Studentenarbeid (3) – Wat zijn de regels inzake de arbeidsduur?

Auteur: Brigitte Dendooven
Datum:

In de studentenovereenkomst moet de dagelijkse en wekelijkse arbeidsduur worden vermeld, en, indien dit niet vermeld wordt in het arbeidsreglement, het begin en het einde van een normale arbeidsdag, het ogenblik en de duur van de rustpauzes, de dagen waarop geen arbeid wordt verricht.

De regels inzake arbeidstijd zullen van toepassing zijn op de werknemer-student: naleving van de maximum- en minimumduur van de prestaties, toekenning van pauzes en rusttijden, verbod op nachtarbeid, arbeid op zondag en feestdag.  

Deze regels zullen strenger worden toegepast wanneer de student jonger is dan 18 jaar.  

Studenten van 18 jaar en ouder

De arbeidsduur: maximum- en minimumlimieten - De arbeidsduur is de tijd dat de werknemer, in dit geval de student, ter beschikking staat van de werkgever.

De maximale arbeidsduur is vastgesteld op 8 uur/dag (9 uur indien er niet meer gewerkt wordt dan 5 en een halve dag per week) en, in principe, op 38 uur/week.

In de voorwaarden en volgens de formaliteiten vastgelegd door de Arbeidsovereenkomstenwet van 16 maart 1971 mogen de prestaties van de student deze maximumlimieten overschrijden; in dat geval zal hij recht hebben op inhaalrust en een overloon.  

De wet legt eveneens minimumlimieten op voor de arbeidstijd.

Behoudens wettelijke afwijkingen of afwijkingen die vastgelegd zijn door een collectieve arbeidsovereenkomst in de sector of de onderneming:                    

  • mag elke arbeidsprestatie niet minder bedragen dan 3 uur en,
  • mag de wekelijkse arbeidsduur van de deeltijdse student die overeengekomen werd in zijn arbeidsovereenkomst niet minder bedragen dan één derde van de wekelijkse arbeidsduur van de voltijdse werknemers (' 1/3de regel').

De studenten die niet bijdrageplichtig zijn ontsnappen evenwel aan deze 1/3de regel.

Het gaat om studenten die aangeworven zijn met een studentenovereenkomst ten belope van maximum 50 arbeidsdagen per jaar. Bovendien moet de tewerkstelling plaatsvinden tijdens de periodes van niet-verplichte aanwezigheid in de onderwijsinstellingen (artikel 17bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969).

De rusttijden - Net zoals een 'gewone werknemer' mag een student niet langer dan 6 uur ononderbroken worden tewerkgesteld zonder pauze. De duur en de toekenningsmodaliteiten van deze pauze moeten toegelicht worden in een collectieve arbeidsovereenkomst. Indien dit niet het geval is, bedraagt de pauze minstens 15 minuten.

Bovendien heeft hij in elke periode van 24 uur recht op een verplichte rustpauze van minstens 11 opeenvolgende uren tussen het beëindigen en het hervatten van het werk.

Daarenboven moet per periode van 7 dagen de rustpauze tussen twee dagelijkse prestaties bij de zondagsrust (of bij de inhaalrust toegekend voor arbeid verricht op zondag) gevoegd worden zodat de werknemer een wekelijkse rustpauze van 35 opeenvolgende uren kan genieten.

Nachtarbeid, arbeid op zondag en feestdag - Nachtarbeid (d.w.z. tussen 20 uur en 6 uur), arbeid op zondag en feestdag is in principe verboden.

De wet voorziet immers in meerdere afwijkingen op dit verbod voor bepaalde bedrijven of voor de uitvoering van bepaalde werkzaamheden.

Deze afwijkingen die van toepassing zijn op 'gewone werknemers' gelden eveneens voor meerderjarige studenten.    

Studenten van 15 jaar tot minder dan 18 jaar

De minderjarige student is onderworpen aan een arbeidsduurwetgeving die meer bescherming biedt. Daarom is deze ook strenger voor de werkgever.  

De arbeidsduur - De arbeidsduur is de tijd dat de student ter beschikking staat van één of meerdere werkgevers. Bij een gelijktijdige tewerkstelling bij twee of meerdere werkgevers, moet het totaal aantal gepresteerde uren in rekening gebracht worden.

De arbeidsduur van de minderjarige student mag niet meer bedragen dan 8 uur/dag en 40 uur/week (of minder op basis van een collectieve arbeidsovereenkomst).  

De minderjarige student mag enkel overuren presteren wanneer het gaat om:

  • werkzaamheden die uitgevoerd worden om tegemoet te komen aan een voorgekomen of dreigend ongeval;
  • dringende werkzaamheden aan machines of materieel voor zover de uitvoering ervan buiten de arbeidsuren onontbeerlijk is om een normale uitbating niet in het gedrang te brengen;
  • werken die door een onvoorziene noodzakelijkheid vereist zijn.

De werkgever moet eveneens het Toezicht op de Sociale Wetten hiervan op de hoogte brengen.

Overwerk geeft recht op inhaalrust waarvan de duur gelijk is aan de duur van de gepresteerde overuren. De inhaalrust wordt verrekend met de arbeidstijd.Behoudens uitzondering toegekend door de inspecteur van de sociale wetten, zal de inhaalrust in één keer worden opgenomen vóór het einde van de week die volgt op de week waarin het overwerk werd verricht.

De minimumlimieten van de arbeidstijd moeten ook nageleefd worden (hoger).

Rusttijden - Na 4uur ½ prestaties, moet de minderjarige student een pauze krijgen van 30 minuten. Indien de arbeidsduur 6 uur overschrijdt, bedraagt de toegekende rust 1 uur waarvan een half uur in één keer genomen moet worden.

Hij moet daarenboven van (minstens) 12 opeenvolgende rusturen kunnen genieten tussen het einde en het hervatten van zijn prestaties.

Nachtarbeid, arbeid op zondag en feestdag

Nachtarbeid - Een minderjarige student mag niet 's nachts werken, d.w.z. tussen 20 uur en 6 uur.

Voor studerende jongeren van 16 jaar en ouder zijn die limieten vastgelegd op 22 uur en 6 uur of op 23 uur en 7 uur voor het uitvoeren van:1° werkzaamheden die wegens hun aard niet mogen worden onderbroken;2° werkzaamheden die in opeenvolgende ploegen georganiseerd zijn.

Tevens mag een student van 16 jaar en ouder tot 23u werken in de gevallen waarin overuren toegelaten zijn (hoger). De werkgever die gebruik maakt van deze afwijking brengt het Toezicht op de Sociale Wetten binnen de 3 dagen hiervan op de hoogte.

We merken ook op dat een koninklijk besluit kan toestaan dat studerende jongeren van 16 jaar en ouder in bepaalde activiteiten, ondernemingen of beroepen 's nachts werken om bepaalde werkzaamheden uit te voeren of voor bepaalde categorieën jeugdige werknemers. In elk geval blijft nachtarbeid steeds verboden tussen middernacht en 4u ’s ochtends. De Koning kan deze bevoegdheid enkel uitoefenen voor jeugdige werknemers van 16 jaar en ouder, behalve wanneer het een activiteit betreft die bedoeld wordt in hoofdstuk II, afdeling 1, onderafdeling 3 van de wet van 16 maart 1971 (bijvoorbeeld een prestatie als acteur of figurant tijdens manifestaties).

Arbeid op zondag en/of feestdag – Het is in principe verboden om een minderjarige student tewerk te stellen op zondag.

Naast de zondagrust moet aan de jeugdige werknemers ook een bijkomende rustdag toegekend worden. Die dag moet de zondag onmiddellijk voorafgaan of er onmiddellijk op volgen (maandag of zaterdag).

De jonge student heeft dus recht op 48 uur opeenvolgende rust per week.

Indien de normale uitbating van de onderneming niet de mogelijkheid biedt om arbeid tijdens de week te presteren, dan mogen studerende jongeren niet worden tewerkgesteld op zondag, de bijkomende rustdag of op een feestdag, tenzij

  • om arbeid te verrichten om het hoofd te bieden aan een voorgekomen of dreigend ongeval;
  • om dringende arbeid aan machines en materieel te verrichten;
  • om arbeid te verrichten die opgelegd wordt door onvoorziene omstandigheden,

en op voorwaarde dat, in deze drie gevallen, de werkgever het Toezicht op de Sociale Wetten binnen de drie dagen hiervan verwittigd heeft.

Daarenboven kan een koninklijk besluit studerende jongeren toelaten op zondag of op feestdagen arbeid te presteren in bepaalde activiteitstakken, ondernemingen of beroepen om bepaalde werkzaamheden uit te voeren of voor bepaalde categorieën jeugdige werknemers.

Op basis hiervan staat het koninklijk besluit van 23 mei 1972 toe dat studerende jongeren op een zondag en feestdag:

  • meewerken als acteur of figurant aan de uitvoering van culturele, wetenschappelijke, opvoedkundige of artistieke manifestaties, aan modeshows en voorstellingen van kledijcollecties;
  • deelnemen aan sportmanifestaties.

De studerende jongeren mogen eveneens op een zondag en feestdag werken tijdens de kerst- en paasvakantie in het onderwijs georganiseerd, gesubsidieerd of erkend door de Overheid, tijdens de periode tussen pinksterzondag en 30 september in de onderstaande ondernemingen gelegen in badplaatsen, luchtkuuroorden en toeristische centra:1° kleinhandelswinkels;2° kapsalons;3° openbare vertoningen en amusement;4° verhuur van boeken, stoelen en vervoermiddelen.

De werkgever die gebruik wil maken van deze afwijkingen, moet de inspecteur-districtshoofd van het Toezicht op de Sociale Wetten in het ambtsgebied waar de onderneming is gevestigd hiervan ten minste 5 dagen vooraf schriftelijk verwittigen.

Arbeid op een zondag en een feestdag is eveneens toegestaan in de bakkerijen, banketbakkerijen en in de horecasector.

Opgelet - Studerende jongeren mogen niet meer dan één zondag op twee worden tewerkgesteld, tenzij men een voorafgaande toestemming heeft van het Toezicht op de Sociale Wetten.

Wanneer de jeugdige werknemers op zondag of op de bijkomende rustdag werkzaam zijn, dan mag de wekelijkse rust niet minder bedragen dan 36 opeenvolgende uren.De jeugdige werknemers die werkzaam zijn op zondag, de bijkomende rustdag of een feestdag hebben recht op inhaalrust volgens de bepalingen die gelden voor meerderjarige studenten.

Wenst u meer info over de tewerkstelling van studenten? Bestel dan onze gratis publicatie over dit onderwerp!

Bronnen: artikel 103 van de Arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978; wet van 16 maart 1971 op het werk, artikels 30 tot 34ter.

Auteur: Brigitte Dendooven

23/06/2015