SWT: vraag uw ex-werknemers het bedrag van hun werkloosheidsuitkering

Auteur: Anne Ghysels
Datum:

Het minimumbedrag van de werkloosheidsuitkeringen wordt vanaf 1 juli 2019 verhoogd.

Aangezien de RSZ-bijdrage van 6,5% wordt berekend op de som van de werkloosheidsuitkering en de bedrijfstoeslag, raden we u aan om te controleren of uw ex-werknemers die momenteel in SWT zijn wel de minimale werkloosheidsuitkering ontvangen.

Nieuw minimumbedrag van de werkloosheidsuitkering vanaf 1 juli 2019

Vanaf 1 juli 2019 worden de minimumbedragen van de werkloosheidsuitkeringen als volgt verhoogd:

 

Dagelijks bedrag (6 dagen/week)

Maandelijks bedrag

Gezinshoofd

€ 50,60

€ 1.315,60

Alleenstaande

€ 41,46

€ 1.077,96

Samenwonende (bedrag tot de 24e maand)

€ 30,65

€ 796,90

Impact op de bedrijfstoeslag?

De bedrijfstoeslag die u betaalt aan uw ex-werknemers die momenteel in SWT zijn, verandert niet.

Wat is dan voor u het effect van deze verhoging?

U bent verplicht om 6,5% ten gunste van de RSZ in te houden op het totale bedrag van het SWT, d.w.z. op de som van de werkloosheidsuitkering en de bedrijfstoeslag.

Als uw ex-werknemer het minimumbedrag van de werkloosheidsuitkering ontvangt, verandert dit vanaf 1 juli 2019. Dit heeft dus een impact op het bedrag van de inhouding die u moet berekenen en aan de RSZ moet betalen.

Wij nodigen u daarom uit om contact met hen op te nemen zodat zij u het bedrag van hun werkloosheidsuitkering kunnen meedelen dat vanaf 1 juli 2019 in aanmerking moet worden genomen om de inhouding van 6,5% te berekenen.

Opmerking: De drempels voor de berekening van deze inhouding zijn niet gewijzigd. Zij bedragen:

  • € 1.449,73/maand voor een persoon in SWT zonder persoon ten laste
  • € 1.746,22/maand voor een persoon in SWT met persoon ten laste

 

Bron: Koninklijk besluit van 2 juni 2019 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 28 december 2011 tot opheffing van het Koninklijk Besluit van 30 juli 1994 betreffende het halftijds brugpensioen en tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 26 maart 2003 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, q, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, betreffende de onthaalouders, houdende de aanpassing van sommige bedragen in het kader van het gebruik van de welvaartsenveloppe 2019-2020, B.S. 19 juni 2019.