Strijd tegen de sociale fraude (3): bestrijding van wetsontwijking en wetsontduiking

Auteur: Peggy Criel
Datum:

De Programmawet van 27 december 2012 heeft een reeks maatregelen ingevoerd met het oog op de bestrijding van sociale fraude. De maatregelen zijn divers en hebben onder andere betrekking op:

  • de bestrijding van rechtsmisbruik in het kader van een grensoverschrijdende tewerkstelling in de Europese Unie;
  • de verstrenging van de reglementering betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers;
  • de bestrijding van wetsontwijking en wetsontduiking.

In deze infoflash bekijken we de maatregelen in het kader van de bestrijding van de wetsontwijking en de wetsontduiking. De regering heeft zich immers voorgenomen om de strijd tegen de sociale fraude te versterken door middel van de invoering van een bepaling die moet toelaten vormen van wetsontwijking en wetsontduiking aan te pakken.

In het fiscaal recht bestaan reeds geruime tijd antimisbruikbepalingen. Het principe hierbij is dat wanneer de fiscale administratie kan bewijzen dat een welbepaalde juridische constructie in strijd is met de bedoeling van de wet, deze constructie niet tegenstelbaar is aan de fiscale administratie. Dit wil zeggen dat de juridische constructie niet tegen de fiscale administratie kan worden ingeroepen. De fiscale administratie kan de juridische constructie dus negeren.

De regering wenste op sociaal vlak een gelijkaardige bepaling in te voeren die moet toelaten diverse vormen van misbruik beter te kunnen bestrijden.

Sociaalrechtelijk misbruik 

De wetgever definieert een sociaalrechtelijk misbruik als een juridische constructie waarbij een rechtonderhorige (bv. een werkgever) door middel van een rechtshandeling, zichzelf, in strijd met de doelstellingen van één of meerdere bepalingen van het sociaal recht,:

  • ofwel, buiten de toepassing plaatst van deze bepalingen van het sociaal recht;
  • ofwel, onder de toepassing plaatst van deze bepalingen van het sociaal recht.

Hierbij wordt zowel misbruik op het vlak van de socialezekerheidsbijdragen als op het vlak van de uitkeringen van sociale zekerheid geviseerd. 

Bij Koninklijk Besluit, en na advies van de Nationale Arbeidsraad, moet nog worden bepaald op welke sociaalrechtelijke misbruiken de antimisbruikbepaling concreet op van toepassing zal zijn. In de huidige stand van zaken zijn deze gevallen nog niet gekend en kan de antimisbruikbepaling nog niet worden toegepast.  

Gevolg van het sociaalrechtelijk misbruik 

Wanneer er sprake is van een sociaalrechtelijk misbruik, is deze constructie niet tegenstelbaar aan (of niet geldig ten aanzien van) de openbare instellingen van sociale zekerheid (RSZ, RVP, RVA, RIZIV, RJV, RKW), de meewerkende instellingen van sociale zekerheid (bv. ziekenfondsen, kinderbijslagfondsen, bijzondere vakantiefondsen, …) en de sociaal inspectiediensten.

De juridische constructie die als een sociaalrechtelijk misbruik wordt gekwalificeerd zal dus niet nietig zijn. De bovenstaande instellingen en inspectiediensten kunnen voor de toepassing van het sociaal recht de opgezette constructie kwalificeren als een sociaalrechtelijk misbruik en bijgevolg negeren.

De niet tegenstelbaarheid zal echter geen toepassing krijgen wanneer de rechtsonderhorige (bv. de werkgever) niet de bedoeling had om een dergelijk misbruik te plegen.

Bewijs van het sociaalrechtelijk misbruik 

Het zijn de voormelde instellingen en inspecteurs die het bewijs moeten leveren van het sociaalrechtelijk misbruik. Eenmaal dit bewijs wordt geleverd, kan de rechtsonderhorige enkel ontsnappen aan de niet tegenstelbaarheid wanneer hij bewijst dat hij niet de bedoeling had om een sociaalrechtelijk misbruik te plegen.

Bronnen: Programmawet (1) van 27 december 2012, B.S. 31 december 2012.

Auteur: Peggy Criel

11/03/2013