Verbod om werk uit te besteden aan derden tijdens de periode van economische werkloosheid ingevolge een gebrek aan werk wegens economische redenen: nieuwigheden

Auteur: Catherine Mairy
Datum:

De wet van 15 januari 2018 houdende diverse bepalingen inzake werk bepaalt dat de reden voor het gebrek aan werk die de tijdelijke werkloosheid rechtvaardigt los moet staan van de wil van de werkgever.

Verbintenis van de werkgever

Het is de werkgever verboden een beroep te doen op tijdelijke werkloosheid ingevolge een gebrek aan werk wegens economische redenen omwille van redenen die afhankelijk zijn van zijn wil.

Dit is onder meer het geval wanneer de werkgever het werk, dat normaal had moeten worden verricht door de werknemers tijdens de duur van de schorsing van de uitvoering van hun arbeidsovereenkomst omwille van een gebrek aan werk wegens economische redenen, uitbesteedt aan derden.

Vermelding van de verbintenis van de werkgever

De betekening aan de werknemers en de mededeling aan de RVA van de voorziene tijdelijke werkloosheid moet eveneens melding maken van de verbintenis van de werkgever om de bepalingen na te leven van het artikel 30quinquies, lid 2 van de arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978 die dit verbod regelen.

Sanctie bij niet-naleving van de verbintenis

Indien de werkgever de verbintenis niet naleeft, moet hij het normale loon aan de werknemer betalen voor de dagen waarop hij het werk - dat gewoonlijk door deze werknemer wordt uitgevoerd - aan derden heeft uitbesteed.

Inwerkingtreding

De hogervermelde bepalingen treden in werking op 15 februari 2018.

Bron: wet van 15 januari 2018 houdende diverse bepalingen inzake werk, B.S. 5 februari 2018.

Auteur: Catherine Mairy

14/02/2018