Verkiezingen van 14 oktober 2018: politiek verlof voor verkozen werknemers

Auteur: Catherine Legardien
Datum:

Op zondag 14 oktober 2018 worden gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen gehouden. Misschien worden sommigen van uw werknemers dan verkozen om te zetelen in één of meerdere instellingen. Werknemers die kandidaat zijn voor de gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen en die verkozen worden, kunnen onder bepaalde voorwaarden aanspraak maken op politiek verlof. Ze mogen dan van het werk afwezig blijven om hun mandaat of ambt uit te oefenen.

In deze infoflash bekijken we alleen de regels die gelden voor werknemers uit de privésector.

WIE HEEFT RECHT OP POLITIEK VERLOF?

Op gemeentelijk niveau

Het uitoefenen van volgende mandaten (of ambten) geeft recht op politiek verlof:

  • burgemeester,
  • schepen,
  • gemeenteraadslid,
  • voorzitter van een bureau van een districtsraad,
  • lid van een bureau van een districtsraad,
  • voorzitter van een districtsraad,
  • lid van een districtsraad,
  • voorzitter van een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW),
  • lid van een vast bureau van een raad voor maatschappelijk welzijn,
  • lid van een raad voor maatschappelijk welzijn.

Op provinciaal niveau

Het uitoefenen van volgende mandaten (of ambten) geeft recht op politiek verlof:

  • voorzitter van een provincieraad,
  • provincieraadslid.

Een bestendig afgevaardigde krijgt daarentegen geen politiek verlof.

DUUR VAN HET VERLOF EN FORMALITEITEN

De duur van het politiek verlof en de formaliteiten die vervuld moeten worden om het te verkrijgen, verschillen afhankelijk van het type van mandaat (of ambt) dat wordt uitgeoefend.

Mandaat (of ambt) van burgemeester, schepen, voorzitter of lid van een bureau van een districtsraad of voorzitter van een OCMW

De werknemer die het mandaat (of het ambt) uitoefent van burgemeesterschepenvoorzitter of lid van een bureau van een districtraad, voorzitter van een OCMW kan politiek verlof bekomen in de vorm van:

  • ofwel een gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst;
  • ofwel een volledige schorsing van de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst.

Het recht op de gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst is trouwens niet beperkt tot één enkel mandaat (of ambt). Dat is wel het geval voor het recht op de volledige schorsing.

Die twee formules kunnen gebruikt worden tijdens de uitoefening van hetzelfde mandaat (of hetzelfde ambt).

Gedeeltelijke schorsing

Duur – De werknemer heeft het recht maximum twee dagen per week afwezig te blijven van het werk.

Aankondiging – Hij moet zijn werkgever op de hoogte brengen van zijn geplande afwezigheidsdagen ten laatste de woensdag die de week van zijn afwezigheid voorafgaat. Is dat niet mogelijk of zijn er nog wijzigingen aan al doorgegeven data, dan informeert de werknemer zo snel mogelijk de werkgever.

Bewijs – De werknemer dient aan de werkgever het bewijs te leveren van zijn mandaat (of ambt). Dat moet gebeuren zodra hij voor het eerst gebruik wil maken van zijn recht op een gedeeltelijke schorsing. Het bewijs moet geleverd worden vóór de uitoefening van zijn recht of ten laatste op het ogenblik waarop de werkgever op de hoogte is gebracht van zijn afwezigheidsdagen.

Volledige schorsing

Duur – De werknemer kan de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst volledig schorsen tijdens de duur van zijn mandaat (of ambt).

De schorsing duurt minimum twaalf maanden. Die periode kan - voor hetzelfde mandaat (of hetzelfde ambt) - verlengd worden met een of meer andere periodes van ten minste twaalf maanden met of zonder onderbreking.

Aankondiging – De werknemer moet zijn werkgever schriftelijk op de hoogte brengen van de datum waarop de schorsing begint te lopen en van de duur ervan.

Bij hernieuwing van de schorsingsperiode (na minimum twaalf maanden schorsing) of bij een schorsing die begint te lopen tijdens de uitoefening van het mandaat (of ambt), moet de werkgever verwittigd worden. Dat moet ten minste een maand voor de hernieuwing of de schorsing aanvangt plaatsvinden, tenzij de werkgever een kortere termijn aanvaardt.

Bewijs - De werknemer dient aan de werkgever het bewijs te leveren van zijn mandaat (of ambt). Dat moet gebeuren zodra hij voor het eerst gebruik wil maken van zijn recht op een volledige schorsing. Het bewijs moet geleverd worden vóór de uitoefening van zijn recht of ten laatste op het ogenblik waarop de werkgever op de hoogte is gebracht van de begindatum en de duur van de periode van volledige schorsing van de arbeidsovereenkomst.

Mandaat (of ambt) van gemeenteraadslid, lid van een vast bureau van een raad voor maatschappelijk welzijn of lid van een raad voor maatschappelijk welzijn

Duur – De werknemer die een mandaat (of ambt) uitoefent dat is opgenomen in onderstaande tabel, heeft recht op een aantal afwezigheidsdagen per maand wegens politiek verlof. Dat aantal dagen hangt af van het inwoneraantal van de gemeente.

Inwoneraantal van de gemeente

Gemeenteraadsleden (geen burgemeester en schepenen)

Leden van een vast bureau van een raad voor maatschappelijk welzijn (geen voorzitter)

Leden van een raad voor maatschappelijk welzijn (geen voorzitter en leden van een vast bureau)

Minder dan 10 000

½ dag

1 dag

½ dag

Van 10 000 tot 50 000

1 dag

2 dagen

1 dag

Meer dan 50 000

1 dag

2 ½ dag

1 dag

De werknemer kan zijn verlof spreiden over de werkdagen van de maand.

Aankondiging – In geen enkele bepaling wordt de werknemer verplicht om zijn werkgever op de hoogte te brengen van de data waarop hij afwezig is wegens politiek verlof. Het is echter raadzaam dat een werknemer die dergelijk mandaat (of ambt) uitoefent, vooraf zijn werkgever verwittigt van zijn afwezigheid (liefst schriftelijk) om organisatorische redenen.

Bewijs – De werknemer moet bij zijn aanstelling aan zijn werkgever het bewijs leveren van het bestaan van zijn mandaat (of ambt).

Mandaat (of ambt) van voorzitter of lid van een districtsraad

Duur - De werknemer die voorzitter of lid is van een districtsraad krijgt één dag politiek verlof per maand.

De werknemer kan zijn verlof spreiden over de werkdagen van de maand.

Aankondiging - In geen enkele bepaling wordt de werknemer verplicht om zijn werkgever op de hoogte te brengen van de data waarop hij afwezig is wegens politiek verlof. Het is echter raadzaam dat een werknemer die dergelijk mandaat (of ambt) uitoefent, vooraf zijn werkgever verwittigt van zijn afwezigheid (liefst schriftelijk) om organisatorische redenen.

Bewijs – De werknemer moet bij zijn aanstelling aan zijn werkgever het bewijs leveren van het bestaan van zijn mandaat (of ambt).

Mandaat (of ambt) van voorzitter van een provincieraad of provincieraadslid

Duur – De werknemer, die voorzitter van een provincieraad of provincieraadslid is, krijgt politiek verlof voor de periodes die samenvallen met de provincieraadszittingen.

Aankondiging - In geen enkele bepaling wordt de werknemer verplicht om zijn werkgever op de hoogte te brengen van de data waarop hij afwezig is wegens politiek verlof. Het is echter raadzaam dat een werknemer die dergelijk mandaat (of ambt) uitoefent, vooraf zijn werkgever verwittigt van zijn afwezigheid (liefst schriftelijk) om organisatorische redenen.

Bewijs – In geen enkele bepaling wordt de werknemer verplicht om het bewijs leveren van het bestaan van zijn mandaat (of ambt).

Algemene opmerking

Politiek verlof mag enkel gebruikt worden voor het vervullen van de opdrachten die rechtstreeks voortvloeien uit de uitoefening van het mandaat (of ambt).

LOON

De werknemer behoudt zijn normaal loon ten laste van de werkgever voor de dagen waarop hij afwezig is wegens politiek verlof. Dat is niet het geval wanneer het om politiek verlof gaat om een van volgende mandaten (of ambten) uit te oefenen:

  • burgemeester;
  • schepen;
  • voorzitter van een bureau van een districtsraad;
  • lid van een bureau van een districtsraad;
  • voorzitter van een OCMW.

De werkgever kan om de drie maanden de terugbetaling bekomen van de lonen en werkgeversbijdragen voor de periode van het politiek verlof. De aanvraag tot terugbetaling moet ingediend worden bij de instelling waar de werknemer zijn mandaat (of ambt) vervult, in de vorm van een aangifte van schuldvordering, opgesteld voor elke betrokken werknemer.

Het normaal loon wordt berekend overeenkomstig de wetgeving betreffende de feestdagen, met toepassing van de begrenzing voorzien in het stelsel van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. Sinds 1 september 2018 bedraagt die begrenzing 3705,72 euro bruto per maand (142,5279 euro bruto per dag in de 6-dagenweek of 171,03 euro bruto per dag in de 5-dagenweek).

ONTSLAGBESCHERMING

De werknemer die kandidaat is voor één van de hierboven vermelde mandaten (of ambten), geniet ontslagbescherming.

Duur van de beschermingsperiode

De beschermingsperiode gaat in vanaf de datum waarop de werkgever de brief ontvangt waarin hij op de hoogte wordt gebracht van de kandidatuur van de werknemer. De werknemer moet die brief aangetekend versturen binnen de zes maanden vóór de verkiezingsdatum.

Het einde van de beschermingsperiode varieert al naargelang de werknemer-kandidaat al dan niet verkozen is:

  • als hij verkozen is, verstrijkt de beschermingsperiode na afloop van de zes maanden die volgen op het einde van het mandaat.
  • als hij niet verkozen is, is de bescherming niet langer van kracht op het einde van de drie maanden die volgen op de dag van de verkiezingen voor zover de werknemer daadwerkelijk voorkomt op de kandidatenlijsten. Zoniet blijft hij beschermd tegen ontslag tot de verkiezingen.

Inhoud van de bescherming

Tijdens de hele duur van de bescherming mag de werkgever geen daad stellen die ertoe strekt eenzijdig een einde te stellen aan de dienstbetrekking, behalve om redenen die vreemd zijn aan het feit dat de werknemer kandidaat is voor de verkiezingen

Sanctie bij onregelmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst

Bij dergelijke beëindiging (namelijk wanneer de werkgever onmiddellijk de overeenkomst beëindigt of kennis geeft van een opzeggingstermijn zonder motief dat vreemd is aan het feit dat de werknemer kandidaat is (of een politiek mandaat uitoefent)) tijdens de beschermingsperiode, kan de werknemer aanspraak maken op een beschermingsvergoeding. Die beschermingsvergoeding stemt overeen met zes maanden loon, nog afgezien van de verbrekingsvergoeding, zelfs wanneer de betekende opzeggingstermijn werd gepresteerd. 

Bronnen:

  • Wet van 19 juli 1976 tot instelling van een verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat, B.S. 24 augustus 1976.
  • Koninklijk Besluit betreffende de duur en de voorwaarden van gebruikmaking van het verlof, verleend bij de wet van 19 juli 1976 tot instelling van een verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat, B.S. 31 december 1976;
  • Koninklijk Besluit van 5 april 2001 tot uitvoering van artikel 4bis, §§ 1 en 2, van de wet van 19 juli 1976 tot instelling van een verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat, B.S. 19 april 2001;
  • Koninklijk Besluit van 15 mei 2006 tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 28 december 1976 betreffende de duur en de voorwaarden van gebruikmaking van het verlof, verleend bij de wet van 19 juli 1976 voor de uitoefening van een politiek mandaat, B.S. 1 juni 2006.