Vakantiegeld bedienden – decemberafrekening vanaf 2014

Auteur: Els Poelman
Datum:

De “decemberafrekening” heeft
tot doel de opgebouwde vakantierechten te garanderen aan bedienden die hun
arbeidsduur verminderen.  Vanaf 2014
wordt de berekeningswijze vereenvoudigd.

De vakantie in elk
willekeurig vakantiejaar wordt berekend in verhouding tot de prestaties van het
vorige kalenderjaar (het ”vakantiedienstjaar”). Een vermindering van
arbeidsduur zorgt ervoor dat het vakantierecht, opgebouwd op basis van vroegere
– hogere- prestaties gedurende maximum 2 kalenderjaren niet volledig kan
opgebruikt worden.

Tot en met 2013 moest de
werkgever bij verminderde arbeidsduur het vakantiegeld “prefinancieren”.
Hij betaalde in december van het jaar van vermindering (vakantiedienstjaar) 15,34%
van het jaarloon en mocht dat bedrag het volgende jaar (vakantiejaar) aftrekken
van het enkel en dubbel vakantiegeld. 

In de praktijk veroorzaakte
die techniek veel problemen. De bediende was bij het opnemen van vakantie de
facto onbezoldigd (wegens de aftrek) en kwam soms in een situatie van inkomensonzekerheid.
De werkgever moest vakantierechten vooraf financieren en vervolgens instaan
voor de complexe verrekening.  

Vanaf 2014 moet de werkgever bij
elk jaareinde het tekort aan vakantiegeld ontstaan door een verminderde arbeidsduur
postfinancieren”. Hij betaalt in december van het vakantiejaar een
supplement bij het enkel resp. dubbel vakantiegeld totdat voor elk 7,67% op de
loonsom van het vorige jaar (vakantiedienstjaar) is bereikt.

Daarmee zijn de bezwaren
tegen de vroegere techniek weggewerkt:  er
is geen sprake meer van een vervroegde uitbetaling en al evenmin van een aftrek
op het ogenblik van de vakantie.

Wanneer de arbeidsduur van de
bediende is verlaagd moet de werkgever met het loon van de maand december het
enkel resp. dubbel vakantiegeld evalueren op basis van het jaarloon van het
vorige jaar. Een positief verschil wordt bijgepast, een negatief verschil
geneutraliseerd (de bediende hoeft dus nooit vakantiegeld terug te betalen).

Decemberafrekening enkel vakantiegeld =

7,67% van de werkelijke en
fictieve brutolonen van het vakantiedienstjaar (uitgezonderd de vaste
eindejaarspremies) verminderd met het enkel vakantiegeld dat in het vakantiejaar
werd betaald en dat werd berekend in verhouding tot het arbeidsregime op het
ogenblik van de vakantie.

Decemberafrekening dubbel vakantiegeld =

7,67% van de werkelijke en
fictieve brutolonen van het vakantiedienstjaar (uitgezonderd de vaste
eindejaarspremies) verminderd met het dubbel vakantiegeld dat in het vakantiejaar
werd betaald en dat werd berekend in verhouding tot het arbeidsregime op het ogenblik
van de (hoofd)vakantie.

De aanzet tot de decemberafrekening van een willekeurig
vakantiejaar is een vermindering van de wekelijkse arbeidsduur die beantwoordt
aan volgende kenmerken:

  • het gaat om
    een vermindering van de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur;
  • de nieuwe
    arbeidsduur is deeltijds (een vermindering van de voltijdse arbeidsduur is
    dus niet betrokken);
  • de
    vermindering is gebeurd bij de werkgever die de decemberafrekening uitvoert;
  • de oorzaak
    van de vermindering is niet relevant
    - de vermindering gebeurt eventueel in
    het kader van een bijzondere maatregel zoals gedeeltelijk tijdskrediet of
    gedeeltelijke werkhervatting tijdens arbeidsongeschiktheid;
  • één geïsoleerde vermindering is voldoende, ongeacht de latere evolutie van de arbeidsduur.

De decemberafrekening wordt
uitgevoerd zolang de bediende wegens de verminderde arbeidsduur de opgebouwde
vakantierechten niet kan uitputten. Voor één geïsoleerde vermindering gaat het
om twee kalenderjaren, met name het jaar van de vermindering zelf en het
daaropvolgende jaar.

De nieuwe reglementering gaat in op 1 januari 2014.  De eerste
decemberafrekening in het kader van de nieuwe reglementering gebeurt dus in
december 2014.  De laatste
decemberafrekening (de zgn. “prefinanciering”) 
in het kader van de oude reglementering gebeurde in december 2013.

De decemberafrekening van 2014 treft in theorie de
bedienden wiens gemiddelde arbeidsduur is verminderd in de loop van 2013 en/of
2014. Bedienden die in december 2013 voorwerp waren van een prefinanciering hebben het gegarandeerd
enkel resp. dubbel vakantiegeld van 2014 (15,34% op loon 2013) ontvangen. Voor
hen wordt in december 2014 geen
decemberafrekening
uitgevoerd, ongeacht de timing van hun arbeidsduurvermindering
(in 2013 en/of 2014)

In dienst 01.01.2012

Voltijds 38/38 tot 31.03.2015 – maandloon € 4.000,00

Deeltijds 19/38 (= ½ ) vanaf 01.04.2015 – maandloon €
2.000,00

Jaarloon 2014 (zonder eindejaarspremie) = € 48.000,00

De vakantie 2015 wordt genomen in de periode april - december

Er is een vermindering van arbeidsduur in 2015 Ò er is een
decemberafrekening in 2015 en 2016

We berekenen de decemberafrekening van 2015

Jaar

Vakantie
opgebouwd op basis arbeidsduur 38/38

Vakantie
opgenomen op basis arbeidsduur 19/38

Enkel vakantiegeld

Dubbel
vakantiegeld

2015

4 weken x 38u

4 weken x 19u

€ 1.846,15

€ 2.000,00 x 92% = € 1.840,00

Decemberafrekening enkel vakantiegeld 2015 = (€ 48.000,00 x
7,67%) – € 1.846,15 = € 1.835,45

Decemberafrekening dubbel vakantiegeld 2015 = (€ 48.000,00 x
7,67%) – € 1.840,00 = € 1.841,60 

 

 

Bron:  art. 46§3 Koninklijk
Besluit van 30.03.1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van
de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie, zoals gewijzigd door het Koninklijk
Besluit van 07.11.2013 (B.S. 21.11.2013).

Auteur: Els Poelman

16/10/2014