Tewerkstelling van niet E.U.-onderdanen: controle verblijfsvergunning

Auteur: Peggy Criel
Datum:

Voorafgaand aan een tewerkstelling van een buitenlandse werknemer in België moet de werkgever steeds nagaan of hij een arbeidsvergunning dient te bekomen. De buitenlandse werknemer moet, op zijn beurt, in principe in het bezit zijn van een arbeidskaart bij een tewerkstelling op Belgisch grondgebied. De wetgever voert nu, naast de bestaande reglementering inzake arbeidsvergunningen en arbeidskaarten, een nieuwe verplichting in voor werkgevers die onderdanen van derde landen wensen tewerk te stellen. De werkgever moet voortaan immers ook nagaan of die onderdanen in het bezit zijn van een geldige verblijfsvergunning.

De nieuwe reglementering heeft betrekking op werkgevers die een onderdaan van een derde land wensen tewerk te stellen.

Een onderdaan van een derde land is eenieder die:

  • ofwel niet de nationaliteit van een lidstaat van de Europese Unie bezit;
  • ofwel een onderdaan is van een land dat niet onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer valt.

Personen die in principe wel vallen onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer zijn:

  • de burgers van de Europese Unie en de familieleden van de burgers van de Europese Unie, ongeacht hun nationaliteit;
  • de onderdanen van Zwitserland, Ijsland, Noorwegen en Liechtenstein en hun familieleden, ongeacht hun nationaliteit.

De werkgever die een onderdaan van een derde land wenst tewerk te stellen moet voortaan:

  • vooraf nagaan of deze persoon beschikt over een geldige verblijfsvergunning of een andere machtiging tot verblijf in België;
  • ten minste voor de duur van de tewerkstelling, een afschrift of de gegevens van de verblijfsvergunning of een andere machtiging tot verblijf beschikbaar houden voor de bevoegde inspectiediensten;
  • aangifte doen van de aanvang en de beëindiging van de tewerkstelling. Aan deze verplichting wordt voldaan indien de werkgever de verplichtingen inzake DIMONA en/of LIMOSA naleeft.

Indien de werkgever (of zijn aangestelde of zijn lasthebber) bovenstaande verplichtingen niet naleeft, zijn er sancties voorzien:

  • ofwel een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar en/of een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6.000 EUR;
  • ofwel een administratieve geldboete van 300 tot 3.000 EUR.

De geldboete wordt vermenigvuldigd met de opdeciemen. Ze wordt eveneens vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.

De sancties zijn niet van toepassing wanneer de verblijfsvergunning of het verblijfsdocument dat door de buitenlandse onderdaan wordt voorgelegd een vervalsing is. Wanneer kan worden bewezen dat de werkgever op de hoogte was van de vervalsing van het document, blijven de sancties wel toepasselijk.

Naast bovenstaande sancties, kan de rechter nog bijkomende sancties opleggen zoals bv. beperkingen of verboden opleggen inzake de uitbating van de onderneming of de inrichting waar de inbreuk werd begaan.

De nieuwe reglementering treedt in werking op 4 maart 2013.

Bron: Wet van 11 februari 2013 tot vaststelling van sancties en maatregelen voor werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen (1), B.S. 22 februari 2013.

Auteur: Peggy Criel

01/03/2013