SWT: (her)waardering van het referentieloon en de bedrijfstoeslag

Auteur: Brigitte Dendooven
Datum:

Een werknemer die het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (het conventionele brugpensioen van vroeger) geniet, krijgt een werkloosheidsuitkering ten laste van de RVA en een bedrijfstoeslag (brugpensioenvergoeding) die in principe ten laste is van de werkgever die hem heeft ontslagen.

De bedrijfstoeslag stemt overeen met de helft van het verschil tussen een begrensd nettoloon (voor een referentiemaand) en de werkloosheidsuitkeringen die voor diezelfde maand worden toegekend.

Onder nettoloon verstaat men het brutomaandloon verminderd met de persoonlijke socialezekerheidsbijdragen en de normale inhouding van bedrijfsvoorheffing.

Het brutomaandloon is begrensd. Dit plafond wordt elk jaar op 1 januari herbekeken, ‘geherwaardeerd’ door de NAR op basis van een coëfficiënt die wordt berekend in functie van de conventionele evolutie van de lonen.

Deze coëfficiënt is voor 2018 bepaald op 1,0036.

Het bedrag van het brutoreferentieloon voor de berekening van de bedrijfstoeslag is bijgevolg sinds 1 januari 2018 bepaald op € 3.953,88.

Ook het bedrag van de bedrijfstoeslag wordt in principe op 1 januari van elk jaar door de NAR herzien in functie van de conventionele evolutie van de lonen.

Deze herwaarderingscoëfficiënt varieert naargelang de referentiemaand die in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de bedrijfstoeslag.

Referentiemaand voor de berekening van de bedrijfstoeslag

Herwaarderingscoëfficiënt

Vóór januari 2017

1,0036

Januari, februari, maart 2017

1,0027

April, mei, juni 2017

1,0018

Juli, augustus, september 2017

1,0009

Oktober, november, december 2017

-

Bron: Cao nr. 17/38 van 19 december 2017 tot wijziging en uitvoering van de cao nr. 17 van 19 december 1974 tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding voor sommige oudere werknemers die worden ontslagen.