Taxshift: toekomstige bedragen van de structurele vermindering

Auteur: Anne Ghysels
Datum:

Een van de maatregelen die beoogd worden door de taxshift is de structurele vermindering (of veralgemeende vermindering van de sociale lasten).

Die zal verhoogd worden voor de non-profitsector (categorieën 2 & 3), maar verlaagd worden voor categorie 1. Deze laatste categorie van werkgevers - en alleen deze - zal een vermindering genieten van het faciaal tarief van de RSZ-basisbijdragen (zie onze toekomstige infoflash daarover).

1. Toepassingsgebied

De categorieën 1,2 & 3 worden als volgt gedefinieerd:

Categorie 1: de werknemers die onderworpen zijn aan alle stelsels van de sociale zekerheid, en die niet tot de andere twee categorieën behoren.

Vanaf 1 april 2016 zal categorie 1 ook bevoegd worden voor de tewerkstellingen als werknemer die verbonden is door een arbeidsovereenkomst met:

  • de Koninklijke Muntschouwburg;
  • het Paleis voor Schone Kunsten.

Categorie 2: de werknemers die tewerkgesteld zijn door een werkgever uit de non-profitsector waarvoor de vermindering in het kader van de Sociale Maribel geldt:

  • PC 319 (inclusief alle PSC's);
  • PC 329 (inclusief alle PSC's);
  • PC 330 (inclusief alle PSC's behalve het PSC 330.03 van de tandprothesen);
  • PC 331
  • PC 332

uitgezonderd de werknemers die ressorteren onder het paritair comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp (PC 318.01 & 318.02) en de werknemers die tewerkgesteld zijn in een beschutte werkplaats;

Categorie 3: werknemers die tewerkgesteld zijn in een beschutte werkplaats (PSC 327.01 kengetal 473, PSC 327.02 en 327.03).

2. Bedragen van de structurele vermindering

De aangekondigde bedragen voor de structurele vermindering zijn:

Vanaf 1 april 2016:

Structurele vermindering van de sociale lasten

(arbeiders & bedienden)

Brutobedragen in € per kwartaal

categorie 1

438 + 0,1369 x (6.900,00 – S) + 0,0600 x (W – 13.401,07)

categorie 2

0,00 + 0,2557 x (7.727,00 – S) + 0,0600 x (W – 12.484,80)

categorie 3

471,00 + 0,1785 x (8.198,40 – S) + 0,0600 x (W – 12.484,80)

S = refertekwartaalloon

W= loonmassa die elk kwartaal bij de RSZ wordt aangegeven

Voorbeeld: een arbeider werkt voltijds bij een werkgever die onder PC 200 valt. Zijn brutomaandloon bedraagt € 2000 bruto.

De werkgever valt dus onder categorie 1.

S = € 6000

Het bedrag van de vermindering R = 438 + 0,1369 x (€ 6.900 - € 6.000) + 0,0600 x (€ 6.000 - € 13.401,07) = € 561,21

Vanaf 1 januari 2018:de hoge looncomponent zal worden afgeschaft.

Structurele vermindering van de sociale lasten

(arbeiders & bedienden)

Brutobedragen in € per kwartaal

categorie 1

0 + 0,1280 x (8.850,00 – S)

categorie 2

0,00 + 0,2557 x (7.674,00 – S)

categorie 3

471,00 + 0,1785 x (8.902,50 – S)

Voorbeeld: we gaan uit van dezelfde situatie als in het vorige voorbeeld.

R = 0 + 0,1280 x (8.850 – € 6.000) = € 364,80

Vanaf 1 januari 2019:

Structurele vermindering van de sociale lasten

(arbeiders & bedienden)

Brutobedragen in € per kwartaal

categorie 1

0 + 0,1400 x (9.035,00 – S)

categorie 2

0,00 + 0,2557 x (7.890,00 – S)

categorie 3

471,00 + 0,1785 x (9.195,00 – S)

Voorbeeld: we gaan uit van dezelfde situatie als in het vorige voorbeeld.

R = 0 + 0,1400 x (9.035 – € 6.000) = € 424,90

Vanaf 1 januari 2020:

Structurele vermindering van de sociale lasten

(arbeiders & bedienden)

Brutobedragen in € per kwartaal

categorie 1

0 + nog te bepalen coëfficiënt x (nog te bepalen bedrag laag loon – S)

categorie 2

0,00 + 0,2557 x (8.283,00 – S)

categorie 3

471,00 + 0,1785 x (10.200,00 – S)

Deze maatregelen zitten nog in een ontwerpfase en kunnen eventueel nog worden aangepast.

Auteur: Anne Ghysels

26/10/2015