Tewerkstelling in de land- en tuinbouw: als werknemer of zelfstandige?

Auteur: Els Poelman
Datum:

In bepaalde sectoren wordt de kwalificatie van een arbeidsrelatie geregeld door specifieke criteria.

Er is nu ook een Koninklijk Besluit gepubliceerd met criteria voor de land- en tuinbouw. 

Sinds begin 2013 speelt in bepaalde sectoren een wettelijk vermoeden bij de kwalificatie van een arbeidsrelatie. De oorspronkelijke lijst van vier sectoren (bewaking, werken in onroerende staat, goederen- en personenvervoer en schoonmaak) wordt nu uitgebreid met een vijfde nl. de land- en tuinbouw.

In deze vijf sectoren wordt de arbeidsrelatie vermoed een arbeidsovereenkomst te zijn als ze voldoet aan minstens de helft van een lijst van welomschreven criteria. Per sector kan een Koninklijk Besluit de standaard criteria aanpassen, zodat ze beter aansluiten bij de realiteit van het beroep. Na de bewaking en de werken in onroerende staat, zijn er nu ook eigen criteria voor de land- en tuinbouw.   

Samengevat gaat het om werken die worden uitgevoerd door landbouw- en tuinbouwondernemingen.  

Het Koninklijk Besluit bevat een gedetailleerde lijst van de activiteiten die betrokken zijn.

Voor de landbouwactiviteiten stemt de lijst exact overeen met de bevoegdheidsomschrijving van het P.C. 144 (landbouw)

Voor de tuinbouwactiviteiten stemt de lijst grotendeels overeen met de bevoegdheidsomschrijving van het P.C. 145 (tuinbouw), maar niet helemaal. Er ontbreken drie activiteiten die evengoed vallen onder de bevoegdheid van het P.C. 145  nl. manueel oogsten van tuinbouwproducten, kweken van graszoden en verhuren/onderhouden van planten bij derden. Niet toevallig (?) gaat het om de activiteiten die het meest recent zijn toegevoegd aan de werkingssfeer van dit P.C. Volgens de letterlijke tekst van het K.B. zijn deze drie activiteiten dus niet betrokken het wettelijk vermoeden en de specifieke criteria hierna, maar het is onduidelijk of dat ook de bedoeling was van de sociale partners van de sector. 

Vanaf 8 juli 2013 wordt een arbeidsrelatie vermoed een arbeidsovereenkomst te zijn wanneer de situatie van de persoon die het werk uitvoert voldoet aan meer dan de helft – dus minstens zes- van deze criteria (er zijn in deze sectoren tien criteria):

  1. geen financieel of economisch risico wegens geen persoonlijke en substantiële investering in de onderneming resp. aandeel in haar winst/verlies
  2. geen verantwoordelijkheid en beslissingsmacht in het financieel beleid van de onderneming
  3. geen beslissingsmacht in het aankoopbeleid van de onderneming
  4. geen beslissingsmacht in het prijsbeleid van de onderneming (dit criterium vervalt wanneer wettelijk vastgelegde prijzen worden gehanteerd)
  5. garantie op betaling van een vaste vergoeding ongeacht de omvang van de prestaties
  6. geen vrijheid personeel aan te werven of zich te laten vervangen
  7. geen profilering als onderneming (o.m. wanneer geen eigen logo of bedrijfsnaam wordt gebruikt) of activiteit hoofdzakelijk/gewoonlijk beperkt tot één medecontractant
  8. uitsluitend of hoofdzakelijk werken met materiaal of vervoermiddelen ter beschikking gesteld, gefinancierd of gewaarborgd door de medecontractant
  9. afhankelijk van de medecontractant wat betreft het logies
  10. werken op dezelfde plaatsen/uitvoeren van dezelfde werken als de werknemers van de medecontractant en niet zelf beschikken over een gespecialiseerde beroepskennis nodig voor de uitvoering van deze werken

Bronnen: Programmawet 27 december 2006 (Arbeidsrelatiewet); Koninklijk Besluit van 20 juni 2013, B.S. 28 juni 2013.

Auteur: Els Poelman

04/07/2013