingen uit de wet dezelfde als die uit het wetsontwerp. De info in deze Infoflash is bijgevolg bevestigd.

Principe 

Sinds 1 januari 2012 wordt een vrijstelling toegekend aan werknemers of bedrijfsleiders die belastbare bezoldigingen ontvangen in het kader van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Het bedrag van de vrijstelling bedraagt voor inkomstenjaar 2013 640 EUR.

De vrijstelling is van toepassing op:

  • de bezoldigingen die zijn verkregen uit hoofde of naar aanleiding van het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid tijdens de opzegtermijn (bv. vast loon, gewaarborgd loon in geval van arbeidsongeschiktheid, enkel vakantiegeld, voordelen van alle aard);
  • de vergoedingen die door de werkgever al dan niet contractueel zijn betaald uit hoofde van of naar aanleiding van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst (bv. compenserende opzeggingsvergoeding, beschermingsvergoeding, inschakelingsvergoeding, achterstal).

De vrijstelling wordt toegekend op voorwaarde dat:

  • de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur werd gesloten;
  • de werkgever een einde stelt aan de arbeidsovereenkomst;
  • de arbeidsovereenkomst niet wordt beëindigd:
    • tijdens de proefperiode;
    • met het oog op brugpensioen of pensionering;
    • wegens dringende reden.

Afschaffing en overgangsmaatregelen 

De bovenvermelde vrijstelling wordt afgeschaft vanaf 1 januari 2014.

De vrijstelling blijft echter nog van toepassing:

  • voor zover het ontslag ter kennis van de werknemer werd gebracht vóór 1 januari 2014;
  • wanneer de opzegging door de werkgever wordt gegeven vanaf 1 januari 2014 aan de werknemer die voldoet aan de volgende voorwaarden:
    • de werknemer maakt het voorwerp uit van een ontwerp van collectief ontslag dat, overeenkomstig artikel 66, § 2, eerste lid van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van tewerkstelling, ten laatste werd betekend op 31 december 2013;
    • de werknemer valt onder het toepassingsgebied van een cao die de gevolgen van het collectief ontslag omkadert en die ten laatste op 31 december 2013 werd neergelegd op de griffie van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

Er wordt vanaf 1 januari 2014 een nieuwe fiscale vrijstelling ingevoerd ten aanzien van de ontslagcompensatievergoeding die ingevolge het eenheidsstatuut onder bepaalde voorwaarden door de RVA aan sommige werknemers wordt uitbetaald.

Door het akkoord over het eenheidsstatuut zal de ontslagkost voor een werknemer na 5 jaar anciënniteit in het eenheidsstatuut in sommige gevallen toenemen ten opzichte van de huidige ontslagkost bij een identieke anciënniteit. Het gaat dan in het bijzonder om de werknemers die in het bestaande stelsel arbeider of lagere bediende zijn of waren.

Om deze hogere kost op te vangen wordt onder bepaalde voorwaarden een belastingvrijstelling ingevoerd voor sommige werkgevers vanaf het moment dat de werknemer bij de betrokken werkgever 5 dienstjaren in het eenheidsstatuut heeft bereikt. Dit betekent dat het vrij te stellen bedrag van de winsten of baten voor het eerst kan worden toegepast met ingang van inkomstenjaar 2019.

Bron: Wetsontwerp betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen, DOC 53 3144/001, http://www.dekamer.be.

Auteur: Peggy Criel

20/12/2013