Welk CO2-uitstootgehalte voor bedrijfsvoertuigen?

Auteur: Anne Ghysels & Isabelle Caluwaerts
Datum:

Sinds 1 september 2018 wordt de CO2-uitstoot van nieuwe voertuigen bepaald op basis van de ‘WLTP-methode’ (Worlwide Harmonized Light Vehicles Test Procedure).

De Europese Commissie heeft deze nieuwe methode voor het bepalen van de CO2-uitstoot opgelegd aan autofabrikanten om de oude ‘NEDC’-methode (New European Driving Cycle) te vervangen.

Tot 31 december 2021 moeten de autofabrikanten echter twee waarden op de officiële voertuigdocumenten vermelden: de CO2-uitstoot die volgens de nieuwe WLTP-norm wordt bepaald en een omzetting van deze waarde in een NEDC-waarde (NEDC 2.0).

Fiscale impact van de nieuwe WLTP-norm

De CO2-uitstoot van het voertuig bepaalt het CO2-percentage dat in aanmerking wordt genomen in de formule voor de berekening van het voordeel van alle aard, dat voortvloeit uit de terbeschikkingstelling van een bedrijfswagen voor privégebruik (ter herinnering: cataloguswaarde X degressiviteitscoëfficiënt X 6/7 X CO2-percentage).

Met welk CO2-uitstootgehalte moet rekening worden gehouden bij de vaststelling van het belastbaar voordeel van alle aard (VAA)? Met het CO2-uitstootgehalte dat vermeld is op het inschrijvingsbewijs van het voertuig of datgene op het gelijkvormigheidsattest?

Voertuigen met één CO2-uitstootgehalte (NEDC)

Voor de vaststelling van het belastbaar VAA moet rekening worden gehouden met het CO2-uitstootgehalte zoals dat gekend is bij de Dienst voor Inschrijvingen van Voertuigen (DIV).

Dit gegeven staat in principe vermeld op zowel het gelijkvormigheidsattest (‘gewogen, gecombineerde’ CO2-waarde voor elektrisch oplaadbare voertuigen; ‘gecombineerde’ CO2-waarde voor andere aandrijvingen) als het inschrijvingsbewijs van het voertuig.

Voertuigen met twee CO2-uitstootgehaltes (WLTP en NEDC)

Om na te gaan of een voertuig over twee CO2-uitstootgehaltes (WLTP en NEDC) beschikt, kan het gelijkvormigheidsattest van het voertuig worden geraadpleegd. Het gelijkvormigheidsattest van een voertuig met twee CO2-uitstootgehaltes vermeldt namelijk zowel een tabel (code 49.1) met NEDC-waarden, als een tabel (code 49.4) met WLTP-waarden. Het inschrijvingsbewijs vermeldt daarentegen echter maar één waarde en verduidelijkt niet om welke waarde het gaat.

Voor voertuigen met twee CO2-uitstootgehaltes (WLTP en NEDC), mag tot en met 31 december 2020 met de NEDC-waarde rekening worden gehouden voor de berekening van het VAA. 

Ook hier moet het gaan om de NEDC-waarde zoals die gekend is bij de DIV. In principe stemt die NEDC-waarde overeen met de NEDC-waarde vermeld in de tabel (code 49.1) van het gelijkvormigheidsattest van het voertuig (‘gewogen, gecombineerde’ CO2-waarde voor elektrisch oplaadbare voertuigen; ‘gecombineerde’ CO2-waarde voor andere aandrijvingen).

Vanaf 2021 wordt de NEDC-waarde vervangen door de overeenkomstige WLTP-waarde.

 

In de twee bovengenoemde gevallen, wanneer het gelijkvormigheidsattest CO2-uitstootgehaltes vermeldt, maar het inschrijvingsbewijs niet, en de DIV geen enkel gegeven heeft over de CO2-uitstootgehaltes, moet het CO2-uitstootgehalte van het betreffende voertuig voor de berekening van het VAA als volgt worden vastgesteld:

Als het voertuig wordt aangedreven door een benzine-, lpg- of aardgasmotor, wordt dat voertuig gelijkgesteld met een voertuig met een CO2-uitstootgehalte van 205 g/km;

Als het voertuig wordt aangedreven door een dieselmotor, wordt dat voertuig gelijkgesteld met een voertuig met een CO2-uitstootgehalte van 195 g/km.

Sociale impact van de nieuwe WLTP-norm

De invoering van deze nieuwe norm heeft ook een impact op de berekening van de socialezekerheidsbijdragen.

De RSZ-bijdrage, de zogenaamde CO2-bijdrage, is immers gebaseerd op het CO2-uitstootgehalte in g/km.

De werkgever is deze solidariteitsbijdrage verschuldigd wanneer hij (rechtstreeks of onrechtstreeks) aan zijn werknemer een bedrijfsvoertuig (van klasse M1 of N1) ter beschikking stelt voor persoonlijke doeleinden of voor woon-werkverkeer.

Ter herinnering, deze maandelijkse bijdrage wordt berekend aan de hand van volgende formule:  

Type brandstof

Formule

Benzine

[((CO2-uitstootgehalte x 9 EUR) – 768) / 12] x 147,73/114,08

Diesel

[((CO2-uitstootgehalte x 9 EUR) – 600) / 12] x 147,73/114,08

Elektriciteit

20,83 EUR x 147,73 /114,08

Lpg

[((CO2-uitstootgehalte x 9 EUR) – 990) / 12] x 147,73/114,08

Vanaf 1 januari 2019 mag het bedrag van de CO2-bijdrage bovendien in geen geval lager liggen dan 26,97 EUR voor de voertuigen die niet elektrisch worden aangedreven.

Zoals hierboven vermeld, wordt er slechts één CO2-uitstootgehalte vermeld op het inschrijvingsbewijs: de NEDC-waarde of de WLTP-waarde, afhankelijk van de inschrijvingsdatum van het voertuig.

De RSZ preciseert dat gedurende een overgangsperiode tot eind 2020 het de NEDC-waarde vermeld in de tabel (code 49.1) van het gelijkvormigheidsattest is die gebruikt moet worden. Tot die datum moet de WLTP-waarde (code 49.4) niet in aanmerking worden genomen. 

Als er geen gegevens over het CO2-uitstootgehalte beschikbaar zijn (met uitzondering van de voertuigen die omgevormd zijn van M1 naar N1 waar de solidariteitsbijdrage wordt berekend op basis van het CO2-uitstootgehalte van het voertuig behorend tot de categorie M1), moet de berekening van de CO2-bijdrage worden uitgevoerd op basis van:

Benzinevoertuigen: een uitstoot van 182 g/km

Dieselvoertuigen: een uitstoot van 165 g/km.

 

Bronnen: FAQ Bedrijfswagens (https://financien.belgium.be), Administratieve instructies RSZ K1/2019