Toepassing van het Vlaams taaldecreet - Grensoverschrijdende tewerkstelling

Auteur: Francis Verbrugge
Datum:

Op 16 april 2013 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (HJEU) een arrest uitgevaardigd dat stelt dat het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 19 juli 1973 tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers het principe van het vrij verkeer van werknemers schendt, of met andere woorden hier in strijd mee is.

Het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 19 juli 1973 betreffende het taalgebruik is van toepassing op alle werkgevers en op alle ondernemingen met een exploitatiezetel in het Nederlandse taalgebied. De te gebruiken taal voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers en ook voor de wettelijk voorgeschreven akten en bescheiden van deze ondernemingen is het Nederlands.

Alle sociale documenten zoals arbeidsovereenkomsten, loonafrekeningen, vakantieattesten moeten dus in het Nederlands worden opgesteld. Is dat niet het geval dan zijn deze documenten nietig (naar absolute nietigheid), zonder evenwel nadeel te berokkenen aan de werknemer.

De doelstelling van het decreet bestaat erin om het Nederlandstalige karakter van het sociale leven van de ondernemingen in het Vlaams Gewest te versterken en zo de verengelsing en verfransing van de arbeidsrelaties tegen te gaan.

Ingevolge een geschil tussen een Belgische onderneming die in Vlaanderen is gevestigd en een Nederlandse onderdaan heeft de arbeidsrechtbank van Antwerpen een prejudiciële vraag gesteld aan het HJEU. Deze vraag ging over het principe van de verenigbaarheid van het Vlaams decreet van 19 juli 1973 tot regeling van het gebruik van de talen in de sociale relaties met het principe van het vrij verkeer van werknemers.

Met andere woorden, is het decreet op het taalgebruik niet in strijd met het principe van het vrij verkeer van werknemers in de Europese Unie door te stellen dat elke onderneming waarvan de zetel in het Nederlandssprekend Gewest is gevestigd, op straffe van nietigheid, alle documenten betreffende de arbeidsrelatie in het Nederlands moet opstellen wanneer zij een werknemer aanwerft voor een betrekking met een internationaal karakter?

In de betwiste situatie die werd voorgelegd aan de arbeidsrechtbank werd de Nederlandse inwoner door een Belgische onderneming aangeworven met een arbeidsovereenkomst die in het Engels was opgesteld.

Na zijn ontslag heeft de werknemer een aantal contractuele bepalingen aangevochten en de nietigheid van de Engelse overeenkomst ingeroepen om zo een hogere vergoeding te kunnen bekomen.

De werkgever van zijn kant voerde aan dat de taalverplichting van het decreet niet kan worden afgedwongen wanneer die een belemmering zou vormen voor het vrij verkeer van werknemers dat niet kan worden gerechtvaardigd door dwingende redenen van algemeen belang.

Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat een regeling van een gefedereerde eenheid van een lidstaat die elke werkgever met een exploitatiezetel op het grondgebied van deze eenheid de verplichting oplegt om arbeidsovereenkomsten met een grensoverschrijdend karakter uitsluitend op te stellen in de officiële taal van deze gefedereerde eenheid, op straffe van een door de rechter ambtshalve aan te voeren nietigheid van deze overeenkomsten, inderdaad een belemmering vormt voor het vrij verkeer van werknemers.

Volgens het Hof kan een werkgever dus niet worden verplicht om de arbeidsovereenkomst (en elk ander sociaal document) enkel in het Nederlands op te stellen... omdat de partijen van een grensoverschrijdende arbeidsovereenkomst niet noodzakelijk het Nederlands beheersen.

Dit zou een afschrikkend effect kunnen hebben op niet-Nederlandstalige werknemers en werkgevers en zodoende een beperking van het vrij verkeer van werknemers vormen.

Het arrest van het Europese Hof van Justitie maakt nog een aantal opmerkingen:

  • Het is nu aan het Antwerpse gerecht om de voorgelegde zaak te beslechten overeenkomstig de beslissing van het Hof van Justitie.
  • Het arrest van 16 april 2013 is enkel van toepassing voor buitenlandse werknemers die de grens oversteken om in het Vlaams Gewest te werken.

Het geldt dus niet voor Franstalige Belgische werknemers die in Vlaanderen werken of die afhangen van de zetel van een onderneming die in het Nederlandstalig Gewest is gevestigd.

  • Impliciet geldt het principe dat het Hof van Justitie heeft bekrachtigd ook voor het Franstalig Gewest. Het taaldecreet van de Franse Gemeenschap van 30 juni 1982 zegt immers dat het Frans moet worden gebruikt in de relaties tussen werknemers en werkgevers met exploitatiezetel in het Waals Gewest...!
  • Zoals het HJEU voorstelt moet het mogelijk zijn om naast de Nederlandse (of Franse) versie van de overeenkomst te voorzien in 'een rechtsgeldige versie (...) in een door alle partijen begrepen taal'.

De regionale Parlementen worden derhalve verzocht om hun decreten aan te passen, wat, zo lijkt het ons, langs Nederlandstalige zijde een 'versoepeling' van de decretale bepalingen inzake toegestane vertaling vereist...!

Bron: HJEU, 16 april 2013, C-202/11, Anton Las-PSA Antwerp N.V., http://curia.europa.eu/.

 

Auteur: Francis Verbrugge

26/04/2013