Werken in onroerende staat: lagere fiscale lasten in 2020

Auteur: Peggy Criel
Datum:

Verrichten uw werknemers werken in onroerende staat op werven en werken zij hierbij in ploegen? Dan geniet u misschien al van een fiscale lastenverlaging in de vorm van een vrijstelling van het doorstorten van een gedeelte van de bedrijfsvoorheffing. Vanaf 2020 verhoogt deze vrijstelling en bespaart u zo nog meer op uw loonkost. Indien u de fiscale lastenverlaging nog niet toepast loont het dus zeker de moeite om te onderzoeken of u ervan kan genieten.  

Even opfrissen

De fiscale lastenverlaging die van toepassing is sedert 1 januari 2018 geldt voor ondernemingen waar de werknemers:

  • in ploegen werken; en
  • werken in onroerende staat verrichten, en
  • minstens 1/3 van hun tijd ploegenarbeid op werven verrichten (1/3-norm).

Zowel het begrip ploegenarbeid als het begrip werken in onroerende staat kregen een specifieke omschrijving.

Ondernemingen waar ploegenarbeid wordt verricht

Ondernemingen waar ploegenarbeid wordt verricht, zijn ondernemingen waar:

  • het werk wordt verricht in één of meerdere ploegen;
  • de ploegen uit minstens twee personen bestaan, zonder rekening te houden met studenten en leerlingen van een alternerende opleiding;
  • de ploegen hetzelfde of complementair werk doen zowel qua inhoud als qua omvang;
  • de ploegen het werk verrichten op locatie, d.w.z. op een werf;
  • de ploegen werken in onroerende staat verrichten zoals hieronder uitgelegd;
  • de betrokken werknemers van een bovenvermelde ploeg (behalve de studenten en de leerlingen van een alternerende opleiding) in 2019 een bruto-uurloon van 13,99 euro ontvangen (in 2018 bedroeg dit minimum bruto-uurloon 13,75 euro). Het geïndexeerde bedrag van het bruto-uurloon voor 2020 is 14,19 euro (onder voorbehoud van bevestiging door de FOD Financiën).

Ondernemingen die erkend zijn voor uitzendarbeid en die uitzendkrachten ter beschikking stellen van bovenstaande ondernemingen, worden voor deze maatregel gelijkgesteld met ‘ondernemingen waar ploegenarbeid wordt verricht’.

Wat zijn werken in onroerende staat?

Dit zijn werken zoals bedoeld in artikel 20, § 2 van het KB nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.

In hoofdzaak gaat het over alle werken die betrekking hebben op het bouwen, het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen, het onderhouden, het reinigen en het afbreken, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed, en de handeling die erin bestaat een roerend goed te leveren en het op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt. 

Volgende activiteiten worden ook beoogd:

  1. iedere levering of aanhechting aan een gebouw:
    • van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een installatie voor centrale verwarming of airconditioning, daaronder begrepen de branders, de reservoirs en de regel – en controletoestellen verbonden aan de ketels of aan de radiatoren;
    • van de bestanddelen of een gedeelte van een sanitaire installatie van een gebouw en, meer algemeen, van alle vaste toestellen voor sanitair of hygiënisch gebruik aangesloten op een waterleiding of een riool;
    • van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische installatie van een gebouw, met uitzondering van toestellen voor de verlichting en van lampen ;
    • van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische belinstallatie, van brandalarmtoestellen, van alarmtoestellen tegen diefstal en van een huistelefoon;
    • van opbergkasten, gootstenen, gootsteenkasten en meubels met ingebouwde gootsteen, wastafels en meubels met ingebouwde wasbak, zuigkappen, ventilators en luchtverversers waarmee een keuken of badkamer is uitgerust ;
    • van luiken, rolluiken en rolgordijnen die aan de buitenkant van het gebouw worden geplaatst;
  2. iedere levering van wandbekleding of vloerbedekking evenals de plaatsing ervan in een gebouw, ongeacht of die bekleding of bedekking aan het gebouw wordt vastgehecht of eenvoudig ter plaatse op maat wordt gesneden volgens de afmetingen van de te bedekken oppervlakte;
  3. ieder werk dat bestaat in het aanhechten, het plaatsen, het herstellen, het onderhouden en het reinigen van goederen bedoeld in 1. of 2. hierboven.

De terbeschikkingstelling van personeel met het oog op het verrichten van werken in onroerende staat of van handelingen zoals hierboven omschrijven, wordt ook beoogd.

Wat betekent de 1/3-norm?

De maatregel geldt enkel voor werknemers die, overeenkomstig het arbeidsstelsel waaraan ze onderworpen zijn, minstens 1/3 van hun tijd ploegenarbeid op locatie verrichten, d.w.z. op een werf, en dit tijdens de maand waarvoor het voordeel wordt gevraagd.

Hoeveel bedraagt de vrijstelling vanaf 2020?

De vrijstelling van doorstorting van een gedeelte van de bedrijfsvoorheffing stijgt van 6 % naar 18 % vanaf 1 januari 2020.

Dit percentage wordt berekend op het totaal van de belastbare bezoldigingen van al de betrokken werknemers samen met uitzondering van:

  • premies, andere dan de ploegenpremie;
  • het vakantiegeld;
  • de eindejaarspremie;
  • achterstallige bezoldigingen.

Onze Legal Partners kunnen u adviseren

Om de fiscale lastenverlaging te genieten, moeten een aantal strikte voorwaarden vervuld zijn. Contacteer onze Legal Partners (legalpartners@partena.be of telefonisch op 02/549.30.20) voor een concrete analyse van uw situatie.

Komt u in aanmerking voor de vrijstelling?

Hoewel de maatregel niet beperkt is tot bepaalde sectoren, zullen voornamelijk werkgevers uit de volgende sectoren de vrijstelling kunnen genieten: metaalbouw (PC 111.01 , PC 111.02, PC 111.03) schoonmaak (PC 121), bouw (PC 124), hout en stoffering (PC 126), tuinbouw (meer bepaald PC 145.02 en PC 145.04), elektriciens (PC 149.01) en uitzendarbeid (PC 322).

Meent u in aanmerking te komen voor de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing maar berekenen we deze nog niet? Neem dan zo snel mogelijk contact op met uw Payroll Consultant om de praktische formaliteiten voor de toepassing van de vrijstelling nader te bespreken.

Berekenen wij de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing reeds voor (een deel van) uw werknemers, dan passen wij vanaf 2020 automatisch de verhoogde vrijstelling toe.

Bronnen: Wet van 26 maart 2018 betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie, B.S. 30 maart 2018; Wet van 28 april 2019 houdende diverse fiscale bepalingen en tot wijziging van artikel 1, § 1ter, van de wet van 5 april 1955, B.S. 6 mei 2019.

De website van Partena Professional is een kanaal om informatie in een begrijpelijke vorm ter beschikking te stellen aan aangesloten leden en niet-leden.

Partena Professional streeft er naar actuele informatie aan te bieden en deze informatie wordt met de grootste zorg samengesteld (onder andere in de vorm van Infoflashes).

Maar aangezien de sociale en fiscale wetgeving voortdurend in beweging is, kan Partena Professional geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden inzake de juistheid, het up-to- date zijn of de volledigheid van de informatie die via deze website werd geraadpleegd of uitgewisseld.

Verdere bepalingen kunnen worden nagelezen in onze algemene disclaimer die van toepassing is bij elke raadleging van deze website. Door deze website te raadplegen, aanvaardt u uitdrukkelijk de bepalingen van deze disclaimer. Partena Professional kan de inhoud van deze disclaimer eenzijdig wijzigen.