Verkiezingen van 14 oktober 2018: uitoefenen van een ambt

Auteur: Catherine Legardien
Datum:

In een vorige Infoflash bekeken we of werknemers het recht hebben om afwezig te blijven op zondag 14 oktober 2012 om hun stemplicht te vervullen voor de gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen. We hadden het ook over hun recht op loon in die context. We gaan nu dieper in op die rechten voor werknemers die werden aangeduid om een ambt uit te oefenen in het kader van de verkiezingen.

De werknemer heeft het recht om afwezig te blijven van het werk indien hij werd aangeduid om het ambt van voorzitter, bijzitter of secretaris te vervullen in een stembureau of een stemopnemingsbureau (artikel 20, 5° van de wet van 3 juli 1978).

Naargelang het ambt en het type bureau kan de werknemer aanspraak maken op bezoldigd omstandigheidsverlof (of klein verlet), waarvan de duur hieronder wordt verduidelijkt.

Indien het gaat om een werknemer die het ambt uitoefent van:

  • bijzitter in een hoofdstembureau of enig stembureau tijdens de gemeenteraads- of provincieraadsverkiezingen (afwezigheidsduur: de tijd die nodig is) ;
  • bijzitter in een hoofdbureau voor stemopneming tijdens de gemeenteraads- of provincieraadsverkiezingen (afwezigheidsduur: de tijd die nodig is - maximum 5 dagen).

Tijdens die afwezigheden wordt de arbeidsovereenkomst geschorst met behoud van loon op voorwaarde dat de betrokken werknemer vooraf zijn werkgever heeft geïnformeerd over zijn aanduiding als bijzitter en hij het verlof gebruikt heeft voor de doeleinden waarvoor het werd toegekend.

De werkgever heeft het recht om als bewijs een kopie te vragen van de aanduiding van zijn werknemer in het ambt van bijzitter.

We merken op dat de werknemer om beroepsredenen kan vragen om vrijgesteld te worden van zijn ambt in het kader van de verkiezingen; in dat geval kan hij geen aanspraak maken op omstandigheidsverlof.

BELANGKRIJK!

Behoudens een tegenstrijdige bepaling in een collectieve arbeidsovereenkomst, in het arbeidsreglement of in de arbeidsovereenkomst heeft de werknemer in geen geval recht op een bezoldigd omstandigheidsverlof:

  • indien hij enkel op zondag het ambt van bijzitter uitoefent en de zondag een inactiviteitsdag is voor de werknemer;
  • indien hij het ambt van bijzitter uitoefent in een stembureau dat geen hoofdbureau of een enig bureau is;
  • indien hij het ambt van bijzitter uitoefent in een stemopnemingsbureau dat geen hoofdbureau is;
  • indien hij het ambt uitoefent van voorzitter of secretaris in een bureau. 

Indien hij toch afwezig wenst te blijven om een van die ambten uit te oefenen, zal hij wettelijke verlofdagen moeten opnemen. Eventueel neemt hij een dag verlof zonder wedde met het akkoord van zijn werkgever. Hij zou ook aanspraak kunnen maken op een verlofdag wegens dringende reden, althans indien de gebeurtenis in kwestie hem toelaat deze afwezigheid te nemen op basis van een contractuele bepaling of een bepaling uit het arbeidsreglement of zelfs een bepaling uit een collectieve arbeidsovereenkomst in de onderneming.

Bronnen: Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, artikels 20, 5°; Koninklijk Besluit van 28 augustus 1963 betreffende het behoud van het normaal loon van de werklieden, de dienstboden, de bedienden en de werknemers aangeworven voor de dienst op binnenschepen, voor afwezigheidsdagen ter gelegenheid van familiegebeurtenissen of voor de vervulling van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten.