Zijn gunsttarieven op bedrijfsgoederen werkelijk zo gunstig voor de werknemer?

Auteur: Elien De Clercq
Datum:

In de ‘war for talent’ gaan werkgevers voortdurend op zoek naar alternatieve manieren om hun personeel extra én voordelig te belonen. Naast de klassieke loonvoordelen (zoals een bedrijfswagen, GSM, laptop… ) bieden werkgevers soms de mogelijkheid aan hun werknemers om eigen producten of diensten aan een voordelige prijs te bekomen. Zo’n gunsttarieven zijn onder bepaalde voorwaarden niet onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen en belastingen.

Er zijn tal van mogelijkheden om gunsttarieven toe te kennen aan de werknemers, gaande van een korting op producten tot het verlenen van gratis diensten. Denk maar aan energieleveranciers die kortingen geven op de elektriciteitsfactuur van hun medewerkers, kledingwinkels die een shoppingbudget toekennen aan de verkopers of meubelfabrikanten die eigen meubels aan een gunstprijs verkopen aan hun werknemers.

Om vrijgesteld te zijn van socialezekerheidsbijdragen en belastingen, moet het gaan om kortingen die worden toegekend op door de onderneming gefabriceerde of verkochte goederen of verleende diensten. Zo kan een elektrozaak eigen producten tegen een gunstigere prijs verkopen aan de eigen werknemers. Het is niet mogelijk om een korting toe te kennen op aankopen bij een andere onderneming.

Daarnaast mag de hoeveelheid verkochte goederen of geleverde diensten aan elke werknemer, het normale verbruik van het gezin van de werknemer niet overschrijden. Het is een fietsenfabrikant dus niet toegestaan om jaarlijks een fiets aan te bieden aan de werknemers, aangezien dit niet kan beschouwd worden als normaal verbruik. Bovendien moet de werkgever kunnen aantonen dat hij de werknemer heeft geïnformeerd over deze voorwaarde.

De fiscus stelt hierbij als bijkomende voorwaarde dat het moet gaan om goederen voor dagelijks gebruik of duurzame goederen met een relatief geringe waarde (bijv. een televisie, fiets, kledij, wagen van een courant type… ). Luxegoederen zoals een exclusieve sportwagen of zeilschip worden door de fiscus niet beschouwd als duurzame goederen van geringe waarde. De kortingen op zulke luxegoederen zullen dan ook niet vrijgesteld zijn van belastingen.

Voor de fiscus mag de aan de werknemer toegekende gunstprijs niet lager zijn dan de kostprijs voor de werkgever. Als een fietsenfabrikant een fiets aankoopt voor 300 EUR (kostprijs) en verkoopt voor 500 EUR, dan kan hij aan de eigen werknemers een maximale korting geven van 200 EUR vrij van belastingen. Als de werknemers een prijs moeten betalen die lager ligt dan de kostprijs, dan zullen ze belastingen moeten betalen op het verschil tussen de kostprijs en de door hen betaalde prijs.

Om vrijgesteld te zijn van socialezekerheidsbijdragen, mag de korting niet groter zijn dan 30% van de normale prijs. De normale prijs is de prijs die de werknemer als particuliere consument zou moeten betalen. Ook hier mag de gunstprijs die de werknemer uiteindelijk betaalt, niet lager zijn dan de kostprijs van het product of de dienst. Als de werkgever toch een grotere korting geeft, dan zal het stuk van de korting dat 30% overschrijdt als loon worden beschouwd en onderworpen worden aan socialezekerheidsbijdragen.

De werkgever kan bedrijfsgoederen of diensten ook gratis toekennen aan zijn personeel. In dat geval is er sprake van een korting van 100%. Indien een fietsenfabrikant een fiets gratis zou toekennen, dan zullen zijn werknemers belast worden op de volledige kostprijs van de fiets voor de werkgever.

Voornamelijk in kledingwinkels komt het voor dat werknemers een shoppingbudget krijgen waarmee ze voor een afgesproken bedrag gratis kledij kunnen aankopen in de winkel. De werknemers zullen in zo’n geval socialezekerheidsbijdragen moeten betalen op het gedeelte van de korting dat 30% van de normale prijs (winkelwaarde) overschrijdt en belastingen moeten betalen op de kostprijs van de kledij voor de werkgever.

Indien de werkgever de werknemers verplicht om kledij uit de eigen winkel te dragen én het gaat om kledij die niet als gewone stads- of vrijetijdskledij kan worden gedragen, dan kan de tussenkomst van de werkgever als kost eigen aan de werkgever worden beschouwd. Het shoppingbudget zal dan niet onderworpen zijn aan socialezekerheidsbijdragen en belastingen. Het moet echter wel degelijk gaan om kledij die niet als vrijetijdskledij kan worden beschouwd (bijv. een overall).

Zelfs als de werknemer belastingen of socialezekerheidsbijdragen moet betalen op (een deel van) de toegekende producten of diensten, dan nog blijft het een interessant voordeel. De werknemer krijgt immers de mogelijkheid om bedrijfsgoederen aan te kopen of een beroep te doen op diensten tegen een veel lagere prijs dan de prijs die hij zou moeten betalen als particuliere consument.

Maar om het voordeel voor de werknemer zo interessant én gunstig mogelijk te maken, is het aan te raden om de korting te beperken tot 30% van de normale prijs én niet onder de kostprijs te duiken. In dat geval zullen er geen socialezekerheidsbijdragen en belastingen verschuldigd zijn op het verleende gunsttarief.

Auteur: Elien De Clercq

20/06/2014