Verlof voor medische bijstand: wat verandert er vanaf 1 juni 2017?

Auteur: Catherine Legardien
Datum:

Op 1 juni 2017 werden twee wijzigingen van kracht aan de regelgeving betreffende verlof voor medische bijstand. Enerzijds werd de definitie gewijzigd van het familielid waarvoor de werknemer dit verlof kan genieten. En anderzijds werd de inhoud gewijzigd van het attest dat de behandelende geneesheer moet afleveren aan de werknemer die gebruikmaakt van dit verlof.

Verlof voor medische bijstand: waarover gaat het?

Verlof voor medische bijstand is een thematisch verlof dat aan de werknemer wordt toegekend voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid.

Onder ‘zware ziekte’ verstaan we elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende geneesheer als dusdanig wordt beschouwd en waarvoor hij elke vorm van sociale, familiale of psychologische bijstand noodzakelijk acht voor het herstel van de persoon.

Onder bepaalde voorwaarden kan de werknemer naar aanleiding van dit verlof zijn arbeidsprestaties volledig schorsen of verminderen met 1/5e of tot een halftijdse baan

Een werknemer die zich beroept op het recht op verlof voor medische bijstand kan aanspraak maken op onderbrekingsuitkeringen ten laste van de RVA.

Wanneer de werknemer zijn aanvraag voor verlof voor medische bijstand indient bij de werkgever, moet hij een attest bijvoegen van de behandelende geneesheer van de zwaar zieke persoon waaruit blijkt dat hij zich bereid heeft verklaard aan die persoon bijstand of verzorging te verlenen.

Nieuw op 1 juni 2017

Op 1 juni 2017 zijn twee aanpassingen aan de regelgeving van kracht geworden. Ze zijn meer specifiek van toepassing op aanvragen die vanaf 1 juni 2017 zijn ingediend bij de werkgever.  

Familielid

Het ‘familielid’ waarvoor de werknemer verlof voor medische bijstand kan genieten, moet een bloedverwant tot de 2e graad of een aanverwant tot de 1e graad zijn (en niet meer tot de 2e graad zoals vroeger het geval was).

Wanneer de werknemer wettelijk samenwonend is, worden trouwens ook de ouders en de kinderen van de wettelijk samenwonende partner voortaan als zijn familieleden beschouwd.

Attest van de behandelende geneesheer

Op dit moment moet op het attest dat werd afgeleverd door de behandelende geneesheer ook vermeld zijn dat de zorgbehoefte daadwerkelijk een voltijdse onderbreking, een halftijdse of 1/5e vermindering behoeft naast de eventuele professionele ondersteuning waarop de persoon kan rekenen.

Deze bijkomende vermelding is echter niet vereist in situaties waarin het verlof wordt gevraagd voor het verlenen van bijstand of verzorging aan zijn minderjarig zwaar ziek kind of aan een minderjarig zwaar ziek kind dat gezinslid is.

En tijdskrediet met motief ‘bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid’?

Los van het thematisch verlof voor medische bijstand kan de werknemer voor maximaal 51 maanden tijdskrediet ‘met motief’ opnemen voor het verlenen van bijstand of verzorging aan een zwaar ziek gezins- of familielid.

Sinds 1 juni 2017 geldt de nieuwe definitie voor ‘familielid’ (van toepassing op verlof voor medische bijstand - zie hierboven) ook voor dit tijdskrediet.

Daarnaast moet de werknemer, uiterlijk op het ogenblik waarop het tijdskrediet aanvangt, aan de werkgever een attest bezorgen dat is afgeleverd door de behandelende geneesheer van het gezins- of familielid.

Sinds 1 april 2017 en krachtens de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103ter moet op dit attest ook vermeld zijn dat de zorgbehoefte daadwerkelijk een voltijdse onderbreking, een halftijdse of 1/5e vermindering behoeft naast de eventuele professionele ondersteuning waarop de persoon kan rekenen.

Bron: Koninklijk Besluit van 23 mei 2017 tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 10 augustus 1998 tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid, B.S. 1 juni 2017.

Auteur: Catherine Legardien

15/06/2017