Wanneer een bonus onderworpen is aan RSZ: nieuwe rechtspraak

Auteur: Yves Stox
Datum:

Een bonus is onderworpen aan RSZ-bijdragen wanneer ze uitgekeerd wordt door de werkgever. Hieruit zou men kunnen afleiden dat er geen RSZ-bijdragen moeten worden betaald voor bonussen die door een derde partij – bijvoorbeeld een andere vennootschap – uitbetaald worden aan een werknemer binnen uw onderneming. Als antwoord op deze praktijk verstrengde de RSZ de administratieve interpretatie hieromtrent vanaf het derde kwartaal van 2018. Het Hof van Cassatie bevestigt deels de interpretatie van de RSZ: een voordeel dat geldt als tegenprestatie van arbeid is steeds ten laste van de werkgever, of ze nu door uw eigen vennootschap of een derde partij wordt betaald.

RSZ-bijdragen: vier voorwaarden

RSZ-bijdragen zijn verschuldigd op het brutoloon van uw werknemer. Het gaat hierbij zowel om het vast maandloon als om de variabele verloning. Het begrip ‘loon’ moet opgevat worden zoals gedefinieerd door de loonbeschermingswet. Het gaat om:

  • (I) het loon in geld, of de in geld waardeerbare voordelen
  • (II) waarop de werknemer recht heeft
  • (III) ingevolge zijn dienstbetrekking
  • en (IV) ten laste van de werkgever, ook als de voordelen niet worden toegekend als tegenprestatie voor arbeidsprestaties.

I. Een bonus is vaak een geldbedrag. De eerste voorwaarde is dan vervuld. Een bonus kan ook bestaan uit bijvoorbeeld aandelenopties of een winstpremie. In dat geval gelden specifieke regels.

II. De tweede voorwaarde – een recht van de werknemer – is ruim. Het recht op de cash bonus volstaat. Of de cash bonus al dan niet is vastgelegd in de arbeidsovereenkomst of een bonusplan is niet relevant. Het is ook niet van belang of het gaat om een eenmalige bonus of een bonusplan dat over verschillende jaren loopt.

III. RSZ-bijdragen zijn niet alleen verschuldigd op het loon betaald als tegenprestatie voor de verrichte arbeid. Ook een premie die losstaat van de arbeidsprestaties is onderworpen aan RSZ-bijdragen.

IV. De vierde voorwaarde is het meest relevant in de RSZ-discussie, maar ook het meest complex. Vanaf het derde kwartaal van 2018 paste de RSZ de interpretatie van deze voorwaarde aan. De RSZ claimde een ruimer loonbegrip na rechtspraak van het Arbeidshof te Brussel. Er was echter heel wat discussie of de gewijzigde interpretatie van de RSZ terecht was. Het Hof van Cassatie bevestigde de uitspraak van het Arbeidshof in een arrest van 20 mei 2019. De RSZ zal dus zich gesterkt voelen in zijn positie.

Bijna steeds “ten laste van de werkgever”

Wat betekent dit in de praktijk voor u als werkgever? U financiert zelf de voordelen die u aan uw werknemers biedt. Dus zowel wanneer u zelf de cash bonus uitbetaalt, als wanneer een andere vennootschap de financiële kost van het voordeel doorrekent aan de eigenlijke werkgever.

Maar stel nu dat niet u, maar een andere onderneming binnen de groep de cash bonus toekent aan uw werknemers zonder u hiervoor een factuur te presenteren. U draagt de financiële kost van het voordeel dus niet. Ook dan zijn RSZ-bijdragen verschuldigd indien – zo stelt de RSZ – “de toekenning het gevolg is van de prestaties geleverd in het kader van de arbeidsovereenkomst die met die werkgever werd afgesloten of verband houdt met de functie die de werknemer bij die werkgever uitoefent.” De RSZ nam die positie in na rechtspraak van het Arbeidshof te Brussel. De wettekst zelf werd niet gewijzigd.

Eerder zette het Hof van Cassatie al eens de puntjes op de i. Uit de boekhouding mag dan al blijken dat een derde en niet de werkgever de financiële last van het voordeel draagt, toch zijn RSZ-bijdragen verschuldigd als de werknemer zich kan richten naar de werkgever om het voordeel te claimen. Die juridische aanspraak van de werknemer ten opzichte van zijn of haar werkgever is dus voldoende opdat RSZ-bijdragen zijn verschuldigd (Hof van Cassatie, 10 oktober 2016, S.15.0118.N, raadpleegbaar op www.juridat.be).

Het Hof van Cassatie gaat nu een stapje verder en bevestigt de rechtspraak van het Arbeidshof te Brussel (Hof van Cassatie, 20 mei 2019, S.18.0063, raadpleegbaar op www.juridat.be). Als de bonus een tegenprestatie is van de arbeidsprestaties van de werknemer in het kader van de arbeidsovereenkomst, dan heeft die werknemer daar per definitie recht op ten laste van de werkgever. De werknemer maakt dan juridische aanspraak op de bonus en RSZ-bijdragen zijn verschuldigd. Dat een derde de financiële last draagt of instaat voor de effectieve uitbetaling doet daar geen afbreuk aan.

De RSZ claimt ook bijdragen als de toekenning van het voordeel verband houdt met de functie die de werknemer bij de werkgever uitoefent. Over dit criterium heeft het Hof van Cassatie geen uitspraak gedaan.

Loonkost: denk ook aan het vakantiegeld

U moet bij het bepalen van de budgetten niet alleen rekening houden met de werkgeversbijdragen (25% basisbijdrage). U zult in de regel ook vakantiegeld verschuldigd zijn over de bonus (van de bediende). Het enkel en dubbel vakantiegeld over variabel verloning bedraagt +/- 15,668%. In heel specifieke situaties is geen vakantiegeld verschuldigd.

Alternatieven voor de cash bonus

Bent u op zoek naar alternatieven voor een cash bonus? Bekijk dan zeker ons webinar “Motiveren en belonen van medewerkers”.

Contacteer ons

Vragen over RSZ-bijdragen, en wanneer ze wel of niet verschuldigd zijn? En wat met het vakantiegeld? Aarzel niet om ons uw vragen te stellen via legal.partners@partena.be.