Tijdskrediet: wijziging van het recht op uitkeringen vanaf 1 januari 2015

Auteur: Catherine Legardien
Datum:

Een Koninklijk Besluit van 30 december 2014 voorziet in meerdere wijzigingen m.b.t. de toekenning van tijdskredietuitkeringen.

Deze wijzigingen hebben betrekking op volgende punten:

  • afschaffing van het recht op uitkeringen bij het niet-gemotiveerd tijdkrediet;
  • in bepaalde gevallen verlenging met 12 maanden van het recht op uitkeringen bij het gemotiveerd tijdskrediet;
  • verhoging van de leeftijd waarop het recht op uitkeringen wordt toegekend in geval van een 'eindeloopbaan' tijdskrediet'.

Deze wijzigingen gaan in vanaf 1 januari 2015. Er zijn echter overgangsmaatregelen voorzien.

Context

De regels m.b.t. de toekenning door de RSZ van tijdskredietuitkeringen werden opgenomen in het Koninklijk Besluit van 12 december 2001.

De toekenningsvoorwaarden van het recht op tijdskrediet worden geregeld door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van 27 juni 2012. De bepalingen van deze overeenkomst werden aangepast aan de bepalingen van het Koninklijk Besluit van 12 december 2001 om samenhang te garanderen tussen de toekenningsvoorwaarden van het recht op tijdskrediet en de toekenningsvoorwaarden van de tijdskredietuitkeringen.

De bepalingen van het Koninklijk Besluit van 30 december 2014 wijzigen de regels voor de toekenning van de uitkeringen. Hierdoor ontstaat er een discrepantie tussen de toegangsvoorwaarden voor het tijdskrediet en de toekenningsvoorwaarden van de onderbrekingsuitkeringen. Indien de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 niet wordt aangepast, kan de werknemer in bepaalde situaties voldoen aan de voorwaarden om tijdskrediet te genieten zonder noodzakelijk recht te hebben op een onderbrekingsuitkering (of omgekeerd)...!

Afschaffing van het recht op uitkeringen bij het ongemotiveerd tijdskrediet

Het recht op de onderbrekingsvergoedingen wordt afgeschaft bij het ongemotiveerd tijdskrediet.

Verlenging van het recht op uitkeringen bij het gemotiveerd tijdskrediet

In bepaalde gevallen wordt het recht op tijdskredietvergoedingen verlengd met 12 maanden bij het gemotiveerd tijdskrediet. Zo kan de werknemer gedurende 48 in plaats van 36 maanden (vóór 1 januari 2015) uitkeringen genieten indien het tijdskrediet wordt genomen:

  • om voor zijn kind te zorgen tot de leeftijd van 8 jaar;
  • om palliatieve verzorging te verlenen;
  • om bijstand of zorgen te verlenen aan een zwaar ziek gezins- of familielid.

Het recht op uitkeringen blijft gedurende 36 maanden behouden bij het tijdskrediet dat genomen wordt om een opleiding te volgen.

Verhoging van de leeftijd waarop het recht op uitkeringen wordt toegekend in geval van een 'eindeloopbaan' tijdskrediet

Het recht op uitkeringen bij de vermindering van de prestaties tot een halftijdse betrekking of met 1/5e in het kader van een 'eindeloopbaan' tijdskrediet voor de werknemers die een beroepsloopbaan van minstens 25 jaar rechtvaardigen, wordt toegekend vanaf 60 jaar (in plaats van 55 jaar vóór 1 januari 2015).

Het recht op uitkeringen wordt evenwel toegekend vanaf 55 jaar (in plaats van 50 jaar vóór 1 januari 2015) in de volgende gevallen:

1. de werknemer wordt tewerkgesteld in een onderneming in herstructurering of in moeilijkheden;

2. de werknemer rechtvaardigt 35 jaar beroepsloopbaan als loontrekkende;

3. de werknemer werd gedurende een bepaalde periode tewerkgesteld in een zwaar beroep.

De leeftijd van 55 jaar wordt evenwel geleidelijk opgetrokken naar 60 jaar overeenkomstig een vooropgesteld tijdspad:

  • 56 jaar op 1 januari 2016;
  • 57 jaar op 1 januari 2017;
  • 58 jaar op 1 januari 2018;
  • 60 jaar op 1 januari 2019;

Opgelet! Deze geleidelijke verhoging is evenwel niet van toepassing indien de volgende voorwaarde zijn vervuld:

  • een collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten in de Nationale Arbeidsraad (= kader-cao) voorziet voor de periode 2015-2016 een lagere leeftijdsgrens zonder dat deze lager mag zijn dan 55 jaar;
  • de kader-cao moet van bepaalde duur zijn, mag geen bepaling van  stilzwijgende verlenging bevatten en mag de duur van 2 jaar niet overschrijden;
  • de aanvangsdatum van de periode van vermindering van arbeidsprestaties of van de verlenging van de periode van vermindering van arbeidsprestaties is gelegen tijdens de
    geldigheidsduur van de kader-cao;
  • in het bovenstaande 1e geval (onderneming in herstructurering of in moeilijkheden) vermeldt de collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten naar aanleiding van de herstructurering of de moeilijkheden expliciet dat toepassing gemaakt wordt van de kader-cao;
    in het bovenstaande 2e en 3e geval (lange loopbaan en zware beroepen), heeft het paritair (sub)comité dat bevoegd is voor de werknemer voor de geldigheidsduur van de kader-cao een collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten dat expliciet vermeldt dat ze werd afgesloten in toepassing van de kader-cao.

De kader-cao kan na 2016 verlengd of aangepast worden onder dezelfde modaliteiten, waarbij de minimumleeftijd geleidelijk kan worden verhoogd overeenkomstig een vooropgesteld tijdspad.

Inwerkingtreding en overgangsmaatregelen

De nieuwe bepalingen treden in werking op 1 januari 2015. Ze zijn meer bepaald van toepassing op alle eerste aanvragen voor uitkeringen die ingaan na 31 december 2014.

Onder ‘eerste aanvragen’ wordt verstaan:

  • alle aanvragen van werknemers die voor het eerst onderbrekingsuitkeringen aanvragen;
  • alle aanvragen voor onderbrekingsuitkeringen die geen ononderbroken verlenging onder dezelfde vorm zijn van een op 31 december 2014 lopende periode van onderbrekingsuitkeringen.

Er zijn echter overgangsmaatregelen voorzien. Zo blijft de reglementering die van toepassing was vóór 1 januari 2015, van toepassing in de volgende gevallen:

  • op alle eerste aanvragen voor onderbrekingsuitkeringen die vóór 1 april 2015 werden ontvangen bij de RVA, voor zover de werkgever vóór 1 januari 2015 schriftelijk op de hoogte werd gebracht door de werknemer en die ingaan vóór 1 juli 2015;
  • op alle eerste aanvragen voor onderbrekingsuitkeringen die ingaan na 31 december 2014 voor werknemers van minstens 50 jaar die hun arbeidsprestaties verminderen in het kader van een tijdskrediet 'eindeloopbaan' - 'onderneming in herstructurering of in moeilijkheden', wanneer de ingangsdatum van de erkenning van de onderneming als zijnde een onderneming in herstructurering of in moeilijkheden gelegen is vóór 9 oktober 2014;
  • op de werknemers van minstens 50 jaar die, in het kader van een tijdskrediet 'eindeloopbaan' reeds onderbrekingsuitkeringen genoten vóór 1 januari 2015 en waarvan het genot van onderbrekingsuitkeringen tijdelijk werd onderbroken, bij een nieuwe aanvraag in 2015, na een periode van voltijdse werkhervatting, ziekte of thematisch verlof.

Bron: Koninklijk Besluit van 30 december 2014 tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, BS 31 december 2014.

 

Auteur: Catherine Legardien

02/01/2015