Verhoging bedrijfsvoorheffing voor tijdelijke werkloosheid vanaf 1 januari 2013

Auteur: Peggy Criel
Datum:

In principe wordt een bedrijfsvoorheffing van 10,09 % (zonder vermindering) ingehouden op de wettelijke en buitenwettelijke werkloosheidsuitkeringen, dat wil zeggen de uitkeringen die verkregen werden om een tijdelijke derving van bezoldigingen ten gevolge van volledige of gedeeltelijke werkloosheid (buiten SWT (voorheen ‘brugpensioen’) en pseudobrugpensioen/Canada Dry) volledig of gedeeltelijk te compenseren.

Vanaf 1 april 2011 werd het percentage van de bedrijfsvoorheffing echter van 10,09 % opgetrokken naar 18,75 % (zonder vermindering) voor de wettelijke en buitenwettelijke vergoedingen die in de volgende gevallen betaald of toegekend worden:

  • tijdelijke werkloosheid voor arbeiders (of erkende of industriële leerjongen) om economische redenen;
  • tijdelijke werkloosheid voor arbeiders (of erkende of industriële leerjongen) door technische stoornis;
  • tijdelijke werkloosheid voor arbeiders (of erkende of industriële leerjongen) wegens weerverlet;
  • tijdelijke werkloosheid voor bedienden;
  • tijdelijke werkloosheid wegens sluiting van onderneming ingevolge jaarlijkse vakantie;
  • tijdelijke werkloosheid  ingevolge overmacht;
  • staking;
  • lock-out.

Het percentage werd opgetrokken tot 20 % (zonder vermindering) op 1 juli 2012.

Vanaf 1 januari 2013 werd het percentage opnieuw aangepast en is opgetrokken naar 26,75 % (zonder vermindering).

Opmerking - We herhalen dat er, bij uitzondering, geen bedrijfsvoorheffing moet worden ingehouden op de wettelijke werkloosheidsuitkeringen of inschakelingsuitkeringen van de begunstigden, de volledig werklozen, die geen beroepsinkomsten hebben en die één van volgende hoedanigheden hebben in de zin van de werkloosheidsreglementering:

  • samenwonende met recht op toeslag voor verlies van enig inkomen;
  • samenwonende die noch recht heeft op een toeslag voor verlies van enig inkomen noch op een aanpassingstoeslag;
  • samenwonende met een echtgenoot waarvan de beroepsinkomsten uitsluitend vervangingsinkomsten zijn en die geen recht heeft op toeslag voor verlies van enig inkomen noch op een aanpassingstoeslag;
  • samenwonende die slechts beschikt over werkloosheidsuitkeringen, bestaande uit het al dan niet verhoogde wettelijke forfait;
  • alleenstaande;
  • werknemer met recht op een inschakelingsuitkering;
  • werknemer die een vrijstelling geniet wegens sociale of familiale redenen.

Bron: Koninklijk besluit van 11 december 2012 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing, B.S. 14 december 2012.

Auteur: Peggy Criel

07/01/2013