De terugbetaling van de inschakelingsvergoeding: wat is er nieuw?

Auteur: Brigitte Dendooven
Datum:

De wet van 23 april 2015 tot verbetering van de werkgelegenheid past de regels in verband met de terugbetaling van de inschakelingsvergoeding aan voor bepaalde werknemers.

Ter herinnering, de werkgever die overgaat tot een collectief ontslag heeft meerdere verplichtingen.

Eén van deze verplichtingen houdt in dat er een inschakelingsvergoeding betaald moet worden aan elke ontslagen werknemer die ingeschreven is bij de tewerkstellingscel en die, op het ogenblik van de aankondiging van het collectief ontslag, ten minste één jaar ononderbroken dienstanciënniteit bij de werkgever heeft.

De inschakelingsvergoeding (die op dezelfde manier berekend wordt als de compenserende opzeggingsvergoeding) wordt maandelijks betaald tijdens:

  • maximum 6 maanden indien de werknemer 45 jaar of ouder is op het ogenblik dat het collectief ontslag wordt aangekondigd.
  • maximum 3 maanden indien de werknemer jonger is dan 45 jaar op het ogenblik dat het collectief ontslag wordt aangekondigd.

De inschakelingsvergoeding wordt gelijkgesteld met de compenserende opzeggingsvergoeding en vervangt deze volledig of gedeeltelijk.

Het eventuele saldo van de compenserende opzeggingsvergoeding wordt betaald na het einde van de periode gedekt door de inschakelingsvergoeding.   

De werkgever kan bij de RSZ de terugbetaling bekomen van het gedeelte van de inschakelingsvergoeding dat het bedrag van de compenserende opzeggingsvergoeding overschrijdt die verschuldigd is op basis van de arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978.

Hiervoor moeten de bepalingen gevolgd worden die vastgesteld zijn door het Koninklijk Besluit van 9 maart 2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen.

De wet van 23 april 2015 tot verbetering van de werkgelegenheid voert een specifieke maatregel in voor de werknemers met een ononderbroken arbeidsovereenkomst vóór 1 januari 2014.

Voor deze werknemers, is de compenserende opzeggingsvergoeding gelijk aan de vergoeding berekend op basis van de op 31 december 2013 van kracht zijnde wettelijke, reglementaire en conventionele regels die van toepassing zijn wanneer de opzegging betekend werd op deze datum, zonder minder te bedragen dan de termijnen waarin artikel 70, § 2, 1e lid van de wet van 26 december 2013 over het eenheidsstatuut voorziet.

Voor de terugbetaling die de werkgever van de RSZ kan bekomen, betekent dit meer concreet dat de compenserende opzeggingsvergoeding berekend zal worden op basis van de berekeningsregels van de opzeggingstermijnen van het 'oude stelsel' zonder dat deze termijnen minder kunnen bedragen dan de volgende opzeggingstermijnen: 

Anciënniteit

Opzeggingstermijnen

Minder dan 3 maanden

2 weken

Van 3 maanden tot minder dan 6 maanden

4 weken

Van 6 maanden tot minder dan 5 jaar

5 weken

Van 5 jaar tot minder dan 10 jaar

6 weken

Van 10 jaar tot minder dan 15 jaar

8 weken

Van 15 jaar tot minder dan 20 jaar

12 weken

Vanaf 20 jaar

16 weken

Deze maatregel is van toepassing op de werknemers waarvoor het ontslag vanaf 27 april 2015 is aangekondigd in het kader van een collectief ontslag.  

Bron: artikelen 13 van de wet van 23 april 2015 tot verbetering van de werkgelegenheid, B.S., 27 april 2015.

Auteur: Brigitte Dendooven

04/05/2015