Verhoging van de structurele vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor KMO’s

Auteur: Peggy Criel
Datum:

Sinds 1 oktober 2007 wordt een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing toegekend aan alle werkgevers van de privésector. Deze vrijstelling wordt vanaf 1 januari 2014 verhoogd voor KMO’s.

Werkgevers uit de privésector (met inbegrip van vzw’s), erkende uitzendbureaus en bepaalde autonome overheidsbedrijven moeten niet alle bedrijfsvoorheffing die zij inhouden op de bezoldigingen van hun werknemers doorstorten aan de Schatkist. Een deel van de bedrijfsvoorheffing mogen zij houden om op die manier hun loonlast te laten dalen.

Het bedrag van de vrijstelling is sedert 1 januari 2010 gelijk aan 1 % van het brutobedrag van de bezoldigingen vóór inhouding van de persoonlijke socialezekerheidsbijdragen.

Het koninklijk besluit van 15 december 2013 verhoogt het percentage van de vrijstelling van 1 % naar 1,12 % vanaf 1 januari 2014 voor KMO’s. De maatregel kadert in de voorzetting van de relancestrategie van de regering om de economie te stimuleren en de concurrentiekracht van ondernemingen te versterken. 

De verhoging is enkel van toepassing op vennootschappen en natuurlijke personen die beantwoorden aan de criteria van artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen.

Dit artikel 15 bepaalt dat de vennootschappen of de natuurlijke personen voor het laatst en het voorlaatst afgesloten boekjaar, niet meer dan één van de volgende criteria mogen overschrijden:

  • jaargemiddelde van het personeelsbestand: 50;
  • jaaromzet, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde: 7.300.000 euro;
  • balanstotaal: 3.650.000 euro;

tenzij het jaargemiddelde van het personeelsbestand meer dan 100 bedraagt.

Voor onderling verbonden vennootschappen worden de criteria inzake jaaromzet en balanstotaal berekend op geconsolideerde basis.

Aangezien de criteria worden gecontroleerd voor de laatste twee afgesloten boekjaren, moet bij elke afsluiting van het boekjaar worden gecontroleerd of de vennootschap of natuurlijke persoon voldoet aan de voorwaarden voor de toepassing van de verhoogde structurele vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing.

Bronnen: Artikel 50 van de Wet van 30 juli 2013 houdende diverse bepalingen, BS 1 augustus 2013; koninklijk besluit van 15 december 2013 tot wijziging van het KB/WIB 92 inzake de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing in toepassing van artikel 275/7, vierde lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, BS 20 december 2013.

Auteur: Peggy Criel

23/12/2013