Studentenovereenkomst voor de jongeren met een alternerende opleidingsovereenkomst: toelichtingen van de RSZ

Auteur: Catherine Legardien
Datum:

Sinds 1 juli 2017 kunnen studenten die in een opleidingssysteem van alternerend leren zitten onder bepaalde voorwaarden tewerkgesteld worden met een studentenovereenkomst. Daarom kunnen ze, zoals alle jongeren met een studentenovereenkomst, gedurende 475 uren per kalenderjaar werken met toepassing van de solidariteitsbijdrage.

Het koninklijk besluit dat deze nieuwe regel invoert, werd onlangs op 19 juli 2017 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en is in werking getreden op 1 juli 2017. Om te vermijden dat men door de terugwerkende kracht van de maatregel het voordelige stelsel van onderwerping aan de solidariteitsbijdrage zou mislopen, heeft de RSZ richtlijnen meegedeeld.

Studentenovereenkomst: onder welke voorwaarden?

Herhaling: de jongeren kunnen voortaan een tewerkstellingsovereenkomst voor studenten sluiten wanneer zij aan de volgende twee voorwaarden voldoen:

  • in een systeem van alternerend leren zitten dat bestaat uit, enerzijds, een theoretische opleiding (in een onderwijsinstelling of in een opleidingsorganisatie die ingericht, gesubsidieerd of erkend wordt door de bevoegde overheid) en, anderzijds, een praktische opleiding op de werkplek, EN
  • geen werkloosheidsuitkering en ook geen inschakelingsuitkering genieten.

De nieuwe reglementering geldt voor alle systemen van alternerend leren in alle regio’s van het land.

Jongeren die in een systeem van alternerend leren zitten mogen echter alleen met een tewerkstellingsovereenkomst voor studenten worden tewerkgesteld:

  • wanneer zij geen onderwijs of theoretische opleiding moeten volgen of niet aanwezig moeten zijn op de werkplek EN
  • uitsluitend voor prestaties bij een andere werkgever dan diegene waarbij zij hun praktische opleiding volgen op de werkplek.

Toepassing van de solidariteitsbijdrage: de RSZ geeft toelichtingen

Een van de voorwaarden waaraan voldaan moet worden opdat het loon van de eerste 475 werkuren van een kalenderjaar wordt vrijgesteld van gewone socialezekerheidsbijdragen is dat er tijdig een geldige Dimona-aangifte ‘student’ (STU) gedaan wordt, d.w.z. uiterlijk op de dag dat de prestaties aanvatten.

Wat dit betreft licht de RSZ voor de studenten die een alternerende opleiding volgen toe dat “gezien de terugwerkende kracht van het koninklijk besluit tot 1 juli 2017, moet de werkgever als hij reeds een gewone arbeidsovereenkomst heeft gesloten en een gewone Dimona (OTH) heeft uitgevoerd, contact opnemen met de RSZ die de nodige aanpassingen zal doen, op het volgende adres: contact@rsz.fgov.be”.

Bovendien moeten deze studenten in ‘DmfA studenten’ aangegeven worden met het totale aantal uren tewerkgesteld als student.

Bronnen: koninklijk besluit van 10 juli 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 juli 1995 betreffende de uitsluiting van sommige categorieën van het toepassingsgebied van Titel VI van de Arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978, B.S.19 juli 2017; https://www.socialsecurity.be; Infoflash van 14 juli 2017.

Auteur: Catherine Legardien

01/08/2017