De wet betreffende werkbaar en wendbaar werk - De werkgeversgroepering -Hervorming

Auteur: Brigitte Dendooven
Datum:

De wet betreffende werkbaar en wendbaar werk heeft een definitief wettelijk kader gecreëerd voor de werkgeversgroepering.

Begrip/concept

De werkgeversgroepering (WG) werd ingevoerd door de wet van 2 augustus 2000 houdende sociale bepalingen.

Het is een systeem dat twee of meerdere werkgevers toelaat om zich te groeperen en samen een of meer werknemers te werk te stellen.

De arbeidsovereenkomst van deze werknemer(s) wordt gesloten met de werkgeversgroepering die juridisch zijn (hun) werkgever is.

Dit ‘delen van werknemers’ is een uitzondering op het verbod om werknemers ter beschikking te stellen voorzien door artikel 31 van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. Daarom is ook een toelating van de minister van Werk vereist.

De wet betreffende werkbaar en wendbaar werk heeft een definitief wettelijk kader gecreëerd en heeft ook de toelatingsprocedure vergemakkelijkt (zodat het systeem makkelijk toegankelijk en aantrekkelijker wordt).

Deze nieuwe bepalingen zijn in werking getreden op 1 februari 2017.

Toelatingsprocedure

De minister van Werk kan de werkgeversgroeperingen toestaan om werknemers ter beschikking te stellen van hun leden met het oog op het invullen van hun gezamenlijke behoeften.

De werkgeversgroepering moet deze toelating vragen aan de voorzitter van het directiecomité van de FOD Werk.

De minister neemt zijn beslissing binnen een termijn van 40 dagen vanaf de ontvangst van de aanvraag. Hij kan ook het advies van de NAR vragen. In dat geval wordt de termijn van 40 dagen geschorst.

De NAR brengt zijn advies uit binnen een termijn van 60 dagen. Indien de NAR zijn advies niet uitbrengt binnen de voorgeschreven termijn, wordt er niet op gewacht.

De werkgeversgroepering moet haar huishoudelijk reglement toevoegen aan haar toelatingsaanvraag.

De werkgeversgroepering moet elk jaar een activiteitenrapport bezorgen aan de voorzitter van het directiecomité van de FOD Werk. 

De minister van Werk verleent zijn toelating voor onbepaalde duur.

Deze toelating kan worden ingetrokken wanneer de werkgeversgroepering niet de voorwaarden naleeft die zijn vastgesteld in de toelating of niet de wettelijke, reglementaire en conventionele bepalingen naleeft die op haar rusten.  

Voorwaarden

Rechtsvorm - Maatschappelijk doel

Om te kunnen genieten van de toelating hierboven moet de werkgeversgroepering de rechtsvorm hebben van een economisch samenwerkingsverband in de zin van het Boek XIV van het Wetboek van vennootschappen of van een vzw.

Ze mag als enig maatschappelijk doel de terbeschikkingstelling van werknemers aan haar leden hebben. Een Koninklijk Besluit, genomen na advies van de NAR, zou de werkgeversgroepering evenwel kunnen toestaan andere doelen te hebben dan het ter beschikking stellen van werknemers aan haar leden.

Tewerkstellingsdrempel

De werkgeversgroepering mag niet meer dan 50 werknemers tewerkstellen. Op advies van de NAR kan deze drempel bij Koninklijk Besluit worden verhoogd.

Wanneer deze drempel (50 of bij KB bepaald) wordt overschreden, komt er een einde aan de toelating na een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de datum van overschrijding van deze vermelde drempel.

In geval van verhoging van de drempel kan de minister van Werk, zo hij dit nodig acht, het advies van de NAR inwinnen met het oog op het geven van de toelating.

Terbeschikkingstelling aan haar leden - geen terbeschikkingstelling in geval van staking

De werkgeversgroepering kan haar werknemers enkel ter beschikking stellen van haar leden en niet van derden.

In geval van staking of lock-out bij één van haar leden, mag de werkgeversgroepering geen werknemers ter beschikking stellen of houden van dit lid.

Bijkomende voorwaarden

De Koning kan, na advies van de NAR, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het economisch samenwerkingsverband of de vzw onderwerpen aan bijkomende voorwaarden.      

Hoofdelijke aansprakelijkheid

De leden van de werkgeversgroepering zijn hoofdelijk aansprakelijk voor fiscale en sociale schulden van de groepering, zowel ten overstaan van derden, als ten aanzien van de werknemers die ter beschikking zijn gesteld van de leden van de groepering.

Bepalen van het bevoegde paritaire comité

In zijn toelating bepaalt de minister van Werk het paritair orgaan onder wiens bevoegdheid de werkgeversgroepering en zijn werknemers ressorteren (PC arbeiders, PC bedienden).

Op basis van de volgende principes:

  • Als alle leden van de werkgeversgroepering onder hetzelfde paritair orgaan vallen, kan de minister van Werk geen ander paritair orgaan aanduiden.
  • Als niet alle leden van de werkgeversgroepering onder hetzelfde paritair orgaan vallen, duidt de minister van Werk onder de paritaire organen waaronder de leden van de werkgeversgroepering vallen, het paritair orgaan aan van de werkgeversgroepering.

De werkgeversgroepering waarvan niet alle stichtende leden tot hetzelfde paritaire orgaan behoren stelt in zijn aanvraag de koppeling met een paritair orgaan voor, onder deze waaronder zijn leden ressorteren.

Zo hij dit nodig acht, kan de minister van Werk het advies inwinnen van de NAR wanneer niet alle leden van de werkgeversgroepering tot hetzelfde paritaire orgaan behoren.

De minister van Werk duidt het paritair orgaan aan in functie van het dossier, volgens één van de volgende criteria:

  • Het paritair orgaan van het lid of de leden van de groepering met het grootste volume aan uren bepaald in de terbeschikkingstelling;
  • Het paritair orgaan van het lid of de leden met het grootste volume van tewerkstelling van vaste werknemers.

Wanneer een nieuw lid dat niet onder een van de paritaire organen valt van de stichtende leden zich aansluit bij de groepering, moet een nieuwe aanvraag worden gedaan om na te gaan of de initieel vastgestelde koppeling met een paritair orgaan gerechtvaardigd blijft. De minister kan, zo hij dit nodig acht, het advies inwinnen van de NAR. De initieel vastgestelde koppeling met het paritair orgaan blijft behouden gedurende de aanvraagprocedure.

De minister kan de koppeling met een paritair orgaan wijzigen op basis van de feitelijke elementen die opgenomen zijn in het activiteitenrapport (hoger). 

Gevolgen van een verhoging van de drempel

Wanneer de drempel van 50 werknemers door een Koninklijk Besluit (zie hierboven) wordt verhoogd, kan een Koninklijk Besluit opleggen dat:

  • de bepalingen van de wet van 24 juli 1987 betreffende de uitzendarbeid worden toegepast, met als gevolg waarvan de arbeidsvoorwaarden (loon, arbeidsduur,...) die van toepassing zijn bij een lid van de werkgeversgroepering ook van toepassing zullen zijn op de werknemers van dezelfde werkgeversgroepering voor de prestaties die zij bij dat lid verrichten;
  • een beroep wordt gedaan, onder de voorwaarden die hij bepaalt, op de tussenkomst van een externe organisator die de hoedanigheid van arbeidsmarktspecialist heeft en geen lid mag zijn van de werkgeversgroepering. Indien die externe organisator ook activiteiten van uitzendarbeid uitoefent in de zin van de wet van 24 juli 1987, dan is de reglementering rond uitzendarbeid niet van toepassing op de activiteiten die uitsluitend verricht worden in het kader van de werkgeversgroepering.

Evaluatie

De NAR zal de ‘nieuwe’ bepalingen om de vier jaar evalueren.

Overgangsmaatregel

De toelatingen die verleend werden krachtens artikel 186 van de wet van 12 augustus 2000 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, en die bestaan op 1 februari 2017 blijven van kracht na deze datum.

Bron: artikelen 50 tot 55 van de wet van 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk, B.S. 15 maart 2017.

Voor informatie in verband met de andere maatregelen, zie hier voor een compleet overzicht

Auteur: Brigitte Dendooven

30/03/2017