Taxshift vanaf 1 januari 2019: een eerste vooruitblik

Auteur: Peggy Criel
Datum:

Op 1 januari 2019 bereiken we de derde en voorlopig laatste fase van de taxshift. In de praktijk zal de kost voor de werkgever nauwelijks nog dalen.

Profitsector (categorie 1 structurele vermindering)

De basis werkgeversbijdrage daalt niet verder, en blijft bepaald op 25,00%.

De structurele vermindering werd voor de profitsector (categorie 1) geleidelijk afgebouwd tot een vermindering voor werknemers met een laag loon. Op 1 januari 2019 wordt die groep uitgebreid en de vermindering versterkt:

Vierde kwartaal 2018

Vanaf 1 januari 2019

0,1280 x (€ 9.027,00 – refertekwartaalloon)

0,1400 x (€ 9.035,00 –refertekwartaalloon)

Het valt onmiddellijk op dat de nieuwe loongrens nauwelijks uitstijgt boven de vorige: € 8,00 meer op kwartaalbasis! Dat is het gevolg van het feit dat het bedrag voor 2019 al is vastgesteld in april 2016, bij de ingang van de taxshift. Tussen april 2016 en januari 2019 zijn de loongrenzen van de structurele vermindering drie maal geïndexeerd, en het nieuwe bedrag voor 2019 vangt hoogstens deze indexeringen op.

Om effect te hebben zouden we de nieuwe loongrens van € 9.035,00, destijds gepland in 2016, moeten indexeren met driemaal 2%. Dat is niet voorzien in de reglementering – een eventuele aanpassing kan uitsluitend op basis van een (nieuwe) politieke beslissing. Op dit ogenblik zijn geen plannen in die richting bekend.

Non profitsector (categorie 2 structurele vermindering)

In deze groep zitten de werkgevers van de sociale maribel sectoren, uitgezonderd p.c. 318 (dat meegaat met categorie 1) en de beschutte werkplaatsen (categorie 3).

De basis werkgeversbijdrage van deze werkgevers was nooit betrokken bij de taxshift, en blijft ook in 2019 behouden op 32,40%.

De structurele vermindering is een forfait van € 49,00, aangevuld met een supplement voor lage resp. Hoge lonen. Op 1 januari 2019 wordt de lage loongrens verhoogd:  

Vierde kwartaal 2018

Vanaf 1 januari 2019

€ 49,00 + 0,2557 x (€ 7.548,00 – refertekwartaalloon) + 0,0600 x (kwartaalloon - € 13.249,80)

€ 49,00 + 0,2557 x (€ 7.590,00 – refertekwartaalloon) +  0,0600 x (kwartaalloon - € 13.249,80)

Ook hier is de uitbreiding van de doelgroep lage lonen te verwaarlozen, wegens de beperkte stijging van de loongrens tegenover de vorige geïndexeerde grens (slechts € 42,00 stijging op kwartaalbasis). De conclusie is analoog aan deze voor de profitsector.

Beschutte werkplaatsen (categorie 3 structurele vermindering)

Mindervaliden

Mindervalide werknemers zijn niet onderworpen aan de bijdrage loonmatiging. Hun basis werkgeversbijdrage is ingevolge de taxshift gedaald tot 19,88%, en daalt niet verder in 2019.

De structurele vermindering stijgt via een verhoging van het forfait en van de loongrens lage lonen:  

Vierde kwartaal 2018

Vanaf 1 januari 2019

€ 260,00 + 0,1785 x (€ 9.027,00 – refertekwartaalloon)

€ 375,00 + 0,1785 x (€ 9.035,00 – refertekwartaalloon)

De grotere structurele vermindering voor 2019 is volledig op het conto te schrijven van het hogere forfait. De loongrens lage lonen stijgt nauwelijks, om dezelfde reden als aangegeven bij de categorieën 1 en 2.

Validen

De basis werkgeversbijdrage daalt niet verder en blijft bepaald op 25,00% .

De structurele vermindering is beperkt tot validen met een relatief laag loon, maar de loongrens ligt hoger dan voor werknemers van de profitsectoren. Ook hier wordt op 1 januari 2019 de doelgroep uitgebreid:  

Vierde kwartaal 2018

Vanaf 1 januari 2019

0,1280 x (€ 9.639,00 – refertekwartaalloon)

0,1400 x (€ 9.635,00 – refertekwartaalloon)

Het effect van de drie indexeringen tussen april 2016 en januari 2019 is het grootst voor deze groep: de loongrens voor 2019 daalt zelfs tegenover de vorige loongrens.