Vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing: sportbeoefenaars

Auteur: Isabelle Caluwaerts
Datum:

Sinds 1 januari 2008 wordt aan werkgevers een vrijstelling van doorstorting toegekend van 80 % van de bedrijfsvoorheffing die verschuldigd is op de bezoldigingen betaald en/of toegekend aan de sportbeoefenaars die zij tewerkstellen, mits bepaalde voorwaarden worden nageleefd.

Toepassingsgebied

De vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing is van toepassing op de bezoldigingen van sportbeoefenaars die op 1 januari van het jaar dat volgt op dat waarin de vrijstelling wordt gevraagd, niet de leeftijd van 26 jaar hebben bereikt:

Specifieke voorwaarde

Deze vrijstelling wordt eveneens toegekend aan de werkgevers die bezoldigingen betalen en/of toekennen aan "oudere sportbeoefenaars" (d.w.z. sportbeoefenaars die op 1 januari van het jaar dat volgt op dat waarin de vrijstelling wordt gevraagd de leeftijd van 26 jaar hebben bereikt), op voorwaarde dat uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op dat waarin de vrijstelling wordt gevraagd, de helft van deze vrijstelling (40 % van de ingehouden bedrijfsvoorheffing ) wordt besteed aan de opleiding van jonge sportbeoefenaars die de leeftijd van 23 jaar nog niet hebben bereikt op 1 januari van dat jaar.

Onder bedragen die gebruikt worden voor de opleiding van jonge sportbeoefenaars wordt verstaan:

  • de bezoldiging van personen belast met de opleiding, begeleiding of ondersteuning van deze jonge sportbeoefenaars in hun sportbeoefening;
  • de bezoldiging van jonge sportbeoefenaars zelf.

De bezoldiging van jonge sportbeoefenaars kan evenwel slechts als geldige besteding worden gezien wanneer het niet meer bedraagt dan acht keer het minimumloon dat een sportbeoefenaar moet verdienen om beschouwd te worden als betaalde sportbeoefenaar.

Dit bedrag is vastgesteld bij koninklijk besluit en bedraagt € 9 600 voor de periode van 1 juli 2015 tot 30 juni 2016.

Dit grensbedrag is enkel van toepassing op de bezoldigingen van jonge sportbeoefenaars. De bezoldigingen van opleiders, trainers of begeleiders moeten niet beperkt worden of een bepaald minimum bedragen om aan de voorwaarden te voldoen.

Indien de voorwaarde inzake besteding van de bedragen niet binnen de voornoemde termijn wordt vervuld, zal de werkgever de vrijstelling gedeeltelijk verliezen. De niet bestede bedragen zullen dan immers gestort moeten worden in de Schatkist, verhoogd met nalatigheidsintresten.

Voorbeeld

De bedrijfsvoorheffing die wordt ingehouden op de bezoldigingen van de sportbeoefenaars bedraagt 79 817 € (waarvan 35 617 € voor bezoldigingen van sportbeoefenaars van 26 jaar en ouder).

De werkgever is dus vrijgesteld van storting in de Schatkist voor een bedrag van 63 853, 60 € hetzij 79 817 X 80 %).

Bedragen die besteed worden aan het opleiden van jonge sportbeoefenaars: 35 617 € X 80 % X 50 % = 14 246,80 €.

Indien de bezoldiging van werknemers belast met het opleiden van jonge sportbeoefenaars in de club en de bezoldiging van jonge sportbeoefenaars (beperkt tot 9 600 X 8 voor de periode van 01/07/2015 tot 30/06/2016) meer bedragen dan 14 246,80 €, dan is de bestedingsvoorwaarde vervuld.          

 

Bronnen:

  • 2e addendum dd. 28.08.2015 bij de Circulaire AAFisc Nr. Ci.RH.244/613.502 (AAFisc 35/2012) dd. 12.11.2012;
  • Circulaire nr. Ci.RH.241/613.502 (AAFisc 35/2012) dd. 12.11.2012 en zijn addendum dd. 07.10.2013.  

Auteur: Isabelle Caluwaerts

22/09/2015