Ondernemen in België moet nog aantrekkelijker worden

Auteur: Partena Professional (HR-service provider)
Leestijd: 4min

Wat moet er veranderen om ondernemerschap in ons land aan te wakkeren? Volgens Johan Lambrecht, hoogleraar aan de KU Leuven (Campus Brussel) en academisch directeur Centrum voor Duurzaam Ondernemerschap, moeten beleidsmakers focussen op lagere loonkosten, minder administratie, faciliteren van stopzettingen, opleidingsmogelijkheden en de evaluatie van overheidsmaatregelen.  

‘70 procent van de ondernemers vindt een verlaging van de loonkosten noodzakelijk’ 

Johan Lambrecht, hoogleraar aan de KU Leuven (Campus Brussel)

De cijfers liegen er niet om: het aantal nieuwe ondernemingen in ons land stijgt. Statbel levert elk jaar cijfers over het percentage nieuwe bedrijven in verhouding tot het totale aantal ondernemingen. Deze zogenoemde toetredingsquote groeit in België al 15 jaar gestaag. Bedroeg die quote in 2004 nog 7 procent, dan zat die in 2017 aan 10 procent.

Een andere belangrijke graadmeter voor de gezondheid van het ondernemerschap is turbulentie, verduidelijkt Johan Lambrecht, hoogleraar aan de KU Leuven (Campus Brussel) en academisch directeur Centrum voor Duurzaam Ondernemerschap. ‘Dat is de som van de toetredingsquote met de stopzettingsquote, die het aantal stopzettingen in verhouding bekijkt met het totale bedrijfsaantal. Ook daar zien we een duidelijke stijging: van 14 procent in 2004 naar ongeveer 18 procent.’

Alles lijkt oké

Het Belgische ondernemerschap lijkt dus gezonder dan ooit. Dat is deels te danken aan de verbetering van ons ondernemersklimaat. Een nieuwe onderneming oprichten is vereenvoudigd, onder meer door de afschaffing van de vestigingswet en door de ondernemersloketten die alle administratieve oprichtingshandelingen bundelen op één adres. 

En ook een onderneming stopzetten werd de laatste jaren minder wrang, door onder meer een vervangingsinkomen of overbruggingsrecht bij gedwongen stopzetting of stopzetting door economische moeilijkheden. 

Mening van de ondernemers

Wat kan het aantal nieuwe ondernemingen nog doen stijgen? Volgens de ondernemers die vorig jaar deelnamen aan een onderzoek van de KU 
Leuven, zijn er twee acties nodig. Johan Lambrecht: ’70 procent van de ondernemers vindt een verlaging van de loonkosten noodzakelijk. Ze vinden het verschil tussen wat een werkgever betaalt en wat een werknemer netto ontvangt te groot in ons land.’ 

Een tweede zaak is de vermindering van de administratieve rompslomp, aldus de helft van de ondernemers. ‘Dan gaat het zowel over het aantal formulieren, het taalgebruik, de attitude bij overheidsadministraties enzovoort.’ Dat blijft een relevant en actueel thema, onderstreept Johan Lambrecht.

Stopzettingen faciliteren

Maar ook stopzettingen beïnvloeden het aantal nieuwe ondernemingen en vice versa. Stijgt het aantal nieuwe ondernemingen, dan stijgt ook het aantal stopzettingen: dat noemen we creatieve destructie, zegt Johan Lambrecht. ‘De omgekeerde relatie bestaat ook: stijgt het aantal stopzettingen, dan neemt ook het aantal nieuwe ondernemingen toe. Dat is de vervangende creativiteit. De interactie en het samenspel tussen oprichtingen en stopzettingen is ontzettend belangrijk.’

Door stopzettingen beter te faciliteren, vergemakkelijkt de overheid de instroom van nieuwe bedrijven. ‘Uit onze onderzoeken blijkt dat bijna 1 op de 5 van de failliete ondernemers opnieuw ondernemer wil worden – omdat ze bijvoorbeeld geleerd hebben uit fouten of tegenslagen’, weet Johan Lambrecht. ’Een faillissement te goeder trouw mag gerust sneller afgehandeld worden, bijvoorbeeld binnen een termijn van één jaar.’

Overheidsfinanciering én evaluatie

Ook nodig, aldus het onderzoeksteam van Johan Lambrecht, is de uitbouw van overheidsfinanciering voor opleidingsprogramma’s voor ondernemers en hun medewerkers. ‘Bekwaam en gemotiveerd personeel vinden en behouden: dat is binnen nu en drie jaar de belangrijkste uitdaging voor hun bedrijf, geven bedrijfsleiders aan. De overheid moet hier dus zeker extra op inzetten de komende jaren.’

Tot slot is ook een betere evaluatiecultuur onmisbaar. Veel overheidsinitiatieven, -programma’s en financiële ondersteuningsmogelijkheden voor kmo’s en ondernemers worden niet of nauwelijks kritisch onder de loep gehouden, besluit Lambrecht. 

‘Er gebeurt wel monitoring, waarbij zuiver vastgesteld wordt hoeveel ondernemers gebruikmaken van bepaalde maatregelen. Maar de effecten, doeltreffendheid en resultaten worden te weinig gemeten. Nochtans kunnen beleidsmakers daarmee veel beter beslissen welke maatregel bijvoorbeeld versterkt kan worden, welke beter verdwijnt, enzovoort.’

Gerelateerde artikels