Wijzigingen op 1 juli 2016 van het KB nr. 38 met betrekking tot het sociaal statuut van de zelfstandigen

Auteur: Compass
Datum:

De programmawet van 1 juli 2016 heeft meerdere wijzigingen voorzien aan het KB nr. 38 met betrekking tot het sociaal statuut van de zelfstandigen:

Aansluiting

Tot 30 juni 2016 voorzag de reglementering dat een zelfstandige zich ten laatste op de dag waarop hij zijn beroepsactiviteit startte, moest aansluiten.

Bij controles ter plaatse heeft het RSVZ regelmatig vastgesteld dat zelfstandigen die niet in regel zijn, zeggen dat zij juist die dag van plan waren zich aan te sluiten als zelfstandige.

Om fraude en oneerlijke concurrentie te vermijden, is het vanaf nu verplicht om zich VOOR het begin van de activiteit aan te sluiten. Vanaf 1 juli 2016 is het dus niet meer mogelijk om een zelfstandige activiteit op te starten voordat men zich bij een socialeverzekeringsfonds heeft aangesloten. Ingeval van controle door de sociale inspectie moet de zelfstandige bewijzen dat hij reeds aangesloten is bij een socialeverzekeringsfonds.

Administratieve boete

Zelfstandigen die een inbreuk begaan op de sociale wetgeving kunnen bestraft worden met een administratieve boete.

Tot nu was enkel de vennootschap solidair aansprakelijk voor de betaling van de boete van haar mandatarissen en actieve vennoten.

Sedert 1 juli 2016 is de zelfstandige ook solidair aansprakelijk voor de betaling van de administratieve boete die opgelegd wordt aan zijn helper.

De verjaringstermijn voor de invordering van de boete is 5 jaar, te rekenen vanaf de dag waarop geen beroep meer kan aangetekend worden tegen de beslissing van de bevoegde administratie om een administratieve boete op te leggen. De vordering tot het verkrijgen van de onverschuldigde betaling verjaart eveneens per 5 jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de onverschuldigde bijdragen of administratieve boetes betaald werden.

De verjaring kan gestuit worden met een aangetekend schrijven.

Deeleconomie

De programmawet van 1 juli bepaalt de regels van de deeleconomie. Dit is een systeem waarbij particulieren die hun diensten occasioneel aanbieden via elektronische platformen, erkend binnen het kader van de deeleconomie, zullen genieten van een gunstig belastingstelsel, indien aan volgende voorwaarden voldaan wordt:

  • de diensten worden uitsluitend verleend aan fysieke personen die niet handelen binnen het kader van hun beroepsactiviteit;
  • de diensten worden uitsluitend verleend binnen het kader van overeenkomsten die tot stand zijn gekomen door tussenkomst van een erkend elektronisch platform of een elektronisch platform dat door de overheid wordt georganiseerd;
  • de vergoedingen met betrekking tot de diensten worden enkel aan de dienstverlener betaald of toegekend door het platform of door tussenkomst van dit platform;
  • inkomsten uit deze activiteit bedragen jaarlijks niet meer dan 5.000 EUR bruto (geïndexeerd bedrag in 2016).

Indien aan deze voorwaarden wordt voldaan, worden de inkomsten beschouwd als diverse inkomsten die onderworpen zijn aan een voordelig belastingtarief.

Hoewel de wet die de regels van de deeleconomie vaststelt, verschenen is in het Belgisch staatsblad, is het voordelig belastingstelsel nog niet van toepassing. Er moeten nog koninklijke uitvoerings­besluiten genomen worden om de praktische toepassing mogelijk te maken.

Deze personen worden niet als zelfstandigen beschouwd en moeten niet onderworpen zijn aan het sociaal statuut van de zelfstandigen.

Voor meer informatie hierover kan u onze website consulteren:

http://www.partena-professional.be/nl/infoflashes/2016/deeleconomie-de-wet-is-er/

Auteur: Compass

19/08/2016