Uw deeltijdse werknemers kunnen voorrang krijgen in geval van een vacante dienstbetrekking

Auteur: Anne Ghysels et Laurence Philippe
Datum:

Sommige van uw deeltijdse werknemers willen wellicht hun arbeidsregeling uitbreiden. Als een van uw deeltijdse werknemers hier schriftelijk om vraagt, moet u hem op de hoogte brengen van de vacante dienstbetrekkingen in dezelfde functie waarvoor hij over de vereiste kwalificaties beschikt. Als u dit niet doet, moet u een responsabiliseringsbijdrage betalen.

De details van deze verplichting uit 1990 werden onlangs verduidelijkt.

Om welke deeltijdse werknemers gaat het?

Deze voorrang geldt niet voor:

  • werknemers die niet onder het toepassingsgebied van de wet op de cao’s en de paritaire comités vallen;
  • uitzendwerknemers;
  • werknemers in dienst van een erkende werkgever met een arbeidsovereenkomst dienstencheques;
  • gelegenheidswerknemers.

Voorrang voor een vacante dienstbetrekking

Zodra een deeltijdse werknemer een vacante dienstbetrekking heeft aangevraagd, moet de werkgever elke voltijdse of deeltijdse dienstbetrekking aan hem communiceren die kadert in een regeling die hoger is dan zijn huidige dienstbetrekking. Deze mededeling dient alleen te worden gedaan wanneer de verhoging een minimale duur heeft van één ononderbroken maand of van onbepaalde duur is.

De aanpassing van de arbeidsregeling gebeurt ofwel door middel van een nieuwe arbeidsovereenkomst, ofwel door middel van een bijlage bij de bestaande arbeidsovereenkomst.

Mededeling door de werkgever

Vanaf de dag volgend op de dag waarop de dienstbetrekking vacant wordt, heeft de werkgever een maand de tijd om de mededeling te verrichten. Dit kan gebeuren door middel van een ter post aangetekende brief, door de overhandiging van een geschrift waarvan het duplicaat voor ontvangst wordt ondertekend door de deeltijdse werknemer, of op elektronische wijze met ontvangstbevestiging.

De werkgever moet de termijn bepalen waarbinnen de werknemer dient te reageren en deze in de mededeling vermelden. Deze periode kan variëren tussen 1 week en 1 maand.

De mededeling moet bepaalde verplichte gegevens bevatten.

  • een beknopte omschrijving van de functie;
  • de duur van de overeenkomst;
  • het arbeidsvolume en werkrooster;
  • de plaats van tewerkstelling.

Een afschrift van de mededeling moet gedurende 7 jaar in papieren of elektronische vorm bewaard worden.

Mededeling aan de RVA van de weigering van de werknemer

Wanneer de deeltijdse werknemer met behoud van rechten die de mededeling van een vacante dienstbetrekking heeft ontvangen, niet ingaat op deze dienstbetrekking, is de werkgever verplicht om het regionale werkloosheidsbureau van de RVA hierover te informeren. Deze informatie moet worden verstrekt aan de hand van de ASR – scenario 6 van de maand waarin de deeltijdse werknemer de voltijdse vacante dienstbetrekking of de deeltijdse dienstbetrekking met een hogere gemiddelde wekelijkse duur niet heeft aanvaard.

Responsabiliseringsbijdrage

De responsabiliseringsbijdrage is een boete voor de werkgever die zich niet houdt aan de hierboven beschreven voorrangs- en mededelingsregels.

Deze boete gaat in vanaf het 2e kwartaal 2020.

Om welke werknemers gaat het?

De werkgever zou enkel een responsabiliseringsbijdrage verschuldigd kunnen zijn voor een deeltijdse werknemer gedurende de maanden waarin de werknemer een inkomensgarantieuitkering ontvangt ( = betrokken werknemer) en die tewerkgesteld wordt op basis van een arbeidsovereenkomst afgesloten vanaf 1 januari 2018.

Wanneer is de bijdrage verschuldigd?

De responsabiliseringsbijdrage is verschuldigd vanaf het kwartaal volgend op de 4 kwartalen waarin ten minste één bijkomend uur beschikbaar was en aan geen enkele door de werkgever tewerkgestelde deeltijdse werknemer die een inkomensgarantieuitkering ontvangt bij voorrang het/de beschikbare bijkomende u(u)r(en) werden toegekend zodat zijn contractuele gemiddelde wekelijkse arbeidsduur niet is toegenomen.

Onder het “toekennen van bijkomende uren” wordt verstaan het verhogen van de contractueel gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de werknemer, hetzij door een aanpassing van de arbeidsovereenkomst, hetzij door de vervanging van de arbeidsovereenkomst door een nieuwe arbeidsovereenkomst.

Wanneer is de bijdrage niet verschuldigd?

De responsabiliseringsbijdrage is niet verschuldigd voor de werknemer voor wie de werkgever kan aantonen:

  • dat hij geen mededeling van de vacante dienstbetrekking moest verrichten;
  • dat de werknemer niet in aanmerking kwam voor de toekenning van de bijkomende uren omdat het niet ging om dezelfde functie en hij daarvoor niet de vereiste kwalificaties bezat;
  • dat de werknemer niet in aanmerking kwam voor de toekenning van de bijkomende uren omdat het ging om uren die betrekking hebben op prestaties tijdens dezelfde tijdblokken als de prestaties geleverd door de betrokken werknemer;
  • dat de werknemer in een andere vestigingseenheid werkte dan die waar de overuren beschikbaar waren;
  • dat hij aan de betrokken werknemer alle vacante voltijdse en deeltijdse dienstbetrekkingen heeft aangeboden.

Wat is het bedrag van de responsabiliseringsbijdrage?

De responsabiliseringsbijdrage bedraagt 25 euro per maand en per voormelde werknemer en is verschuldigd voor een volledig kwartaal. Er moet geen enkele proratiseringsregel toegepast worden.

Wanneer is de bijdrage niet langer verschuldigd?

De responsabiliseringsbijdrage is niet meer verschuldigd vanaf:

  • hetzij het kwartaal waarin alle beschikbare bijkomende uren werden toegekend aan ten minste één van de bedoelde werknemers, zodat zijn contractueel gemiddelde wekelijkse arbeidsduur is toegenomen;
  • hetzij het kwartaal waarin de werkgever de responsabiliseringsbijdrage verschuldigd was voor het 4e opeenvolgende kwartaal en er geen enkel bijkomend uur beschikbaar was gedurende deze 4 voorgaande kwartalen.

En concreet?

  1. De RVA en de RSZ wisselen op kwartaalbasis via elektronische weg de gegevens uit over de werkgevers die werknemers met een inkomensgarantieuitkering tewerkstellen.
  2. Op basis van de gegevens ontvangen van de RVA, stelt de RSZ een lijst op van de werkgevers:
    • die deeltijdse werknemers tewerkstellen die een inkomensgarantieuitkering genieten;
    • van wie het arbeidsvolume toegenomen is in het lopende kwartaal (K) ten opzichte van het gemiddelde arbeidsvolume van de 4 voorgaande kwartalen (K-4 tot K-1). Het bovenvermelde gemiddelde arbeidsvolume wordt berekend op basis van de µglob. Dit volume wordt beoordeeld wanneer de gegevens met betrekking tot het lopende kwartaal als stabiel worden beschouwd, meer bepaald 7 maanden na de datum van de oorspronkelijke Dmfa;
    • Waarvan geen enkele bedoelde werknemer zijn contractueel gemiddelde wekelijkse arbeidsduur heeft zien toenemen met ten minste één uur in de loop van de vier voorgaande kwartalen (K-4 tot K-1).
  3. De RSZ verzoekt de op de lijst vermelde werkgevers om de niet verhoging van de contractueel gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de bedoelde werknemers in de loop van de 4 voorgaande kwartalen te verantwoorden
  4. De RSZ deelt aan de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten van de FOD Werk mee:

        - de lijst van werkgevers die de gevraagde verantwoording niet hebben bezorgd binnen een termijn van een maand te rekenen vanaf de verzending van het verzoek van de RSZ sub 3);

        - de verantwoordingen waarvan sprake sub 3);

        - de lijst met bedoelde werknemers

  1. De Algemene Directie verricht de nodige verificaties en onderzoekt de gegrondheid van de verantwoording gegeven door de werkgever.

De RSZ is verantwoordelijk voor de inning van deze bijdrage. Deze zal een Dmfa-aangiftecode meedelen vanaf het tweede kwartaal van 2020.

 

 

Bron: koninklijk besluit tot uitvoering van de bepalingen van de programmawet van 22 december 1989 die betrekking hebben op de voorrang voor deeltijdse werknemers om een vacante dienstbetrekking bij hun werkgever te verkrijgen, B.S. 15.05.2019.